DE POLITICI DIE net voor zes jaar tot burgemeester verkozen zijn, zullen niet te lang moeten vieren. De gemeentebesturen die vanaf januari aan de slag gaan, staan voor zware financiële uitdagingen. Er komen drie problemen op hen af.
...

DE POLITICI DIE net voor zes jaar tot burgemeester verkozen zijn, zullen niet te lang moeten vieren. De gemeentebesturen die vanaf januari aan de slag gaan, staan voor zware financiële uitdagingen. Er komen drie problemen op hen af. Ten eerste moeten ze meer investeren. In het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen is er op lokaal niveau altijd een investeringspiek, maar die was deze keer minder uitgesproken dan anders. Ten tweede dreigen de lokale besturen 200 miljoen euro te verliezen aan de taxshift. Die verlaagt de personenbelasting, waardoor bij gelijke gemeentelijke tarieven meteen ook de inkomsten uit de aanvullende personenbelasting dalen. En ten derde blijft de factuur van de pensioenen voor statutaire lokale ambtenaren oplopen. Die moeten de steden en gemeenten in belangrijke mate zelf betalen. De pensioenlasten van de Vlaamse gemeenten, OCMW's, politiezones en hulpverleningszones stijgen tegen 2024 met 310 miljoen euro. Volgens de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) zal een groot deel van de verwachte stijging van het Gemeentefonds naar de financiering van de pensioenlasten gaan. De VVSG vraagt dat de federale regering meebetaalt voor die lokale pensioenen. Lokale besturen betalen voor elke ambtenaar meer dan 34 procent werkgeversbijdrage. De Vlaamse overheid betaalt net geen 8 procent. Die oproep om de factuur door te schuiven, is geen goed idee. Ze komt dan toch via een andere weg - en vooral via hogere belastingen - bij de burger terecht. De lokale besturen doen er goed aan die financiële hindernissen te overwinnen door de minder dringende uitgaven te doen dalen. Dat is ook de terechte oproep van de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka: bespaar. Of kies op zijn minst voor een 'uitgavenshift' van lopende uitgaven naar investeringsuitgaven.