Wim Moesen is een autoriteit op het vlak van de openbare financiën en heeft een zwak voor het reilen en zeilen in het gemeentehuis. "Ik ben een municipalist. Er moeten zoveel mogelijk bevoegdheden naar het lokale niveau, want dat is de beste plek om goede zaken te doen en om de zaken goed te doen. Het vertrouwen van de burger in de lokale overheid is groot omdat de democratie daar direct en tastbaar is. De burger kan zijn burgemeester letterlijk aan de mouw trekken. En als de tegels op het gemeenteplein scheef liggen, is de kans groot dat de burgemeester er zelf over valt."
...

Wim Moesen is een autoriteit op het vlak van de openbare financiën en heeft een zwak voor het reilen en zeilen in het gemeentehuis. "Ik ben een municipalist. Er moeten zoveel mogelijk bevoegdheden naar het lokale niveau, want dat is de beste plek om goede zaken te doen en om de zaken goed te doen. Het vertrouwen van de burger in de lokale overheid is groot omdat de democratie daar direct en tastbaar is. De burger kan zijn burgemeester letterlijk aan de mouw trekken. En als de tegels op het gemeenteplein scheef liggen, is de kans groot dat de burgemeester er zelf over valt." De professor Economie van de KU Leuven is daarom de geknipte man om de begrotingsopmaak voor 2007 en de nakende gemeenteraadsverkiezingen te analyseren of - zoals in deze periode aan de universiteiten dagelijks gebeurt - te delibereren. Moesen praat zacht en straalt een natuurlijke mildheid uit. Maar vergis u niet: zijn analyses zijn scherp en onversneden. Hij durft zowel met bloemetjes te gooien als met de bloempotten. "De budgettaire discipline is een grote verdienste van de paarse regering, maar ik til zwaar aan de ontsnapping uit de gevangenis van Dendermonde en de rekenfout van bijna 900 miljoen die de fiscale administratie maakte. Die twee incidenten tonen aan dat paars heel weinig aandacht heeft gehad voor de kerntaken van de overheid: openbare orde, veiligheid en algemeen bestuur. In een democratie is het een kerntaak van een minister om op de winkel te letten. De incidenten bewijzen het tegendeel."Wim Moesen verstaat de kunst om droge economische wetmatigheden uit te leggen met originele metaforen. Hij kan de theorie vertalen in praktisch beleidsadvies. Of had u de Belgische economie al vergeleken met een Zweedse tuinstoel, of al kennisgemaakt met het kippensyndroom in uw gemeente? WIM MOESEN (KU LEUVEN). "Als het goed is, moeten we het ook zeggen: de regeringen-Verhofstadt hebben zich in een relatief strak en streng keurslijf gewrongen: dat van een begroting in evenwicht. Het was een disciplinaire wijsheid ons vast te prikken op een nulsaldo. Die nullijn is verworven, en is een baken geweest voor het begrotingsbeleid. Alle partijen accepteren dat begrotingsevenwicht, dat is lang niet vanzelfsprekend. Nou ja, met de aanstormende vergrijzing en de zware schulderfenis van het verleden had Verhofstadt ook geen andere keuze dan te schuren langs deze nullijn." MOESEN. "Elke begrotingsopmaak gaat volgens het fameuze drieslagstelsel. De ontvangsten, de uitgaven en de 'budgettaire alchemie', of de cosmetische maatregelen. Aan de uitgavenkant is de regering erin geslaagd een ontsporing te vermijden. Maar het was zeilen met de wind in de rug: de rentelasten daalden dankzij de daling van de internationale rentevoeten. Dat is een winst van 2,5 % van het bruto binnenlands product (bbp) geweest. Een flinke hap die je wint zonder iets te doen. De kritiek is dat deze meevaller gebruikt is om de primaire uitgaven te verhogen. Hadden we de niet-rente-uitgaven bevroren, dan hadden we er veel beter voorgestaan. Maar een deel van de meevaller is uitgegeven, en dat is een gemakkelijkheidspolitiek geweest. "De ontvangstenzijde dan. De belastingtarieven zijn verlaagd, maar de belastingdruk bedraagt nog altijd 44 % van het bbp, de derde hoogste in de EU. Tax freedom day, de dag