F landers DC, voluit Flanders District of Creativity, een geesteskind van ex-minister van Vlaamse Economie Patricia Ceysens, gáát ervoor. De kleine organisatie heeft de taak om Vlaanderen op te stoten in de creatieve economie, de economie die draait om modemakers, popartiesten, filmproducenten, horecabazen, festivalbouwers, tv-formatbedenkers. Duitsland heeft jarenlang geen filmindustrie gehad. Wat uit de studio's rolde, was boertig als een bierfeest. Maar plots was er Goodbye Lenin, een ongelooflijk slimme en populaire prent vol DDR-nostalgie. En een kaskraker, net als Die fetten Jahre sind vorbei, een tragikomedie over drie mesjogge revolutionairen.
...

F landers DC, voluit Flanders District of Creativity, een geesteskind van ex-minister van Vlaamse Economie Patricia Ceysens, gáát ervoor. De kleine organisatie heeft de taak om Vlaanderen op te stoten in de creatieve economie, de economie die draait om modemakers, popartiesten, filmproducenten, horecabazen, festivalbouwers, tv-formatbedenkers. Duitsland heeft jarenlang geen filmindustrie gehad. Wat uit de studio's rolde, was boertig als een bierfeest. Maar plots was er Goodbye Lenin, een ongelooflijk slimme en populaire prent vol DDR-nostalgie. En een kaskraker, net als Die fetten Jahre sind vorbei, een tragikomedie over drie mesjogge revolutionairen. Was film dan niet Hollywood? Neen, film is een wereldbusiness en illustratief voor de Rise of the Creative Class, het belijdenisboek van de crea-stroming. Voor actiefilms, genre The X Files, is Hollywood onklopbaar, voor het verfijnde pelliculeproduct zijn Europa, India, Iran, China, Japan, Afghanistan mee - en ze zijn steeds sterker. Vlaanderen produceerde De Zaak Alzheimer, Confituur en De Kus. Hollywood tussen Maas en Schelde is niet voor morgen, maar we zijn mee en films worden economisch meer dan een franje. De schoorstenen van de cokesfabrieken in Zeebrugge en Vilvoorde ruimen plaats voor sprankelende bedrijvenparken, waar diensten en hightech thuis zijn. Het aandeel van de Belgische industrie in de toegevoegde waarde zakt onder 25 % en slechts 20 % van de werknemers is nog arbeider. Bij Industrie Vlaanderen - de koepel boven de bedrijfstakorganisaties van de producenten - verschraalt het bestanddeel industrie. Alcatel en Picanol maken nog tastbare producten, maar de bijbehorende dienstencomponent zwelt. Jan Coene startte bij Picanol, op basis van wat hij leerde bij het Zwitsers-Zweedse ABB, het Global Textile Partner-plan, een uitbreiding naar de diensten. Somati Fire Protection verkoopt niet alleen brandblussers, het levert een totaaldienst met apparaten, programmatuur en nazorg. Machinebouwers halen een derde van hun omzet uit diensten. De oude economie integreert de nieuwe. In de drie economische blokken (VS, Europa en Azië) ontstaat dezelfde werkverdeling. Door de Noord-Amerikaanse Vrijhandelszone verschuift de lagekostenproductie naar Mexico. Dezelfde verhouding ontstaat tussen West-Europa en Oost-Europa, en tussen Japan/Korea en China. Elke zone heeft haar kenniskant en haar productiekant. De Amerikaanse auteur Stuart Chase in Men and Machines (1920): "Vernietigt de machine in haar laatste woedende fase eerder jobs dan dat ze nieuwe jobs brengt?" De handenwringer van 85 jaar geleden (met de jammerklacht die dagelijks te horen blijft, ook in 2005) vergat dat de technologie die arbeidsplaatsen vernietigt, er ook nieuwe schept. De begrijpelijke angst wordt aangewakkerd doordat de toekomst goederen en diensten brengt die nog uitgevonden moeten worden. William Nordhaus van Yale University berekende dat minder dan 30 % van de goederen en diensten die op het einde van de twintigste eeuw geconsumeerd werden, varianten waren van de goederen en de diensten van 1900. De Belgische economie wordt niet internationaler, maar lokaler en meer dienstengericht. Er is een bestendige stroming waardoor de economisch toegevoegde waarde en de tewerkstelling naar activiteiten verschuiven als gepersonaliseerde diensten van man tot man. De kostprijs van een vliegtuigreservatie voor SN Brussels in Bangalore (India) daalt sterk, vergeleken met de prijs van een restaurantbezoek in Brussel. De Amerikaanse econoom Paul Krugman schat dat vandaag in Los Angeles 75 % van de productie lokaal en slechts 25 % exporteerbaar is. Een veel groter percentage dan honderd jaar geleden van wat een stad of streek produceert aan goederen en diensten, wordt vandaag ter plekke verbruikt. De economische activiteit in warenhuizen, scholen, hospitalen, restaurants, sportzalen - consumptie in de onmiddellijke omgeving - groeit. Is het reservoir van de menselijk verlangens leeggehaald met snufjes als centrale verwarming, een auto en een koelkast? In 1920 was er geen chatbox, rollenspel op internet en elektronisch huwelijksbureau. De vette jaren blijven aanrollen. Frans CrolsDe Belgische economie wordt niet internationaler, maar lokaler en meer diensten-gericht.