In 1903 zette de Amerikaanse dokter, avonturier, etnograaf en ontdekkingsreiziger William Henry Furness III voet aan wal op het paradijselijke eiland Yap in de Stille Zuidzee. Hij had er net een paar langere expedities naar Borneo opzitten en was gewend geraakt aan het leven in armoede.
...

In 1903 zette de Amerikaanse dokter, avonturier, etnograaf en ontdekkingsreiziger William Henry Furness III voet aan wal op het paradijselijke eiland Yap in de Stille Zuidzee. Hij had er net een paar langere expedities naar Borneo opzitten en was gewend geraakt aan het leven in armoede. Toen hij kennis maakte met de levensomstandigheden van het Wa'ab-volk op Yap, leek Borneo meteen een welvarende tuin van Eden. De hele economie van Yap draaide rond de handel in drie producten: vis, kokosnoten en zeekomkommers. Meer viel er niet te verhandelen. Toch maakten de duizend eilandbewoners tot stomme verbazing van Furness gebruik van een soort geld. Hun munteenheid heette de 'fei'. Het waren gigantische ronde stenen, tot 3,5 meter doorsnee. Daarnaast hadden de Wa'ab ook een gesofisticeerd systeem van kredietmanagement. In 1910 verscheen The Island of Stone Money, Furness' verslag van zijn maandenlange verblijf op Yap. Naar verluidt haalde John Maynard Keynes daarin inspiratie voor zijn eigen ideeën over geld en vond hij dat de zogenaamde moderne Amerikanen en Europeanen nog iets konden leren van het monetaire inzicht van het Wa'ab-volk. Ook de Britse econoom en fondsmanager Felix Martin zocht inspiratie bij de Wa'ab voor zijn boek Geld. De ongeautoriseerde biografie. Hij gebruikt de ontdekking van de fei op Yab om brandhout te maken van de algemeen verspreide theorie dat geld geëvolueerd is uit samenlevingen waar mensen gefrustreerd zouden geraakt zijn door de beperkingen van ruilhandel. Want als er nu een samenleving was waar ruilen geen enkele frustratie had kunnen opleveren, was het wel Yab met zijn duizend bewoners en drie producten. "Steeds meer antropologen raken het erover eens dat het scenario van het ontstaan van geld uit ruilhandel geen steek houdt", zegt Martin. "Niet alle econo- men zijn overtuigd en voor velen onder hen geldt mijn theorie als rebels, ook al werd ze ook door een gigant als Keynes onderschreven." "De conventionele consensus over het ontstaan van geld gaat ervan uit dat samenlevingen ooit in een soort van ruileconomie zaten, waarbij het ene goed ingeruild werd voor het andere. Volgens die theorie zorgde die ruilhandel na verloop van tijd voor ruzie en frustratie, omdat de ene ruiler niet altijd op het juiste moment exact dat product in voorraad had wat de andere wou. Dus zou op een bepaald moment iemand het lumineuze idee gekregen hebben een 'ding' te benoemen tot ruilmiddel. Dat ding werd dan volgens de klassieke theorie meestal gefabriceerd uit goud of zilver omdat dat duurzame materialen zijn." "Een tijd nadat geld uitgevonden was, zouden mensen ook overgegaan zijn tot het uitlenen van dat geld. Op dat moment werd volgens de brave theoretici het krediet uitgevonden. In de middeleeuwen zou dan iemand met een mercantiele geest de inval gekregen hebben om een bedrijf op te richten dat zich specialiseerde in het uitbouwen van kredietstructuren rond geld, de bank was geboren. Die theorie is complete nonsens." FELIX MARTIN. "Zeker, maar ze is als door de verkeerde kant van de telescoop naar het heelal staren. Geld is niet gestart bij zilveren of gouden muntstukken. De waarheid is dat geld van bij de start een verzameling van drie ideeën was. Het gaat niet over nikkelgeld, maar over filosofie. Het eerste idee draait rond het economische concept van universele waarde. Het is niet zo dat doorheen