"Ik heb 10.000 euro verloren aan Arco", getuigde een coöperant. "Dat lijkt weinig geld. Maar in die tijd was 400.000 frank een grote som. Voor mij kwam dat neer op een jaarloon." Beter laat het Arco-drama zich niet samenvatten: bijna 800.000 Belgen, veelal kleine en eenvoudige mensen, verloren een deel van hun spaarcenten in het debacle van de Arco-coöperatie. Te weinig evenwel om op clementie of een schadevergoeding te mogen rekenen in de ogen van beweging.net (het vroegere ACW), de bank Belfius en de Belgische overheid.
...

"Ik heb 10.000 euro verloren aan Arco", getuigde een coöperant. "Dat lijkt weinig geld. Maar in die tijd was 400.000 frank een grote som. Voor mij kwam dat neer op een jaarloon." Beter laat het Arco-drama zich niet samenvatten: bijna 800.000 Belgen, veelal kleine en eenvoudige mensen, verloren een deel van hun spaarcenten in het debacle van de Arco-coöperatie. Te weinig evenwel om op clementie of een schadevergoeding te mogen rekenen in de ogen van beweging.net (het vroegere ACW), de bank Belfius en de Belgische overheid. Op de laatste dag van het Arco-proces vorige week woensdag deden tien coöperanten hun verhaal. Gewone mensen, vaak met een band met de christelijke zuil: bedienden van de Christelijke Mutualiteit, medewerkers van de christelijke arbeidersbeweging en van de toenmalige Bacob of Dexia Bank (het huidige Belfius). Bij allemaal was de verhaallijn hetzelfde: niemand heeft ons ons ooit gewaarschuwd voor de risico's. Integendeel: Arco-deelbewijzen werden steevast voorgesteld als een veilig alternatief voor een spaarrekening. De verantwoordelijken voor het Arco-drama zijn bekend. Dat is in de eerste plaats Arco, de financiële poot van beweging.net, die nagenoeg al haar centen investeerde in de megalomane expansie van Dexia, dat was ontstaan uit de fusie van Bacob, het Gemeentekrediet en Crédit Local de France. Op de tweede plaats komt de bank die nu Belfius heet en die de Arco-deelbewijzen in de jaren negentig gretig promootte aan haar loketten. Ten slotte is er de Belgische overheid, die de coöperanten vanaf 2008 een vals gevoel van veiligheid gaf door een overheidsgarantie af te kondigen, waardoor de meesten hun Arco-aandelen bijhielden, ondanks de problemen van Dexia. 2172 coöperanten schakelden het advieskantoor Deminor in, om een schadevergoeding te verkrijgen, en begonnen in 2014 een procedure. De ondernemingsrechtbank van Brussel behandelde de zaak de voorbije maanden in vijf zittingsdagen. Opmerkelijk was dat de verdedigende partijen de grond van de zaak - dat de coöperanten misleid en onvoldoende geïnformeerd werden - niet uitvoerig aanvochten. Daarvoor waren de getuigenissen van oud-bankmedewerkers, knipsels uit het ledenblad van de christelijke arbeidersbeweging en informatiebrochures van de bank misschien te overtuigend bewijsmateriaal? Ze zochten hun heil in procedurefouten en deden er alles aan om de zwartepiet naar een andere partij door te schuiven. Ergens is iets misgelopen, maar het is niet onze schuld: dat was zowat de teneur van de pleidooien. De advocaten van Arco, Belfius en de Belgische overheid gebruikten ook juridische argumenten die, als je hun redeneringen volgt, tot merkwaardige conclusies kunnen leiden. De advocaten van Arco en Belfius betwistten vooral de gegroepeerde vordering van de 2172 coöperanten. Zij vinden dat elke coöperant apart de individueel geleden schade moet bewijzen. Op welk tijdstip werd hij of zij door wie met welke argumenten overtuigd om Arco-deelbewijzen te kopen? Dat weten de meeste coöperanten wel: de kantoorhouder