Als u de waarde van uw portefeuille eind 2000 vergelijkt met de waarde eind 1999, en u hebt er in de loop van het jaar geen geld aan toegevoegd en er ook niets aan onttrokken, dan is de toe- of afname gelijk aan uw netto-opbrengst. En de netto-opbrengst gedeeld door de waarde eind 1999, is de procentuele toename of nettoreturn.
...

Als u de waarde van uw portefeuille eind 2000 vergelijkt met de waarde eind 1999, en u hebt er in de loop van het jaar geen geld aan toegevoegd en er ook niets aan onttrokken, dan is de toe- of afname gelijk aan uw netto-opbrengst. En de netto-opbrengst gedeeld door de waarde eind 1999, is de procentuele toename of nettoreturn.Had u in 1999 vooral in obligaties en kasbons belegd, dan was u waarschijnlijk best tevreden met die nettoreturn. Zat u uitsluitend in een gemiddelde van Belgische aandelen (groot en klein), dan zit u ergens tussen de 8% en de 12%.Dat is nu geschiedenis, en we moeten vooruitzien. Beleggen is een zaak op langere termijn. De resultaten van een beheer, vooral als het om aandelen gaat, kunnen niet op basis van één jaar worden beoordeeld. Schommelingen zijn inherent aan een aandelenbeurs. Ze vervullen een noodzakelijke rol in onze kapitalistische samenleving, ze zijn een essentieel onderdeel van de economische groei. Als u meedoet, wordt op u gerekend om een stuk van het risico op te vangen. En er zit 'gemiddeld genomen' een opwaartse drift in een breed gespreide portefeuille van aandelen. Wie wil profiteren van een beursopleving, moet er in de eerste plaats voor zorgen dat hij blijft beleggen. Het gaat niet op te stellen dat men zal instappen als het wat beter gaat op de beurs, want het grootste deel van de actie voltrekt zich op enkele cruciale dagen. U komt gegarandeerd te laat als u er niet in zit. Om te genieten van de positieve kant, moeten we dus ook bereid zijn te delen in de klappen. Grote beloften.De schommelingen van de aandelenbeurzen zijn een gegeven, en bij de samenstelling van een vermogensportefeuille mogen aandelen zeker niet ontbreken. Het is evenwel belangrijk om ze een juiste plaats toe te kennen. Zeker als men voor een belangrijk stuk van het inkomen van een roerend vermogen moet leven, zal het zelden voorkomen dat men voor meer dan 40% in een breed gespreide aandelenportefeuille belegt. Daarbij ga ik ervan uit dat men jaarlijks zowat 4% aan de portefeuille wil onttrekken, met de redelijke verwachting dat de waarde van de portefeuille in totaal met niet meer dan 10% kan zakken.De gemiddelde returnverwachting voor aandelen op lange termijn bedraagt ongeveer 9,5%. Na fiscaliteit en kosten wordt dat voor u als eindgebruiker ergens tussen 7,5% en 8%. Na inflatie wordt dat circa 6%. Maar voor obligaties en kasbons bedraagt de verwachte reële return na fiscaliteit ongeveer 1,5% à 2%.Een luid gejoel zal opstijgen bij de verkopers van aandelen en obligaties bij het aanhoren van deze cijfers: zij beloven allemaal veel meer, zij kunnen allemaal beter, en ze komen dan aandragen met de superreturns van dit fonds en dat fonds over het jongste jaar, de voorbije twee of vijf jaar. Zoals we allemaal weten, doet veel beloven en weinig geven de zotten in vreugde leven.Neem er tijd voor.Dus ik moet mijn stelling nog harder formuleren: alleen bij een degelijk beheer kunt u - als u systematisch 50% in aandelen en 50% in obligaties belegt - op lange termijn na fiscaliteit, beheerskosten en inflatie met een reële opbrengst van 4% rekenen, terwijl uw vermogen in stand blijft. Dat lijkt niets, maar daarmee kunt u echt rijk worden en blijven. Geen enkele verkoper zal het u durven garanderen. De belangrijkste vraag lijkt me wel: hoe komt u aan een degelijk beheer als u voor de opgave staat dat soort regelmatig inkomen te bekomen uit een beperkte portefeuille?U kunt in de praktijk ofwel de job zelf doen, ofwel één of enkele beheerders uitkiezen die het voor u zullen doen. Maar hoe beslist u dat? U bent immers voor het een noch voor het ander opgeleid.De eerste regel is: ga niet te vlug van start. Informeer uzelf, bij voorkeur enkele jaren voor u er echt voor staat. Wacht dus niet tot uw zaak verkocht is, of tot uw pensioenkapitaal wordt uitgekeerd om er u dan vlug-vlug vanaf te maken, om te kunnen gaan "genieten".Een voorbeeld: een man had zijn zaak in juni voor 50 miljoen frank verkocht. Hij wendde zich tot een gereputeerde effectenmakelaar, gespecialiseerd in privé-beheer. Op de vraag of hij het risico aankon, had deze geantwoord: "Wat dacht u wel?" Op zijn vraag: "Wat hebben die aandelen zoal opgebracht het voorbije jaar?" was er correct "20%" geantwoord.Dus vertrok de gepensioneerde zakenman naar de Azurenkust en meende dat hij wel 10 miljoen kon verteren. Tegen september evenwel was zijn portefeuille na een beurscorrectie met 40% in waarde gezakt. Toen wendde hij zich vertwijfeld tot een financieel planner. Een dure operatie, natuurlijk.Laten we even analyseren wat er fout ging. De beleggingsadviseur had de vragen gesteld die de Commissie voor het Bank- en Financiewezen (CBF) oplegt, maar eigenlijk had de klant die helemaal anders begrepen. Het is niet omdat u de risico's van een zaak meester bent, dat u ook beleggingsrisico's aankunt. Dat is iets helemaal anders. De jonge adviseur, zo bleek achteraf bij een autopsiegesprek met de planner, realiseerde zich helemaal niet dat de 50 miljoen zowat het totale vermogen van de man uitmaakten, en dat hij met dat bedrag zijn - vrij rijkelijke - levensstijl moest financieren. De moraal van dit verhaal: tussen gemiddelde en gerealiseerde beleggingsresultaten ligt een wereld van misverstanden. Als u zelf een regelmatig inkomen uit een portefeuille wil produceren, moet u de taal van de beleggerswereld begrijpen. Of u uw portefeuille nu zelf wil beheren of wil laten beheren: u moet uw doelstellingen duidelijk en op schrift formuleren. Bij het beheer van pensioenfondsen noemt men dat het Policy Statement. Daarover een volgende keer meer. De auteur is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en voorzitter van de Vlaamse Federatie van Beleggingsclubs en Beleggers (VFB).Emiel Van Broekhoven