Het familiebedrijf Verhaert uit Kruibeke is een curiosum in het Vlaamse landschap: de helft van zijn business heeft betrekking op industriële productontwikkeling en is goed voor een omzet van 200 miljoen frank; de andere helft gaat naar ontwerp en constructie voor de ruimtevaart en vertegenwoordigt een omzet van 201 miljoen frank. "Dat perfecte evenwicht poneerde ik jaren geleden als strategisch, als de perfecte risicospreiding," zegt zaakvoerder Paul Verhaert. "En dan heb ik het nog niet eens over de kruisbestuiving tussen de sectoren onderling. Spin-off is bij ons geen loos begrip." Algemeen directeur Piet Holbrouck is het daar volledig mee eens.
...

Het familiebedrijf Verhaert uit Kruibeke is een curiosum in het Vlaamse landschap: de helft van zijn business heeft betrekking op industriële productontwikkeling en is goed voor een omzet van 200 miljoen frank; de andere helft gaat naar ontwerp en constructie voor de ruimtevaart en vertegenwoordigt een omzet van 201 miljoen frank. "Dat perfecte evenwicht poneerde ik jaren geleden als strategisch, als de perfecte risicospreiding," zegt zaakvoerder Paul Verhaert. "En dan heb ik het nog niet eens over de kruisbestuiving tussen de sectoren onderling. Spin-off is bij ons geen loos begrip." Algemeen directeur Piet Holbrouck is het daar volledig mee eens. Deze week schrijft het bedrijf geschiedenis: het duo Verhaert-Holbrouck zet zijn definitieve handtekening onder een contract met de European Space Agency (Esa). "Wij deden al eerder aan productontwikkeling voor de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie Nasa, voor de Esa en ook voor de Russen," zegt Verhaert. "Na een Esa-screening van anderhalf jaar, nemen we deze keer een integraal project voor onze rekening: als de Esa in 2000 zijn eerste minispacelab lanceert, mogen wij, als kleine Vlaamse kmo, ons de ontwerpers noemen." De prijs voor de Esa-satelliet bedraagt 320 miljoen frank en 64 manjaren. Hij draagt de naam Proba, wat staat voor project for on-board autonomy. "De tijd is voorbij dat honderden ruimtevaartdeskundingen vanuit een controlecentrum aan de grond een missie stuurden," zegt Paul Verhaert. "Proba vormt daarvan het bewijs: wanneer hij eenmaal gelanceerd zal zijn, moet de satelliet een perfect autonome reis kunnen maken en alle opdrachten zelfstandig kunnen uitvoeren." Voor de uitvoering van het project schrijft Verhaert 65% op zijn naam, de resterende 35% wordt uitbesteed, maar wordt vanuit de Antwerpse periferie gecoördineerd. De partners aan Vlaamse zijde zijn Imec (digitale signaalverwerking), Spacebel (software) en SAS in Zaventem (operaties), vanuit het buitenland is er steun van het Britse SIL (databehandeling), van het Duitse IRE (besturingssystemen) en van het Finse SSF (testgereedschap). Ook de Esa levert heel wat instrumenten, maar Verhaert zorgt voor het leeuwendeel: alle specificaties, de system engineering, de opbouw, de aandrijving van het tuig, de elektronica, de geheugencircuits en de integrale assemblage. MIJLPAAL.In de spacebusiness is productontwikkelaar Verhaert niet aan zijn proefstuk toe. De relatief kleine opdrachten, die hij sinds midden de jaren '80 aanvaardt, hadden steeds betrekking op het ontwerpen van toegepast wetenschappelijk materiaal voor ruimteonderzoek. Vooral inzake microzwaartekracht bouwde de Vlaamse kmo een internationaal erkende expertise op: verschillende Verhaert-instrumenten vlogen mee in ruimtetuigen in een baan om de aarde, maar waren ook bij onbemande interplanetaire vluchten aan boord. "Het contract dat we ondertekenen, is de definitieve erkenning voor tien jaar noeste arbeid," zegt Verhaert. "Als de Esa ons uitkiest voor de supervisie en de aanmaak van een volledige satelliet, durf ik dat gerust een mijlpaal noemen. Altijd al maakte men in ons land een tweedeling, waarbij Vlaanderen steeds stond voor nucleaire expertise en Wallonië en de Waalse bedrijven voor de knowhow inzake lucht- en ruimtevaart. Toen we de eerste ruimteorders binnengekregen, hebben wij gekozen voor een heel bewuste strategie: liever kleine maar integrale opdrachten dan megaruimtevaartprojecten, zoals we die kennen van de Waalse bedrijven Sonaca en Sabca. En wat blijkt? Deze endogene, van onderuit opgebouwde, strategie loont. Dat noem ik: de pay-off for a strategy." RENDABILITEIT.De miniaturisering van de ruimtevaart speelt in de kaart van Verhaert. Overal ter wereld geeft men de voorkeur aan goedkopere missies op basis van minisatellieten, die gezien de investering veel rendabeler zijn. De Antwerpse onderneming, die tegen 2002 zo'n 1 miljard frank omzet vooropstelt, wil op die trend inspelen. Het Esa-contract en de bouw van drie labs voor het nog te lanceren International Space Station (tegenwaarde : 440 miljoen frank), zal de jaaromzet 1998, alleen al inzake ruimtevaart, doen groeien van 200 naar 320 miljoen. Paul Verhaert: "Op 1 januari 1998 hebben we vier strategische business units in het leven geroepen: space instruments, satellieten, toegepaste nieuwe technologieën en op maat gemaakte systemen voor industriële productontwikkeling. Ik mag me een gelukkig ondernemer noemen: ik neem deel aan een nieuwe business met hoge toegevoegde waarde in een bedrijf dat groeit. Maar groeien betekent ook nieuwe jobs. Hoe we die zullen integreren? Onder meer via verhoogde volumes in uitbesteding. De details moet ik nog van naderbij bekijken." K.C.