De Belgische loonkosten stijgen de jongste jaren weer opvallend sneller dan die in de buurlanden. Volgens de jongste cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) nemen de loonkosten per eenheid product in ons land in 2005-2008 4,6 % sneller toe dan in de buurlanden. Die verslechtering van de concurrentiepositie is te wijten aan een snellere stijging van de loonkosten per werknemer (4 %) en een minder gunstige produc...

De Belgische loonkosten stijgen de jongste jaren weer opvallend sneller dan die in de buurlanden. Volgens de jongste cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) nemen de loonkosten per eenheid product in ons land in 2005-2008 4,6 % sneller toe dan in de buurlanden. Die verslechtering van de concurrentiepositie is te wijten aan een snellere stijging van de loonkosten per werknemer (4 %) en een minder gunstige productiviteitsontwikkeling (0,5 %). De sterke loonkostenstijging is toe te schrijven aan de combinatie van de automatische loonindexering en de hoge inflatie. Maar ook de mindere discipline in de loonvorming speelt een belangrijke rol. De jongste ontwikkelingen diepen de loonkostenhandicap voor de Belgische bedrijven voort uit. De duidelijkste weerslag van dat verlies aan concurrentiekracht is af te lezen aan de ontwikkeling van het marktaandeel. Volgens cijfers van de OESO verloor België sinds 1995 al een dikke 27 % aan marktaandeel op zijn internationale afzetmarkten. Binnen de EMU doet alleen Italië nog slechter. Tegen deze achtergrond worden de loononderhandelingen voor de periode 2009-2010 erg moeilijk. In die periode zouden de loonkosten in de buurlanden gemiddeld met 5,3 % toenemen. In het kader van de loonnorm is dat meteen ook het richtpunt voor de toegelaten loonstijging in ons land. Volgens de verwachtingen voor de gezondheidsindex zou de loonindexering voor die periode uitkomen op 4,1 %. Dat zou ruimte laten voor 1,2 % aan reële loonstijging. De loonnorm voorziet evenwel dat overschrijdingen in een bepaalde periode in de daaropvolgende onderhandelingsronde gecompenseerd moeten worden. Hoewel dat mechanisme in het verleden nagenoeg niet toegepast werd. De opmerkelijk snellere stijging van de loonkosten in ons land in de voorbije jaren suggereert dat er voor 2009-2010 eigenlijk geen ruimte is voor reële loonstijgingen. Een meer gedisciplineerde loonmatiging is de enige werkbare manier om de opgebouwde loonhandicap terug te dringen. Dat wordt ongetwijfeld een moeilijke dobber tijdens het loonoverleg, maar de Belgische loonkosten kunnen niet ongestraft sneller blijven stijgen dan die in de buurlanden. Als de Belgische werknemers op het vlak van de lonen minder inspanningen doen dan hun collega's in de buurlanden, gaat dat op termijn onvermijdelijk ten koste van jobs. (T)