Met de overname van International Power schakelt GDF Suez vooral een grote concurrent uit op de niet-Europese markten.
...

Met de overname van International Power schakelt GDF Suez vooral een grote concurrent uit op de niet-Europese markten. International Power is een verre nazaat van National Power, dat ooit samen met de E.On-dochter Powergen de Britse markt domineerde. Maar intussen is de stroommarkt aan de overkant van het Kanaal een van de meest concurrentiële van Europa geworden: de grootste van de negen belangrijkste elektriciteitsproducenten heeft een marktaandeel van amper 15 procent. Dat vertaalt zich ook in scherpe prijzen. GDF Suez was er tot nu toe vooral actief als projectontwikkelaar. Maar de Britse regering besliste twee jaar geleden al dat er nieuwe kerncentrales moeten worden gebouwd, ter vervanging van het huidige productiepark en om te helpen bij het halen van de CO2-emissienormen. "De meeste sites voor nucleaire energie zijn in handen van British Energy, een dochter van EDF. Misschien kan GDF Suez daar samenwerken met anderen, maar de hoofdreden voor de operatie ligt in het internationale verhaal", stipt Dieter Furniere, energieanalist van KBC Securities, aan. Want op de groeimarkten buiten Europa heeft de crisis minder zwaar gewogen. Terwijl in Duitsland en België nucleaire taksen worden geheven, en de Franse regering zwaar weegt op de tarieven voor gas, heeft de groep elders veel minder last van politieke restricties. Dat het internationale hoofdkwartier van de groep daarbij gedeeltelijk naar Londen verdwijnt, is in wezen bijzaak: de echte strategische beslissingen worden toch in Parijs genomen. Hoewel de Vlaming Dirk Beeuwsaert de nieuwe voorzitter wordt van de groep, kan ook hij slechts constateren dat het belang van de oude thuismarkten Frankrijk en België, en bij uitbreiding van Europa, voor de nieuwe fusiegroep voort vermindert. Terwijl het oude continent voor GDF Suez nog goed was voor 40,2 van de 73,4 gigawatt productiecapaciteit voor elektriciteit, is dat bij de Britse groep amper een derde: 11 van de 34 GW. New International Power (NIP), de nieuwe dochter die voortaan de internationale activiteiten van de groep beheert, is goed voor een derde van de groepsomzet en bijna twee derde van de stroomproductiecapaciteit. NIP zal voor 66,1 gigawatt aan projecten operationeel hebben, terwijl er nog eens bijna 22 GW in de pijplijn zit. Daarmee wordt het ruim dubbel zo groot als de nummer twee op die markt, het Amerikaanse AES. De twee bedrijven zijn ook uiterst complementair: ze vullen elkaar aan in Azië, het Midden-Oosten en Noord-Amerika. GDF Suez is aanwezig in Zuid-Amerika, International Power in Australië. "Je ziet in die markt sowieso een tendens naar minder concurrentie en meer samenwerking", analyseert Furniere. "Elk contract wordt onafhankelijk bekeken, maar je ziet veel dat energiegroepen participaties nemen in elkaars centrales, om zo op elke markt aanwezig te kunnen zijn." Dat GDF Suez daar amper concurrentie heeft van de grote Europese energiegroepen, verbaast Furniere niet. "Dat is de erfenis van Tractebel, dat als een van de eerste internationaal actief werd. Ik zie ook niet zoveel opportuniteiten om puur organisch eenzelfde scenario op te zetten. Veel draait om de juiste contacten met de lokale overheden, en daarin hebben Tractebel en Suez jaren geïnvesteerd. Bovendien laat de kapitaalsstructuur van spelers als RWE en E.On zo'n avontuur momenteel niet toe." In omzet is de nieuwe combinatie de grootste energiegroep ter wereld. Met 84 miljoen euro gaat het nipt het Duitse E.On vooraf. Derde op de lijst is Electricité de France. Dat blijft in termen van geïnstalleerde productiecapaciteit het grootste energiebedrijf ter wereld. Wie de twee ranglijsten vergelijkt (zie kader), merkt echter de wereldwijde verschuivingen. In de omzet-ranglijst spelen de Europese marktpartijen nog altijd de eerste viool, maar op de andere lijst prijken nu al vier Aziatische bedrijvengroepen in de top 10. L.H.