De Europese aandelen hebben 2015 sterk ingezet. Nochtans blinkt de Europese economie nog altijd niet uit door haar sterke groei of hoge winstgevendheid. De geopolitieke situatie is ronduit slecht. Maar een opbod van geldcreatie door de grote centrale banken duwt de rente naar extreme laagtes. De beurzen worden gevoed door massa's geld dat uit vastrentende producten wordt gejaagd.
...

De Europese aandelen hebben 2015 sterk ingezet. Nochtans blinkt de Europese economie nog altijd niet uit door haar sterke groei of hoge winstgevendheid. De geopolitieke situatie is ronduit slecht. Maar een opbod van geldcreatie door de grote centrale banken duwt de rente naar extreme laagtes. De beurzen worden gevoed door massa's geld dat uit vastrentende producten wordt gejaagd. Daarvan profiteren laagdrempelige afgeleide producten zoals ETF's, trackers, turbo's en speeders. Het fenomeen speelt in de VS al langer en heeft nu ook in Europa almaar meer impact. Met een ETF (Exchange Traded Fund) krijgt u via één genoteerd fonds toegang tot een brede mand van aandelen. In de VS bestaan al duizenden soorten en combinaties van aandelenselecties. Ze maken de toegang tot de aandelenmarkt goedkoper en eenvoudiger. Wie een gewoon beleggingsfonds koopt, profiteert niet van een 'live' notering en betaalt soms hoge instapkosten en beheerlonen. In Europa staat de markt nog in haar kinderschoenen en volgen de meeste ETF's simpelweg de platgelopen paden van de nationale indexen. Het belegde vermogen in ETF's wordt geschat op 4000 miljard dollar, met meer dan de helft in aandelen. De impact van deze kolos op de beurs is significant. Een ETF-beheerder verliest geen tijd met de waardering van aandelen. Het fonds verkoopt aandelen, wanneer beleggers geld terugtrekken en denkt daar verder niet over na. Hierdoor lopen grote geldstromen synchroon in dezelfde richting. Dat veroorzaakt geregeld extreme bewegingen op de markt. In oktober bijvoorbeeld trokken Amerikaanse beleggers massaal hun geld terug uit Europese ETF's. Liquide aandelen zoals Renault en Randstad donderden in enkele dagen 20 tot 30 procent lager. Sindsdien stegen deze aandelen weer met 50 tot 70 procent. De extreem lage rente in Europa drijft steeds meer Europese beleggers op zoek naar rendement naar dit soort producten. Enkele jaren geleden verdienden ze nog 5 à 6 procent op een veilige bedrijfsobligatie. Als die obligaties op vervaldag komen, moeten ze nu veel meer risico nemen om een gelijkaardig rendement te behalen. De Europese richtlijnen ter bescherming van de beleggers (MiFID), die particulieren moeten behoeden voor een herhaling van de kredietcrisis, hebben nefaste neveneffecten. Een belegger met een defensief profiel heeft vaak grote percentages obligaties in de portefeuille. Na aftrek van kosten kom je dan al snel aan een negatief rendement. 4 tot 5 procent rendement is enkel nog mogelijk met rommelobligaties, waarvoor het risico op wanbetaling aanzienlijk is. In plaats van deze risico's te lopen voor een laag rendement, kan de particulier beter kiezen voor een agressiever beleggingsprofiel, met meer aandelen. Die bieden een hoger koerspotentieel voor een vergelijkbaar risico. Hetzelfde probleem geldt voor veel pensioenfondsen die door de lage rente te weinig reserves opbouwen. Zij mogen vaak niet in aandelen beleggen en kiezen daarom voor obligaties met hogere rendementen. Bij een volgende recessie komen daar brokken van. De vraag blijft of aandelen overgewaardeerd zijn. Een historische vergelijking van ratio's zoals koers/winst bevestigt dat ze in de buurt van hun record noteren. Dat is vooral zo voor Amerikaanse aandelen. Deze waarderingsratio's moeten echter in verhouding tot de alternatieven beoordeeld worden. Om het eenvoudig te houden, vergelijken we obligaties met aandelen. Een bedrijf met een koers-winstverhouding van 20 dat niet groeit, levert nog altijd een rendement van 5 procent op. Bij een rente van 1 procent worden deze toekomstige winsten interessanter dan bij 5 procent. Zonder in detail te gaan, is het logisch dat de toekomstige kasstromen van een bedrijf interessanter worden als de rendementen op veilige obligaties slinken. De economie hoeft daar zelfs niet voor te herstellen. Bovendien zijn de meeste bedrijven financieel veel gezonder dan landen als België of Frankrijk. Europese aandelen kunnen nog aanzienlijk stijgen voor hun aantrekkelijkheid in het gedrang komt. Zolang de centrale banken de rente omlaag pompen, stroomt er meer geld in de aandelenkuip. De keuze aan Europese ETF's is nu nog relatief klein, maar deze producten volgen de geldstroom. Nu de interesse voor kleinere Europese aandelen toeneemt, zullen er snel meer afgeleide producten komen die hierop inspelen. De volatiliteit zal wel toenemen. Er komt meer water in de kuip, maar de golven worden ook hoger. Wie in aandelen belegt, moet tegen de schommelingen kunnen. De auteur is certified financial analist (CFA) van Valuescan.WIM LEWI