Al tijdens mijn Boeing-periode, midden de jaren negentig, was ik bijzonder geboeid door de mogelijkheden van datafederatie en cloudcomputing. Ik zag het toen al gebeuren. Mijn tijdelijke verblijf in Seattle (VS, Washington) - niet enkel een bastion van Boeing, maar ook home town van Bill Gates van Microsoft - zou mijn verdere loopbaan bepalen. Over digitalisering werd toen nog niet gesproken, maar de aanstormende internetrevolutie hing er voelbaar in de lucht: in real time machines en systemen aansturen vanuit één centraal punt, in een vingerknip wijzigingen aan systemen doorvoeren en vooral weg met de zo goed als onbeheersbare multiple data. Het zou fantastisch worden. Ook het gegeven dat we software zouden 'betalen per gebruik' leek me een superleuke gedachte.
...

Al tijdens mijn Boeing-periode, midden de jaren negentig, was ik bijzonder geboeid door de mogelijkheden van datafederatie en cloudcomputing. Ik zag het toen al gebeuren. Mijn tijdelijke verblijf in Seattle (VS, Washington) - niet enkel een bastion van Boeing, maar ook home town van Bill Gates van Microsoft - zou mijn verdere loopbaan bepalen. Over digitalisering werd toen nog niet gesproken, maar de aanstormende internetrevolutie hing er voelbaar in de lucht: in real time machines en systemen aansturen vanuit één centraal punt, in een vingerknip wijzigingen aan systemen doorvoeren en vooral weg met de zo goed als onbeheersbare multiple data. Het zou fantastisch worden. Ook het gegeven dat we software zouden 'betalen per gebruik' leek me een superleuke gedachte. Ik zag ook de ongelofelijke impact van die nieuwe tendens op het gebied van duurzaamheid. Geen onnodig meervoudig opslaan meer, maar de data één keer plaatsen en voor de veiligheid geografisch spiegelen. Computers - toen nog kolossale machines - zouden herleid worden tot een beeldscherm en draadloze data-interface. Dat zou leiden tot een veel lager energieverbruik en vooral tot een fractie aan materiaalgebruik. Overal toegang tot onze gegevens en geen herrie met revisies, het leek wel een droom. Ook toen was er een behoudsgezinde reflectie: wat doen we met de duizenden Amerikaanse werknemers van IBM, wat gaan zij bouwen wanneer cloudcomputing de kolossale computers naar het verleden verwijst, is er een plan B? Welnu, ondertussen bezitten miljoenen mensen een smartphone en zitten de grootste bouwers ervan in China. Foxconn stelt ondertussen meer dan één miljoen mensen tewerk en stelt ons in staat een cloud interface aan te schaffen voor de prijs van een citytrip naar Lissabon. Een ogenschijnlijk klein apparaat maakt het mogelijk om in contact te komen met vrienden, gegevens uit te wisselen, foto's te maken en geïnformeerd te blijven. Ronduit fenomenaal. En wat nog belangrijker is: hoe beleven de mensen die bij IBM in de jaren negentig computers assembleerden, deze omwentelingen? Wel, zij werken nu in andere industrieën of interfacen met productbouwers in Azië en Zuid-Amerika. De evoluties in datacommunicatie hebben er immers voor gezorgd dat decentraal productie kon gebouwd worden zonder daardoor de lokale tewerkstelling te vernietigen. Miljoenen Chinezen kregen daardoor de kans te genieten van de positieve elementen van deze welvaartsgroei. Die nieuwe consumenten creëren ook voor ons welvaart. Samen worden we beter. Een ander element is de transparantie die aan cloudcomputing verbonden is. Centraal beheerde data kan je makkelijk koppelen en er zakenmodellen mee creëren. Wanneer we daarbovenop nog 'klant' worden in een groter geheel, leidt dat automatisch tot efficiëntiewinsten. Neem nu een datafederatie gekoppeld aan onze smartphone en elektrische wagen: de auto wordt geladen op een tijdstip dat perfect aansluit bij de agendagegevens in de smartphone. Daarbij wordt rekening gehouden met de actieradius. Door de data te koppelen aan die van andere gebruikers krijgen we dan weer een voorspelling van de verkeersdrukte op pakweg de ring rond Hasselt. Wanneer we daardoor dan de boodschap krijgen dat een kwartiertje werktijdverschuiving ons een halfuur meer vrije tijd oplevert of enkele euro's rijker maakt, creëert de marktvraag zich onmiddellijk. Misschien hoeven we daardoor ook niet meer te denken in termen van meer hebben, maar van het efficiënter beheren van minder. De marktmodellen voor cloudcomputing zijn eigentijds en hoeven niet te conflicteren met de principes van de oude markten. Ze passen nu eenmaal in een evolutie, en zoals altijd is het belangrijk erbij te zijn en er deel van uit te maken. Cloudcomputing creëert een nieuw platform met kansen voor duizenden mensen en maakt onze samenleving efficiënter en duurzamer. Laat dat nu juist hetgene zijn waar wij nood aan hebben, en daarmee is onze rol in deze nieuwe trend duidelijk. De auteur is CEO van Melotte en oprichter van Innocrowd.MARIO FLEURINCK Cloudcomputing creëert een nieuw platform met kansen voor duizenden mensen en maakt onze samenleving efficiënter en duurzamer.