de geschiedenis alle samenlevingen hetzelfde dachten over wat het begrip 'waarde' precies inhoudt. Er waren wel verschillende vormen van waarde die in verschillende omstandigheden toepasbaar waren. Het tweede idee is dat tegelijk een systeem gecreëerd wordt dat het gangbare waardebegrip kan meten, waardoor krediet aangerekend kan worden. Daaruit volgt automatisch de mogelijkheid tot lenen en schuld. Het derde idee is dan dat ik mijn schuld die ik bij jou heb, kan doorgeven aan iemand anders." MARTIN. "Die zijn niets meer dan een teken. Munten en biljetten zijn symbolen van de onderliggende kredietrelaties. In wezen is geld niets meer dan 'een relatie', een systeem van overdraagbaar krediet. De waarde van geld hangt dus niet af van de hoeveelheid tekens, muntstukken of briefjes." MARTIN. "Ken je het verschijnsel bitcoin? Dat is elektronisch geld dat je kan opslaan op je computer in een wallet-bestand of dat je kan laten beheren door een externe partij. Bitcoin-adepten betalen elkaar in bitcoins op het net. De aanhangers zijn er lyrisch over. 'Bij ons gaat het niet over munten of bankbiljetten, maar over virtueel geld!' Terwijl dat helemaal niet uniek is, want alle geld is virtueel, ook als het van papier is of van koper. "Het klopt dat de meest succesvolle soorten geld doorheen de geschiedenis uitgegeven zijn door de staat, maar er zijn ook altijd vormen van privaat geld geweest. Ze bestaan nu ook nog. Het private geld dat gebruikt wordt door ruilcirkels of de LETS-systemen waarbij ruilers elkaar belonen met ruilpunten. Dat soort van geld werkt alleen maar onder gelijkgestemden, met mensen die dezelfde 'ideologie' delen. "Bitcoinaanhangers laten zich daar niet door van de wijs brengen. 'Oké', zullen ze dan zeggen, 'misschien heb je gelijk, maar staten die geld uitgeven, kunnen vaak niet aan de verleiding weerstaan om hun gelddrukkerijen op volle toeren te laten draaien. Ze drukken miljarden dollars of ponden en lopen zo altijd het risico om hyperinflatie te veroorzaken. Iedereen weet toch dat iets waardeloos wordt als je er te veel van produceert en het voor iedereen te grabbel gooit? Bitcoins daarentegen hebben een strikte limiet: er zal nooit meer dan 21 miljoen bitcoin beschikbaar zijn. Daarom zal ons geld altijd zijn waarde behouden.' "Het geloof van bitcoinfanaten illustreert waarom het fout is geld niet als een set van ideeën te beschouwen, maar puur als een ding. Geld is geen ding, het is niets meer dan de belofte dat je zal betalen. De waarde van elke belofte wordt bepaald door de betrouwbaarheid van degene die belooft. Bij een belofte hangt alles dus af van vertrouwen." MARTIN. "Ja. Mensen zijn bang, hebben geen vertrouwen in ondernemen en klampen zich vast aan hun geld als aan hun moeder. De staat drukte geld bij, toch kwam er geen hyperinflatie, waardoor de mensen steeds meer wilden. Tegelijk zijn ze niet gelukkig met de manier waarop geld hun levens bepaalt. Als je geld bekijkt op de alternatieve, rebelse manier als ik, en het niet langer ziet als een ding, wind je je er automatisch minder in op. Want 'dingen' zoals deze tafel, deze stoel en dit biljet van 10 pond zijn neutraal. Je kunt er geen eigenschappen als goed of kwaad aan toedichten en je kunt ze dus ook niets kwalijk nemen. Alleen als je geld als een set van ideeën ziet, kan je het bekritiseren, want ideeën kunnen wel degelijk goed of slecht zijn. Maar geld is geen virus dat ons doodt." MARTIN. "De oude Grieken beseften al dat geld een ongelooflijke bron van bevrijding kan zijn. Ze zagen het als een middel dat het individu kon helpen zelfstandig te worden waardoor het zich op een goede manier kon losmaken van familiebanden. Tegelijk maakten ze er zich ook zorgen over, omdat ze merkten dat geld hebzucht in de mens aanwakkert. "De neiging is groot om geld als iets vies te beschouwen. De uitvinder van Wikipedia, Jimmy Wales, heeft een nieuw plan. Hij wil op het internet een gifteneconomie creëren. Dat is een economie die niet gebaseerd is op betalingen, maar op giften. De economie van de oude Grieken in de bronstijd was gelijkaardig. 