In het begin van deze eeuw was de Franse hoofdstad nog het epicentrum voor de kunstmarkt en knooppunt van alle kunstscholen. Het is dus niet verwonderlijk dat het Italiaanse futurisme op 20 februari 1909 het daglicht zag in het dagblad Le Figaro, waarin de dichter en schrijver Marinetti zijn "Manifeste Futuriste" publiceerde. Hij hoopte dat dit manifest het kubisme, waar de Franse avant-garde zo mee bezig was, in de vergeethoek zou dringen.
...

In het begin van deze eeuw was de Franse hoofdstad nog het epicentrum voor de kunstmarkt en knooppunt van alle kunstscholen. Het is dus niet verwonderlijk dat het Italiaanse futurisme op 20 februari 1909 het daglicht zag in het dagblad Le Figaro, waarin de dichter en schrijver Marinetti zijn "Manifeste Futuriste" publiceerde. Hij hoopte dat dit manifest het kubisme, waar de Franse avant-garde zo mee bezig was, in de vergeethoek zou dringen. Marinetti maakt komaf met de traditionele kunst, zowel qua vormgeving, qua kleur als qua expressievormen. Hij verheerlijkt daarentegen de voornaamste eigenschappen van de moderniteit: snelheid, beweging, machine, communicatie. En volgens een beroemd gebleven formulering vindt Marinetti een racewagen veel leuker dan de "Overwinning van Samothrace"! Buiten Italië kreeg de futuristische beweging eigenlijk alleen in Rusland navolging, met kunstenaars zoals Tatline, Gontcharova, Larionov. Maar in Italië zelf was de belangstelling groot en onderging het futurisme na de Eerste Wereldoorlog een plastische en politieke evolutie die Marinetti op de duur aanspoorde om Mussolini te roemen en de beweging uit te roepen tot officiële kunst.Bij de Fondation de l'Hermitage vindt men de grote namen. Maar naast Umberto Boccioni, die de belangrijkste en beste vertegenwoordiger was (overleden in 1916), Carlo Carrà, Giacomo Balla, Gino Severini, Luigi Rossolo vinden we er ook de minder bekende kunstenaars, en zij die niet alleen als volgelingen bestempeld wilden worden: Enrico Prampolini, Fortunato Depero, Ivo Pannaggi en anderen. De benadering van de expositie toont aan dat er een wisselwerking bestond tussen de futuristische en andere vroegere of gelijktijdige plastische stromingen, of dat ze elkaar alleszins beïnvloed hebben. Wanneer men het "Parfum" (1909-1910) van Luigi Rossolo aanschouwt, is het duidelijk dat de kunstenaar zich heeft laten inspireren door de "divisionaire" techniek met beperkte kleuraanbreng, beïnvloed door het pointillisme van Signac. Bij Severini en Balla geven de kubistische vormen een nieuwe dynamiek aan de krommen en lijnen die elkaar opvolgen in een opmerkelijke decompositie ("Automobile en course", 1913) zoals ook Duchamp doet met zijn "Nu descendant un escalier". Het nationalisme waarvan het schiereiland doordrenkt was, werd weergegeven door het 'radicale' dat de schilders van de beweging kenmerkte: niet zozeer in een zoektocht naar een overdreven plasticiteit, maar eerder als integratie van de nieuwe dogma's van macht en stedelijk modernisme, zoals bij Tato, Fillia en Pannaggi. Het is vooral de Italiaanse inbreng die deze tentoonstelling, met een honderdtal werken uit de periode van 1909-1942, een "onuitgegeven" cachet bezorgt."Futurisme, l'Italie face à la modernité". "Fondation de l'Hermitage", 2 route du Signal, Lausanne. Tot 11 oktober. Tel.: 0041-21.320.50.01.Alain Delaunois