De Latemse galeriehouder Oscar De Vos wilde de zestigste verjaardag van het overlijden van Frits Van den Berghe (1883-1939) niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Want in eigen land mag Permeke dan wel de bekendste figuur uit het Vlaamse expressionisme zijn, internationale critici vinden Van den Berghe de sterkste en interessantste figuur. Ook de Nederlandse expert Piet Boyens, die enkele standaardwerken schreef over het Vlaamse expressionisme en die als gas...

De Latemse galeriehouder Oscar De Vos wilde de zestigste verjaardag van het overlijden van Frits Van den Berghe (1883-1939) niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Want in eigen land mag Permeke dan wel de bekendste figuur uit het Vlaamse expressionisme zijn, internationale critici vinden Van den Berghe de sterkste en interessantste figuur. Ook de Nederlandse expert Piet Boyens, die enkele standaardwerken schreef over het Vlaamse expressionisme en die als gastspreker deze expo kwam openen, deelt die visie. Een 30-tal werken, bijeengebracht uit privé-bezit, biedt in vogelvlucht een mooi overzicht van de belangrijkste (latere) fasen in 's mans oeuvre. Aanvankelijk schildert Van den Berghe, in 1908 benoemd tot leraar aan de Gentse academie, wat in het vaarwater van de impressionisten. Tijdens WO I verblijft hij in Nederland, waar hij samen met Gust De Smet in contact komt met de internationale kunststromingen, en de doorsteek naar het Vlaamse expressionisme realiseert. De Smet, een echt "schilderbeest", is op dat moment de betere van de twee, hij hanteert een veel sterkere constructieve taal. Van den Berghe zal pas omstreeks 1919 echt in gang schieten als schilder. Uit die periode stammen de "vroegste" werken op deze tentoonstelling, zoals "Obsessie" (1919), waarin hij Gust De Smet en z'n vrouw borstelt na het overlijden van hun zoon, of "De Ogen" (1920) waarin hij het bijbelse thema van de "kuise Suzanna" herwerkt, duidelijk beïnvloed door het kubisme. In de jaren die volgen, realiseert hij diverse hoogtepunten in z'n krachtige Vlaams-expressionistische stijl. Maar rond 1926 krijgt hij het gevoel wat vastgelopen te zijn in dat stramien. Hij ontdekt het surrealisme met z'n frottages en écriture automatique, gaat Freud en Jung lezen (al ontkent hij dat later, wellicht als reactie tegen het verwijt dat hij een te intellectualistisch schilder is). En vooral een tentoonstelling van Max Ernst in 1927 in Brussel brengt een ommekeer teweeg in Van den Berghes manier van schilderen. De materie - de drager, de verf - wordt veel meer voelbaar in z'n werk, toeval en improvisatie krijgen een veel grotere rol. Na 1930 schildert hij niet veel meer: de Brusselse galerie Le Centaure, waar hij voordien financiële steun vond, is failliet, en Van den Berghe moet om den brode aan de slag als illustrator (o.a. voor Vooruit). In '38 borstelt hij nog een schrijnend "Zelfportret", in '39 sterft hij na een lang aanslepende ziekte. Huldetentoonstelling Frits Van den Berghe, tot 7 juni in galerij Oscar De Vos, Latemstraat 94, 9830 Sint-Martens-Latem. Gratis toegang, dagelijks van 14 tot 18 uur, behalve op maandag. Tel. (03) 221.27.29.RAF PAUWELS