of de bankbediende van Bacob of Dexia overhaalde hen tijdens een mondeling gesprek. Maar werden ze misleid? Hoe kun je bewijzen dat je tijdens dat gesprek niet gewaarschuwd werd voor de risico's? Kortom: wat tijdens een mondeling gesprek met een bankier gezegd wordt, heeft weinig waarde. Een gedupeerde belegger kan er in elk geval niet op terugvallen om een compensatie te eisen. Dat heeft ook de wetgever begrepen. Anno 2021 zitten we met MiFID-II al aan de tweede set regels die de consument preventief moet beschermen tegen te risicovolle beleggingen. Het invullen van die vragenlijsten en het opstellen van risicoprofielen beschouwen veel banken als een zware administratieve last. Maar als hun eigen advocaten de bewijslast bij de klant leggen, zoals op het Arco-proces, laten ze die klaagzang beter achterwege. De MiFID-regels zijn veertien jaar geleden ingevoerd in België. Alles wat daarvoor gebeurde, moet je in zijn tijdsgeest zien en mag je niet toetsen aan de huidige wetgeving. Die redenering was meerdere malen te horen tijdens de pleidooien. Spreken van een pre- en een post-MiFID-tijdperk lijkt echter op een valse voorstelling van zaken. Bankiers hebben de plicht om hun klanten in alle omstandigheden correct te adviseren. MiFID heeft dat alleen maar vastgelegd in strikte procedures. Het meest opmerkelijke juridische argument kwam van de advocaten van Arco. Zij voerden aan dat de Arco-deelbewijzen in de jaren negentig, toen de meeste verkocht werden, even veilig waren als spaargeld. Want: spaargeld was in de jaren negentig ook risicovol, omdat in die periode nog geen spaardepositogarantie bestond. Het maakte dus niet uit of je je geld op een spaarboekje zette of investeerde in Arco-aandelen, want die waren even veilig of onveilig als spaardeposito's. Aandelen gelijkstellen met spaargeld, zoals de advocaten doen, is ironisch genoeg de rode draad in het Arco-drama. De redenering gaat compleet voorbij aan de hiërarchie die bestaat tussen de schuldeisers in het geval van een bankfaillissement. De aandeelhouders komen altijd op de laatste plaats. De spaarders worden beschermd. Bij de implosie van Dexia verloren de aandeelhouders hun geld, en indirect via Arco is dat ook wat de coöperanten overkwam. Maar geen enkele spaarder die centen bij Dexia had, heeft geld verloren. De Belgische bank werd gered door de overheid en omgedoopt tot Belfius.De klassieke spaarbank Bacob, eigendom van de christelijke arbeidersbeweging, sloeg in de jaren negentig een andere weg in. Ze ging samen met Paribas Bank België en werd actief in vermogensbeheer en zakelijk bankieren. De weg voorwaarts was die van de groei en de diversificatie. Maar daarvoor had Bacob kapitaal nodig. Dat vond de bank bij haar klanten, door Arco-aandelen aan hen te verkopen. Dat was een van de belangrijkste commerciële doelstellingen in die periode, bevestigen voormalige kantoorhouders en medewerkers. Deminor gewaagt van een "structurele entente" tussen Bacob en Arco, en van "een georkestreerd commercieel beleid". "Er zat een duidelijk systeem in de verkoop van Arco-deelbewijzen aan klanten, met de bedoeling de expansie- en overnamestrategie van Bacob te financieren", zegt topman Erik Bomans. De advocaten van Belfius bestrijden dat verhaal. Zij duwen de bank in de rol van tussenpersoon, die geld ophaalde voor Arco en niet voor zichzelf. Daar kan aan getwijfeld worden. Coöperatieve banken die willen groeien en overnames doen, zijn bijna genoodzaakt een beroep te doen op hun kantorennet. Dat hebben we de voorbije jaren ook gezien bij Crelan, de