waarop de gemiddelde Belg niet meer voor de staat maar voor zichzelf werkt, viel dit jaar op 10 juni. "En dan de budgettaire alchemie. Daar heeft de regering de jongste jaren zwaar op gesteund. Er zijn zeven bokalen waar iets uit te halen viel. Een: de verkoop van overheidsbedrijven. Dat is heel uitvoerig gebeurd. Twee: de verkoop van onroerende goederen (gebouwen). Daar moet meer onderzoek gebeuren naar de kostprijs van sale-and-lease-backoperaties. Ik heb het gevoel dat die operaties tamelijk duur zijn. Drie: de publiek-private samenwerking (PPS). Op zichzelf kan dat heel waardevol zijn, maar PPS is ook een middel om uitgaven uit de normale begroting te houden. Vier: het incasseren van pensioenreserves, met die van Belgacom als belangrijkste. Maar Eurostat is door de Belgacomoperatie iets kritischer geworden en wil de overname van de NMBS-schulden in de begroting van 2005 als uitgaven laten inschrijven. Dat zou meteen een tekort van 2,5 % van het bbp opleveren. Vijf: de eenmalige bevrijdende aangifte. Zes: het effectiseren van fiscale achterstanden. En zeven is de pure alchemie. De stookolielening om de begroting 2005 uit de rode cijfers te houden hoort in deze bokaal thuis."MOESEN. "Ja, maar ik vind vanuit een historisch perspectief dat de regering daar niet fameus uit de bocht is gegaan. Ze heeft de groei en belastbare grondslag niet systematisch overschat." MOESEN. "De rekenfout is een duidelijke tegenvaller, maar toch ben ik niet negatief over de vertrekbasis waarop de begroting wordt gebouwd. De conjunctuur won dit jaar steeds aan kracht, we halen misschien zelfs 2,8 % groei. Volgend jaar belooft minder te worden en de consensusverwachting houdt het bij een groei van 1,8 %. Ik ben optimistischer en baseer dat goede gevoel op de wet van Okun, een gewezen economische adviseur van president Kennedy. In de meeste landen neemt de arbeidsproductiviteit met 1,8 % per jaar toe. Dat betekent dat als de economie 1,8 % groeit, iedereen zijn werk behoudt. Om ook de stijgende arbeidsparticipatie van de vrouwen en migratie op te vangen, heb je echter 2,2 % groei nodig om de werkloosheid stabiel te houden. Zit je boven 2,2 %, dan beland je in de malse groene weide van het economische walhalla. Er komen genoeg banen bij om ook de werklozen aan een baan te helpen. "Ik vergelijk de Belgische economie met een goedkope Zweedse tuinstoel met twee posities: ofwel zit je rechtop, ofwel lig je. Je moet soms een extra duwtje geven om van positie te veranderen. Bij 1,8 % groei verandert er niet veel in de economie, maar boven 2,2 % verandert de hele sfeer. Dat extraatje groei maakt een groot verschil. En voor het eerst sinds lang is de groei van de Belgische economie nu hoger dan die 2,2 %. De positieve sfeer zal ook volgend jaar de conjunctuur een zetje geven. Maar we moeten ook realistisch zijn. Mijn optimistische scenario kan onderuitgehaald worden door een forse afkoeling in de VS."MOESEN. "Ja, de regering vraagt een serieuze inspanning aan de deelgebieden, omdat die dankzij de financieringswet toch ruim in de middelen zitten. Dat is mijn pure interpretatie: de gemeenten hebben nu weinig financiële armslag, en daarom denk ik dat de Vlaamse regering een daad van generositeit zal stellen - ze zal iets meer doen dan afgesproken om de begroting te redden. Zo houdt de Vlaamse regering de gemeenten buiten schot en investeert ze in goodwill bij de federale regering. Die inspanning is een geste waar ze de federale regering aan kan herinneren bij de volgende staatshervorming." MOESEN. "Ik heb nog nooit zoveel belangstelling gemerkt als bij deze gemeenteraadsverkiezingen. Ik zie vijf redenen. Ten eerste winnen de lokale overheden in heel Europa aan belang. Wij volgen een internationale trend. Hun uitgaven, middelen, en eigen belastingontvangsten nemen toe." MOESEN. "Door de wet van Wagner. Die wet zegt dat naarmate een samenleving