Reacties: e-trends@trends.be
...

Reacties: e-trends@trends.beVerbazing alom toen topman Steve Jobs enkele weken geleden aankondigde dat Apple een contract had gesloten met Intel. De Pentium-processoren van de bekende Amerikaanse chipsbouwer vormen vanaf volgende zomer het hart van alle Apple-computers, inclusief de draagbare iBook en PowerBook. Ze komen in de plaats van de Power PC-chips waarop de fabrikant jarenlang een beroep deed. Intel-processors vinden vandaag vooral hun weg naar pc's van merken als Dell of HP en een hele reeks kleinere constructeurs. Die maken allemaal gebruik van het Windows-besturingssysteem van Microsoft, waardoor het lijkt dat Apple een stukje in de richting van zijn grote rivaal opschuift. Toch is dat niet de eerste zorg van Jobs. De overschakeling naar Intel-chips zal vooral een aantal technische en commerciële gevolgen hebben, waar consumenten alleen maar wel bij kunnen varen: Meer keuze: door zijn grote marktaandeel kan Intel het zich permitteren veel versies van zijn processors op de markt te brengen. Het aanbod gaat van relatief snel en betrekkelijk goedkoop tot supersnel en bijna onbetaalbaar. Ook Apple kan daardoor zijn aanbod verbreden. Goedkopere (vervang)onderdelen: de keuze voor een bepaald type processor bepaalt vaak ook welke andere onderdelen in de computer passen. Macintosh-gebruikers kunnen voortaan terugvallen op enkele typische pc-onderdelen die vaak goedkoper zijn. Beter vergelijkbaar: niets is zo obscuur als de snelheid van een pc, die vaak van een hele reeks factoren afhankelijk is. Macintosh en pc waren op dat vlak nooit vergelijkbaar, net omdat er andere processors werden ingezet. Apple heeft gebruikers altijd verteld dat de Power PC-chips efficiënter waren dan hun soortgenoten van Intel, maar kan (en moet) nu met vergelijkbare cijfers op de proppen komen. De deal betekent echter niet dat Apple de handdoek in de ring gegooid heeft en zich heeft aangesloten bij het Windows-kamp. De computerbouwer past dan wel zijn hardware aan, maar houdt vast aan het Mac OS X-besturingssysteem dat vandaag al gebruikt wordt. Het systeem wordt herschreven, zodat het overweg kan met de Intel-processoren, maar blijft qua functionaliteit onveranderd. Ook van de software die op de Mac draait, komt straks een Intel-versie op de markt. Voorts blijven Windows en Mac volledig gescheiden platformen. Programma's voor Windows draaien niet onder Mac OS X en omgekeerd. Hooguit kan je stellen dat het voor softwareschrijvers makkelijker wordt twee versies van hun product uit te brengen, omdat ze maar met één type processor rekening hoeven te houden. Maar wat als iemand op het idee komt om zich een goedkope pc aan te schaffen en daar Mac OS X op te installeren? Dat zou slecht nieuws zijn voor Apple, die het dan moeilijk krijgt zijn dure computers te verkopen, maar natuurlijk ook voor Microsoft. Puur technisch zou het geen probleem mogen zijn, maar Apple heeft ervoor gezorgd dat Mac OS X alleen samenwerkt met computers uit de eigen stal en levert het besturingssysteem alleen in combinatie met een nieuwe computer. Waterdicht is zo'n beveiliging natuur- lijk nooit: toen Apple kort na de aankondiging een Intel-versie van zijn besturingssysteem aan een paar softwarehuizen bezorgde, duurde het net geen week voor een onbeschermd exemplaar op het net opdook. Wie dat bemachtigt, kan wel degelijk Mac OS X op zijn pc installeren. Het leverde een mooi samenzweringsscenario op. Sommige sectorspecialisten zijn ervan overtuigd dat Apple meer kan verdienen aan de verkoop van Mac OS X en enkele softwarepakketten dan aan de computers zelf. Omdat Apple-producten de naam hebben een stuk veiliger te zijn dan Windows, zouden veel gebruikers overstappen, zo is de redenering. En dus zou het allemaal opgezet spel zijn: Jobs die zich eerst beklaagt over de uitgelekte kopieën om ze dan - omdat het kwaad toch al geschied is - officieel in de winkelrekken te leggen. Eén ding is zeker: Jobs laat zelden een kans onbenut om Bill Gates te slim af te zijn. Raphael Cockx