bank die ontstond uit de fusie van Landbouwkrediet en Centea. Door jaarlijks voldoende coöperatief kapitaal op te halen, kon Crelan zijn groei-ambitie realiseren. Bij de overname van AXA Bank is dat nu een van de pijnpunten. De Europese toezichthouder neemt daarmee geen genoegen meer en eist dat er eerst grote institutionele investeerders aan boord komen, zodat de kapitaalratio's op peil blijven. Om de Dexia-groep in 2008 van de ondergang te redden, moest Arco 350 miljoen euro vers kapitaal inbrengen. Dat geld had de holding niet. Maar ze kon het lenen bij... Dexia Bank België (het huidige Belfius). Als waarborg nam Dexia Bank België alle activa van Arco in pand. Dat verklaart waarom Belfius als bevoorrechte schuldeiser al 350 miljoen euro ontvangen heeft uit de vereffening van Arco, en daar kan aan het einde van de rit nog eens 50 miljoen euro bij komen. Voor de coöperanten-aandeelhouders rest er niets. Door de hoge schuldenlast en het wegvallen van de Dexia-dividenden was Arco sinds 2009 virtueel failliet. Om te voorkomen dat coöperanten massaal zouden uitstappen - en zo de redding van Dexia zouden belemmeren - kondigde de Belgische staat een overheidsgarantie op coöperatief bankkapitaal af. Negatieve adviezen van de Raad van State en de Nationale Bank, die waarschuwden dat die waarborg de toets van Europa niet zou doorstaan, werden verborgen gehouden tot 2012. Toen was het al te laat voor de coöperanten: Dexia implodeerde in oktober 2011 en een maand later ging Arco in vereffening. Toch bleven premiers en ministers van verschillende politieke partijen de daaropvolgende jaren volhouden dat er een oplossing zou komen voor de Arco-coöperanten. Ze hielden vast aan de staatswaarborg. Ze zouden de vernietiging ervan door Europa juridisch aanvechten, of een aangepaste versie uitwerken. Toen dat irrealistisch bleek, luidde het dat er een plan B in de maak was: een deel van de opbrengst van de beursgang van Belfius zou gaan naar een regeling met de coöperanten. Maar ook daar kwam niets van in huis. En wat zeiden de advocaten van de Belgische staat op het Arco-proces? Dat je niet zomaar voor waar moet aannemen wat een minister verklaart. Met verklaringen van politici moet je volgens hen omzichtig omspringen, "omdat ze zich situeren in een context van politieke profilering". Als statement van de overheid naar haar burgers kan dat tellen. Het is dus niet omdat een minister iets zegt dat het ook zo is. Koninklijke besluiten worden ondertekend, maar of ze ook kracht van wet verkrijgen? Dat beseffen intussen ook de bezitters van zonnepanelen, die zich hebben laten vangen aan ijdele beloftes.Het was een mooie brief van auteur en dramaturg Daan Borloo in De Standaard, die zich herinnerde hoe zijn grootvader hem aan zijn sterfbed had verteld dat hij wat spaarcentjes had opzijgezet voor zijn kleinzoon. Die centjes hadden de vorm van Arco-deelbewijzen en zijn verdwenen. De grootvader van Borloo staat symbool voor het gros van de Arco-coöperanten: hardwerkende Vlamingen van de vorige generatie, die voor hun kinderen of kleinkinderen een appeltje voor de dorst wilden achterlaten. Dat strookt met het meest in het oog springende cijfer dat het Arco-proces opleverde: Deminor achterhaalde dat 25 procent van de Arcopar-aandeelhouders minderjarig waren toen ze intekenden. Hun ouders of grootouders openden een rekening op hun naam. Misschien is dat wel de beste aanwijzing dat die mensen niet wisten dat ze in een risicovolle investering stapten. Wie speelt nu met spaargeld dat voor zijn kinderen of kleinkinderen is bestemd?