Deze week maakte het jonge biotechnologiebedrijfje Ablynx bekend wie er 5 miljoen euro groeigeld op tafel legt. Dat is niet spectaculair veel, maar aan de andere kant blijkt nog maar eens dat investeerders zich altijd wel laten overtuigen met de juiste argumenten. Om de Gimv, Sofinnova en Gilde Management over de streep te halen heeft de spin-off van de VUB en het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie ( VIB) immers een troefkaart. Die heet Mark Vaeck. De gedelegeerd bestuurder heeft een staat van dienst die bij investeerders spontaan een glimlach op de lippen tovert en dollartekens tussen de wimpers projecteert.
...

Deze week maakte het jonge biotechnologiebedrijfje Ablynx bekend wie er 5 miljoen euro groeigeld op tafel legt. Dat is niet spectaculair veel, maar aan de andere kant blijkt nog maar eens dat investeerders zich altijd wel laten overtuigen met de juiste argumenten. Om de Gimv, Sofinnova en Gilde Management over de streep te halen heeft de spin-off van de VUB en het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie ( VIB) immers een troefkaart. Die heet Mark Vaeck. De gedelegeerd bestuurder heeft een staat van dienst die bij investeerders spontaan een glimlach op de lippen tovert en dollartekens tussen de wimpers projecteert. De 46-jarige Mechelaar kreeg zijn wetenschappelijke vorming aan de VUB, waar hij in 1982 doctoreerde in het lab voor immunologie bij professor Raymond Hamers. Het is dezelfde Hamers die ook de uitvinder is van het technologieplatform dat nu de ruggengraat uitmaakt van Ablynx. Voor Vaeck is Hamers indertijd een inspirerende persoonlijkheid geweest. "Hij heeft mijn denkwijze beïnvloed," weet hij. Dat Vaeck de technologie en de uitvinder kent, geeft hem ook een voorsprong. Er komt meer ruimte vrij om strategisch na te denken over de zakelijke toekomst van de technologie. Na zijn doctoraat trok de jonge wetenschapper naar Plant Genetic Systems ( PGS). Dat wil zeggen: Marc Van Montagu, een van de stichters van het Gentse plantenbiotechbedrijf, kwam hem halen. Op die manier maakte Vaeck de eerste golf van de biotech- boom in Vlaanderen van dichtbij mee. Hij bleef bij PGS van 1983 tot 1990. Op het eerste gezicht kan het merkwaardig lijken dat iemand met zijn 'medische' achtergrond naar een bedrijf stapte in de agrobiotechnologie. Maar in die tijd had PGS ook een belangrijke afdeling van protein engineering, waarbij men proteïnestructuren onderzocht om nieuwe producten te ontwikkelen voor medische toepassingen. Vaeck moest deze tak uitbouwen en deed dat ook, maar raakte snel betrokken bij de plantenexperimenten zelf. Op die manier kwam hij aan het hoofd van de afdeling die zich bezighield met insectresistente planten. Dat was toen een van de belangrijkste projecten bij PGS en in 1986 leidde de research van Vaecks team tot een internationale doorbraak. Nochtans keek de wetenschappelijke wereld erg sceptisch naar de engineeringplannen van PGS, maar een aantal jaren bleek dat die oorspronkelijke doorbraak leidde tot het grootste commerciële succes in de plantenbiotechnologie. Het is zijn nieuwsgierigheid die hem langzaam heeft omgevormd tot ondernemer-manager. Bij PGS kreeg ook de managementmicrobe hem te pakken. Van de wetenschapper die een technologische doorbraak wil realiseren, evolueerde hij naar iemand die geïntrigeerd raakt door het mechanisme om dat technologische product naar de markt te brengen. Op dat vlak bleek de markante persoonlijkheid van Walter De Logi een