'Als jij mijn dak herstelt, zal ik je gras maaien.' Volgens Wales zal het internet zo'n gifteneconomie op grote schaal mogelijk maken. "Ik vind dat hij zich vergist door geld af te wijzen. Er is niets mis met geld en bankieren, op voorwaarde dat ze op een juiste manier begrepen worden en op een correcte manier werken. We zijn van de juiste weg afgedwaald en daarom zijn we geëindigd in de shit waarin we nu zitten. Pas als we ervoor zorgen dat heel de financiële sector back to basics gaat, zullen we uit de crisis komen. Maar doen alsof we in de Griekse bronstijd leven, is belachelijk en zinloos. "Ik heb economie in Oxford gestudeerd, aan een van de meest orthodoxe economierichtingen ter wereld. Toen ik aan die studie begon, was ik er, net als de meeste mensen, heilig van overtuigd dat we vooral het fenomeen 'geld' zouden bestuderen. Tot mijn verbazing moest ik ontdekken dat geld bijna nooit opdook in economische analyses. Echt waar, de meeste macro-economische modellen lijken volledig voorbij te gaan aan geld. Ik begreep dat niet. Ook de studie van banken was herleid tot het absolute minimum. Nadat ik in 2005 was afgestudeerd, hebben ze de cursus 'Geld en banken' zelfs volledig afgeschaft, want er was niemand in geïnteresseerd. In de plaats daarvan doceren businessschools nu 'Academic Finance'. Typisch voor de theorieën van de 'Academic Finance' is dat ze geld en banken totaal negeren. "Een jaar na de start van de crisis in 2008 werd de koningin uitgenodigd naar de London School of Economics voor de opening van een nieuw gebouw. De belangrijkste economen van Groot-Brittannië waren daar ook. Zij vroeg hen: 'Waarom heeft niemand van jullie deze crisis zien aankomen?' De geleerde heren stonden met hun mond vol tanden. Natuurlijk stelde de koningin de juiste vraag. Tot vandaag is er trouwens nog geen eenduidig antwoord. Volgens mij is dat een gevolg van die grote lacune in onze economische theorieën. We zijn het afgeleerd om na te denken over geld of over de essentie van bankieren." MARTIN. "De experts begrijpen zelf niet meer hoe geld werkt en dat stuitende gebrek aan kennis heeft ervoor gezorgd dat ze rampzalige producten verzonnen die ze zelf niet meer begrepen en dat ze totaal onverantwoorde beslissingen namen. Je hoort vaak beweren dat het zo fout is kunnen lopen omdat de meeste belangrijke economische adviseurs verbonden zijn aan grote financiële instellingen en er zo alles aan proberen doen om regelgeving tot een minimum te beperken. "Dat is ook de stelling van de documentaire Inside Job uit 2010 van de Amerikaan Charles Ferguson. Volgens hem waren economen zelfs na 2008 nog tegen hervormingen van de financiële sector gekant, omdat ze werkten voor bedrijven als KPMG die de crisis analyseerden en tegelijk banken adviseerden die de crisis veroorzaakten. Ferguson heeft gelijk, en Inside Job is een film die iedereen moet zien, maar belangenvermenging is niet de enige verklaring. Het grootste probleem is dat de meeste bankiers en financiële whizzkids in de Londense City eigenlijk amper weten waarmee ze bezig zijn." Felix Martin Geld. De ongeautoriseerde biografie. Business contact. 400 blz., 34,95 euroJAN STEVENS "We zijn het afgeleerd om na te denken over geld of over de essentie van bankieren"