Sinds eind vorig jaar heeft het Belgische Ipcom, een verdeler van bouw- en technische isolatie, een nieuwe eigenaar. Het Luxemburgse investeringsfonds Alpha Private Equity kocht het bedrijf van het Belgisch-Nederlandse Waterland. Ipcom schuift dus van het ene fonds naar het andere en lijkt zo wel een speelbal. David Kusters, investment director bij Alpha, ziet dat anders. "Investeringsfondsen moeten hun geldschieters een rendement bieden. Dan kan het fonds niet anders dan het bedrijf te laten groeien en het daarna weer te verkopen, doorgaans na vijf tot zeven jaar."
...

Sinds eind vorig jaar heeft het Belgische Ipcom, een verdeler van bouw- en technische isolatie, een nieuwe eigenaar. Het Luxemburgse investeringsfonds Alpha Private Equity kocht het bedrijf van het Belgisch-Nederlandse Waterland. Ipcom schuift dus van het ene fonds naar het andere en lijkt zo wel een speelbal. David Kusters, investment director bij Alpha, ziet dat anders. "Investeringsfondsen moeten hun geldschieters een rendement bieden. Dan kan het fonds niet anders dan het bedrijf te laten groeien en het daarna weer te verkopen, doorgaans na vijf tot zeven jaar." Weegt dat niet op het management? Voelt Ipcom zich niet opgejaagd? Bernard Vercaemst, de CEO van Ipcom, ontkent: "Ik heb ruim tien jaar gewerkt bij het Zwitserse Franke, een multinational in keukentoestellen, waar ik tot het management behoorde. Franke is een familiebedrijf. De prestatiedruk was daar net dezelfde. Dat is ook logisch. Elke eigenaar - familiaal of private equity - wil dat zijn bedrijf groeit en winst maakt." Het cultuurverschil komt tot uiting als de zaken slecht gaan, zo luidt de theorie. Een familiale aandeelhouder zou meer geduld hebben dan een private-equityspeler. "Als het minder goed gaat, dan wordt iedereen nerveus, ook een familiale aandeelhouder", zegt Vercaemst. "Trouwens, ook een investeringsfonds heeft geduld. Er staat nergens in steen gebeiteld dat Ipcom over vijf jaar alweer klaar moet zijn voor een verkoop. Er zijn bedrijven die al tien jaar in de portefeuille van Alpha zitten." Volgens Vercaemst hebben investeringsfondsen een onmiskenbaar voordeel: geld. "Dankzij Waterland kon Ipcom in de voorbije zeven jaar een twintigtal overnames doen", zegt Vercaemst. "Ipcom omvat intussen zestien bedrijven, gespreid over tien Europese landen. In elk van die landen willen we marktleider worden, of toch minstens meespelen in de top drie. En we willen naar nog andere Europese landen. Dat vergt investeringen, waarvoor we nu de hulp krijgen van Alpha." Als marktleiderschap het doel is, waarom is Ipcom dan niet in zee gegaan met een topspeler in zijn sector? "Dat was ook een optie", zegt Vercaemst. "Maar een gedwongen integratie in een ander bedrijf brengt vaak veel nevenschade met zich. Je riskeert je identiteit te verliezen. Met een private-equityspeler aan boord kunnen we autonoom verder groeien." Hoezo autonoom? Ipcom is toch in handen van Alpha? Vercaemst: "Ja, maar Alpha dicteert het Ipcom-management niet hoe het het bedrijf moet runnen. Alpha heeft daarvoor - met alle respect - de vaardigheden niet." De sleutel is vertrouwen, volgens Kusters. "Als Alpha geen vertrouwen had in het management van Ipcom, dan hadden we het bedrijf nooit overgenomen. We zullen helpen waar we kunnen, maar we zullen nooit op de stoel van het management gaan zitten." Ipcom produceert zelf geen isolatiematerialen, maar verwerkt basismaterialen tot gebruiksklare toepassingen. Voorbeelden zijn muur-, vloer- en dakisolatie voor de bouwsector. Ook heel wat andere sectoren zijn klant. Ipcom levert bijvoorbeeld thermische isolatie voor pijpleidingen in de chemische industrie, geluidsisolatie voor autobussen, brandveilige isolatie voor schepen, of vuurbestendige dichtingen voor kachels en haarden. Isolatie is een versnipperde markt, die in volle consolidatie verkeert. Ipcom wil het voortouw nemen in de overnamegolf, maar op zijn manier. "We hebben respect voor de bedrijven die we overnemen", zegt Vercaemst. "Vaak gaat het om kleine of middelgrote bedrijven die op hun grenzen botsen. Ipcom biedt hun de middelen, de managementexpertise en de internationale ervaring om door te groeien. De schaalgrootte van Ipcom versterkt de concurrentiekracht van de individuele bedrijven. In bijna al onze bedrijven staan nog de voormalige eigenaars aan het hoofd en zijn er meer werknemers dan bij de overname." Omdat het zwaartepunt bij de overgenomen bedrijven blijft, is de hoofdzetel van Ipcom in Merelbeke licht bemand. Er werken amper veertien mensen, terwijl de groep 680 medewerkers telt. Toch wordt krachtenbundeling cruciaal. "Om onze competitieve voorsprong te behouden, moeten we meegaan in de digitalisering. Als groep heeft Ipcom meer mogelijkheden", meent Vercaemst. "Maar ondernemerschap, dat blijft een zaak van onze bedrijven op het terrein."