welvarender wordt, ze steeds meer besteedt aan onderwijs, gezondheidszorg, mobiliteit, cultuur en vrije tijd. En net in die domeinen liggen de voornaamste opdrachten van de gemeenten. De burgers leggen hun verzuchtingen dus steeds vaker op de stoep van het gemeentehuis. "Een tweede verklaring voor de grote belangstelling voor de verkiezingen is typisch Belgisch. Na de fusieoperatie in 1976 werd het bestuur van de gemeenten overal geprofessionaliseerd. Dat is een geweldige operatie geweest. In het buitenland vraagt men zich af hoe wij gemiddeld van vijf gemeenten er één hebben gemaakt. In Zwitserland of Italië slaagt men erin twee of drie gemeenten per jaar te fuseren. Ten derde merk ik de toegenomen mondigheid van de burger op. Is het onveilig aan de school, dan maken de ouders dat duidelijk. Ten vierde: politieke zwaargewichten mengen zich in de strijd, omdat ze een impact kunnen hebben op lokaal niveau, en ook - laten we realistisch zijn - omdat burgemeesters beter worden betaald. En ten vijfde is er de samenloop met de federale verkiezingen van volgend jaar."MOESEN. "Ik juich het groeiende belang van de gemeenten toe. Ik geloof sterk in het subsidiariteitsbeginsel ( nvdr - als een lagere overheid een bevoegdheid aankan, moet een hogere overheid ze doorschuiven naar de lagere). Het vertrouwen in de gemeenten, maar ook in de scholen en onze gezondheidszorg, is relatief hoog omdat de mensen aan feet-voting kunnen doen. De overheid onderprijst gezondheidszorg en onderwijs, en laat de consument vrij kiezen uit het aanbod. De financiering volgt de keuze van de consument. Dat zorgt voor concurrentie en betere dienstverlening. Tussen de gemeenten bestaat er ook een soort van competitie. Het is te extreem om te stellen dat mensen verhuizen naar een andere gemeente omdat die beter bestuurd wordt, maar er worden toch intuïtief vergelijkingen gemaakt qua dienstverlening en gemeentelijke belastingen. Slecht bestuur pikt de burger niet als hij ziet dat het bij de buren veel beter loopt. Bij leger of gerecht kan je niet kiezen. De druk is minder om beter te presteren en het vertrouwen van de burger in deze instellingen is lager. Ik kom daarom terug op mijn kritiek: de overheid heeft te weinig haar kerntaken verzorgd." MOESEN. "Het bestuur van de intercommunales is de zwakste schakel in de keten van deugdelijk bestuur. In de bedrijfssector zijn we misschien te streng, en ook in de publieke sector kan je niet meer onder de radar vliegen. Maar het bestuur van de intercommunales moet dringend op de radar komen. Er zijn intercommunales met een raad van bestuur van meer dan honderd mensen. Dat zijn parlementen. Er is een bestuurder die in tien intercommunales zetelt. Er zijn intercommunales die veertien ondervoorzitters tellen. Wie gelooft dat deugdelijk bestuur een kerntaak van de overheid is, moet hier wat aan doen. Er moet een consensus komen over de partijen heen om de intercommunales serieus te besturen en er deskundigen te plaatsen. Sorry als ik begin te prediken, maar ik hecht veel belang aan goed bestuur. "Niet toevallig is het vermogen van de intercommunales Belgiës best bewaarde geheim. Wij hebben een boekwaarde van 13 miljard euro berekend, maar niemand kent de marktwaarde. Die komt pas bij een fusie of overname aan de oppervlakte. Dat kan toch niet in een moderne maatschappij? "De gemeenten moeten ook meer aandacht hebben voor het waardevermeerderend onderhoud. Wetenschappelijk onderzoek heeft bewezen dat de verbetering van bestaande infrastructuur het hoogste sociaaleconomische rendement biedt, omdat je weinig of geen onteigeningskosten hebt. Dat gebeurt nu te weinig, terwijl het om arbeidsintensieve projecten gaat, en dus een zegen kan zijn voor de werkgelegenheid. Veel gemeenten zijn daarom eigentijdse kasteelheren. Ze zitten op een mooi patrimonium, maar ze kunnen het nauwelijks valoriseren."Daan Killemaes