Geestrijk beleggen

Tegenover aandelenbeleggingen heeft wijn het voordeel dat je een miskoop met een stel goede vrienden kan leegdrinken.

Dat een fles wijn een kunstwerk is, dat zal een echte wijnliefhebber nooit ontkennen. En er zijn duizenden wijnen, zoals er duizenden schilders zijn. Maar hoewel velen zijn geroepen, zijn ook hier weinigen uitverkoren. Investeren in wijn vereist dan ook een degelijke kennis van de markt.

Iedere fles wijn moet worden beschouwd als een aandeel dat op de beurs zowel winnaars als verliezers maakt. Afhankelijk van de economische situatie en het belang dat op dat moment aan luxegoederen wordt gehecht, komen wijnen in een “bull market” (stijgende markt) of in een “bear market” (dalende trend) terecht. Net als bij aandelen, is het dus aangewezen om tijdens een “bear market” te kopen en in een “bull market” te verkopen.

DE BAKERMAT.

Dé beleggersmarkt voor wijnen is en blijft de befaamde Bordeaux-streek, waar talloze kastelen elk hun eigen wijngaard hebben.

Maar toch presteren ook andere wijnen lang niet slecht. Wel zijn ze vaak té risicovol en bij de liefhebber amper bekend. Een Californische wijn zoals Opus One wordt op veilingen hoog afgehamerd (in 1990 2000 BEF) maar heeft nog niet hetzelfde potentieel als de Franse wijnen.

Op de traditionele Riesling-Prädikatsversteigerung-veiling in Bernkastel haalde een Bernkasteler alte Badstube am Doctorberg van het jaar 1994 een Riesling Trockenbeerenauslese, de hoogste kwaliteitsaanduiding voor Duitse wijnen in september 1996 de prijs van 1150 DEM per fles. Een prijs waarbij een dure (witte) Château d’Yquem rood zou worden. Toch heeft die heerlijke, Duitse rieslingwijn tot op dit moment geen succes in ons land.

LA DOUCE FRANCE.

Neen, voor interessante wijnbeleggingen moeten we naar “la douce France”. En zelfs daar is voorzichtigheid geboden. Uit de Bourgognestreek, waar Vlamingen zich zo goed thuisvoelen, komen bijvoorbeeld zelden wijnen met een hoog rendement. Een goede bourgogne kan gemiddeld immers maar een tiental jaren mee. Reden : de Pinot-noirdruif, de basis voor alle rode bourgognes, kan de tijd maar moeilijk trotseren. Wanneer soms toch fabelachtige prijzen voor bourgognewijnen worden betaald, dan heeft dat eerder met het marktmechanisme, vraag en aanbod, te maken.

In de Bourgogne wordt de wijn door verschillende kleinere wijnbouwers geproduceerd. Veel van deze wijnen zijn dus eerder zeldzaam en daardoor duur. Neem nu het Domaine Ramonet uit Montrachet, niet groter dan 0,25 hectare. Per jaar leveren de 65 jaar-oude wijnstokken maar een zeshonderdtal flessen op. De prijsevolutie op één jaar tijd, van mei 1995 tot mei 1996 (zie tabel 1) geeft aan hoe renderend een belegging in deze wijn is. Als men van elk jaartal één fles had gekocht, dan bedroeg het rendement 83 % ! Natuurlijk is dit een opvallende uitzondering : probeer maar eens een fles van deze fabelachtige wijn te bemachtigen. De eigenaars van dit domein kunnen zelfs niet aan de vraag van sommige staatslieden voldoen.

De Bourgogne levert ook één van de grootste wijnen op aarde : Romanée Conti. Een wijn die tot de portefeuille van elke wijnbelegger zou moeten behoren. Een groot voordeel is dat de productie heel wat hoger ligt. En met de jaren wordt deze wijn alleen maar beter, zodat het interessant is om de prijsevolutie op veilingen over een langere periode na te gaan.

Om in 1990 van elk jaartal één fles te kopen, moest men in totaal 80.280 BEF investeren. In 1996 kon men deze flessen al tegen een prijs van 103.080 BEF verkopen. Op jaarbasis geeft dat een rendement van 4,25 %.

WIJNPORTEFEUILLE.

Maar hoeveel brengt beleggen in topwijnen nu precies op ? In tabel 2 geven we de gemiddelde prijs van de zes duurste châteaux voor de jaartallen 1981 tot 1990. Voor Château d’Yquem gaan we van 1978-1987 uit, omdat er voor de andere jaren geen gegevens beschikbaar zijn. In deze periode zitten er minder goede jaren (1984, bijvoorbeeld), maar ook topjaren als 1982 en 1990.

De prijzen zijn gebaseerd op de gemiddelden die in Franse ( Drouot), Engelse ( Sotheby’s en Christie’s) en Belgische ( Sylvie’s) veilinghuizen werden gehaald. De châteaux in kwestie geven op drie jaar tijd een rendement van 5,71 %.

In een wijnkelder beleggen, lijkt op het eerste gezicht dus niet erg aantrekkelijk. Zelfs de duurste wijnen geven een povere return. De beginnende belegger weze gewaarschuwd : willekeurig in wijn beleggen, levert weinig of niets op. Zoals gezegd is een degelijke marktkennis de basis voor een succesvolle belegging. Op trends inspelen, dat is belangrijk en die zijn in passende literatuur terug te vinden, of gewoon bij wijnliefhebbers.

Vaak geven de jaartallen de doorslag. De stormloop naar 1982 bewijst dit. De wijnliefhebber die in 1995 zes flessen van het jaar 1982 kocht, kan nu een forse meerwaarde realiseren (zie tabel 3). Samen brachten deze zes wijnen 22,87 % op. Op langere termijn kan een “geestrijke” belegger vaak nog beter scoren.

Toch zijn ontgoochelingen niet uit te sluiten. Een Château d’Yquem van 1945 schommelt al zeven jaar rond de prijs van 30.000 BEF. Een Château Angélus 1938 (mise au château) bracht dit jaar op een veiling maar 1700 BEF op. Blijkbaar verkiest het publiek steeds jongere, speelsere en aangenamere wijnen.

En ook de wijnwereld heeft zijn sterren. Op dit moment is de Château Le Pin erg “in”. Hij onttroont zijn buur Château Pétrus. Een half flesje Le Pin 1990 brengt op een veiling al gauw 12.000 BEF op. Voor het succes van een wijn zijn er dus ook sentimentele redenen waar het verstand niet bij kan.

MARC MEUL

Het etiket van de Mouton Rotschild wordt elk jaar door een bekende kunstenaar ontworpen. Picasso deed dat in 1973.

De Château Pétrus was de lievelingswijn van president Kennedy, maar nu blijft zijn prijs achter op die van de trendy Château Le Pin.

De verzamelaar gaat steeds op zoek naar een mise au château, die op het kasteel is gebotteld.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content