baken en inspirator. Onder zijn impuls volgde Vaeck een MBA aan het prestigieuze Insead. Toen in 1990 PGS de afdeling protein engineering verkocht aan het Amerikaanse Corvas, intussen beursgenoteerd, zat Vaeck mee aan de onderhandelingstafel. Na dat succes hield hij het bij PGS voor bekeken. Een typisch patroon voor zijn carrière: na een hoogtepunt vertrekken. Vaeck: "Ik was het niet beu, maar wou een nieuwe uitdaging vinden." Daarop trok hij naar UCB. Al na anderhalf jaar ontdekte hij dat een multinational hem minder lag dan de pioniersdynamiek van een opstartbedrijf. Dus trok hij in 1992 naar Nederland. Hij werd directeur business development bij Eurocetus, een dochterbedrijf van het Amerikaanse biotechbedrijf Chiron, om de tak oncologie uit te bouwen. Anderhalf jaar later pas zat hij weer helemaal in zijn biotoop. Toen kwam ex-collega Marc Zabeau hem halen. Die had PGS verruild voor het directeurszitje van het Nederlandse agrobiotechonderneming Keygene. Het Nederlandse biotechbedrijf had technologie om via genetische 'merkers' het proces van de rassenkweek te verbeteren. Diezelfde merkertechnologie kon worden gebruikt om de genetische basis van menselijke ziektes op te sporen. Keygene had een directeur business development nodig en Vaeck voelde zich aangesproken. Eind 1995 brachten de aandeelhouders de medische toepassing van de technologie samen in Genscope, een nieuwe onderneming die haar zetel in de VS kreeg. Maar binnen het jaar kocht de Amerikaanse gigant Perkin Elmer het jonge Genscope. Bij die verkoop stapte ook een aantal werknemers over, waaronder Marc Zabeau. Dus werd Vaeck bijna als vanzelfsprekend de nieuwe chief executive officer van Keygene. Bijna twee jaar later kwam echter een nieuwe kans aangewaaid. En opnieuw was het iemand van het oude PGS-netwerk die Vaeck kon strikken voor een nieuwe job. Samen met Walter De Logi vormde Vaeck tussen 1998 en 2002 de sturende tandem van Ceres. Het Amerikaanse agrobiotechbedrijf ontpopte zich in die tijd tot een van de meest gereputeerde en leidinggevende in de wereld. Daarmee deden de twee managers waarvan vele Europeaanse wetenschappers dromen: een biotechonderneming opzetten in de VS. Europa is nog steeds bezig aan een inhaalbeweging tegenover Amerika. De sector is op het oude continent nu eenmaal jonger en minder matuur. Op zijn jaren in het zonnige Californië blikt Vaeck met een warm hart terug. "De Amerikaanse biotechindustrie heeft me altijd aangesproken," zegt Vaeck. "Bovendien was het boeiend om opnieuw met Walter samen te werken." Maar opnieuw kwam het moment van een nieuwe roeping. Bij Ceres ging het snel. In vier jaar tijd is het bedrijf uitgegroeid tot en onderneming met meer dan honderd werknemers. En sinds enkele maanden staat het bedrijf definitief op de kaart door een monsterdeal met Monsanto. Voor de onderhandeling van die deal was er voor Mark Vaeck een cruciale rol weggelegd. Na het succes kreeg Vaeck een aanbod uit België dat de cirkel rond maakte. Eindelijk wordt de manager nu ook zelf ondernemer. Want met Ablynx richt hij zijn eerste bedrijf op. Een workaholic is Vaeck niet. "Ik werk meer dan gemiddeld," zo zegt hij, "maar niet zeven dagen per week, van 's morgens tot 's avonds. Dat is niet vol te houden. Af en toe moet je afstand en rust nemen om de dingen strategisch te overdenken."Roeland Byl [{ssquf}]Vaeck heeft een staat van dienst die bij investeerders spontaan een glimlach op de lippen tovert en dollartekens tussen de wimpers projecteert.