Het bruto binnenlands product of bbp volstaat niet langer als criterium om na te gaan of de bevolking van een land wel gelukkig is. Die stelling wordt door steeds meer economen onderschreven. Wie een lijst opmaakt over de boeken die over dit thema zijn verschenen, komt tot de vaststelling dat de gelukseconomie of de economics of happiness in de literatuur aan een gestage opmars bezig is. Onlangs verscheen nog Happiness around the World van Carol Graham. Maar het boek dat dezer dagen door economen, pyschologen en politieke wetenschappers het meest besproken wordt, is ...

Het bruto binnenlands product of bbp volstaat niet langer als criterium om na te gaan of de bevolking van een land wel gelukkig is. Die stelling wordt door steeds meer economen onderschreven. Wie een lijst opmaakt over de boeken die over dit thema zijn verschenen, komt tot de vaststelling dat de gelukseconomie of de economics of happiness in de literatuur aan een gestage opmars bezig is. Onlangs verscheen nog Happiness around the World van Carol Graham. Maar het boek dat dezer dagen door economen, pyschologen en politieke wetenschappers het meest besproken wordt, is The politics of happiness van Derek Bok, voormalig decaan van Harvard. De bedoeling van het boek is na te gaan of de overheid een bijdrage kan leveren tot het verhogen van het geluksgevoel bij de bevolking. In The Politics of Happiness passeert eerst een aantal figuren dat zich in het verleden over de gelukseconomie heeft gebogen. De eerste studie in dit vakgebied verscheen bijvoorbeeld al in 1974. In die nog steeds baanbrekende studie vond Richard Easterlin een positief verband tussen het bbp per inwoner van een land en het geluksniveau van de bevolking van dat land. In Bolivia, een arm land, bedraagt het bbp 2000 dollar per persoon. In dat land verklaart 20 procent van de bevolking zich gelukkig. In Chili met een bbp van 6000 dollar is dat al 40 procent. Een andere mooie illustratie van de stelling van Easterlin vormt de eenmaking van Duitsland. West-Duitsland pompte vele miljarden in de voormalige DDR. In het voormalige Oost-Duitsland steeg het geluksniveau van 38 naar 54 procent. In de voormalige Bondsrepubliek Duitsland bleef het geluksniveau gelijk maar Duitsland als geheel ging erop vooruit. Deze bevindingen zijn vandaag nog steeds belangrijk voor politici en beïnvloeden hun beleidskeuzes: de eerste stap om de bevolking gelukkiger te maken, is het bbp van het land te verhogen. Zo eenvoudig liggen de zaken natuurlijk niet, aldus Bok. Zo zijn werklozen in een land gelukkiger - of minder ongelukkig - naarmate de werk- loosheid van dat land hoger is. Het is nochtans gemakkelijker om werk te vinden in een land met weinig werkloosheid. Maar werklozen voelen zich in een land met weinig 'actieven' blijkbaar minder gemarginaliseerd. Volgens Bok is het voorbeeld van de zogenaamd gelukkige werklozen het bewijs dat we voorzichtig moeten zijn om de resultaten van bepaalde onderzoeken over geluksgevoel in rekening te nemen bij beleidskeuzes. Nochtans pleit hij ervoor om zo'n analyses als basis te nemen voor het uitstippelen van het beleid. Zo is het voor hem een uitgemaakte zaak dat bijvoorbeeld een gemakkelijke toegang tot onderwijs of een goed systeem van kinderopvang het geluksgevoel bij de bevolking zal verhogen. Aan de regering om daarvoor het geschikte kader te scheppen. Ook een beleid gericht op een betere gezondheidszorg en groene economie kan leiden tot een hoger geluksgevoel. Vraag is of Bok met zijn boek niet in de woestijn predikt. In Europa staan we meestal wel open voor zulke ideeën. Maar de stelling dat een regering het kader moet creëren om mensen gelukkig te maken, zal in de VS op heel wat kritiek stuiten. DEREK BOK, THE POLITICS OF HAPPINESS, PRINCETON UNIVERSITY PRESS, 2010, 272 BLZ, 25 EURO TD