In april en mei kiezen de Fransen een nieuwe president en vervolgens ook een nieuw parlement, telkens voor een periode van vijf jaar. Het worden historische verkiezingen. In 2007 zal het precies veertig jaar geleden zijn dat Jacques Chirac voor het eerst verkozen werd in het parlement. Na zijn slome twaalfjarige presidentschap zullen de Fransen wel ongeduldig zijn om de macht over te dragen aan de volgende generatie. Ze zijn wantrouwig en ongeduldig ten opzichte van de politici en snakken naar verandering. Maar ze hebben zich in het verleden evengoed meesters getoond in het bereiden van verrassingen aan de stembus. Wat ook de uitslag zal zijn, vast staat dat 2007 een turbulent jaar wordt.
...

In april en mei kiezen de Fransen een nieuwe president en vervolgens ook een nieuw parlement, telkens voor een periode van vijf jaar. Het worden historische verkiezingen. In 2007 zal het precies veertig jaar geleden zijn dat Jacques Chirac voor het eerst verkozen werd in het parlement. Na zijn slome twaalfjarige presidentschap zullen de Fransen wel ongeduldig zijn om de macht over te dragen aan de volgende generatie. Ze zijn wantrouwig en ongeduldig ten opzichte van de politici en snakken naar verandering. Maar ze hebben zich in het verleden evengoed meesters getoond in het bereiden van verrassingen aan de stembus. Wat ook de uitslag zal zijn, vast staat dat 2007 een turbulent jaar wordt. In januari zal minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy met een overweldigende meerderheid genomineerd worden door de Union pour un Mouvement Populaire (UMP), de regerende centrumrechtse partij waarvan hij ook voorzitter is. Hij zal zijn ministerpost opgeven om wat afstand te nemen van de UMP-regering van Dominique de Villepin. Sarkozy zal campagne voeren rond een 'breuk' met het verleden en een grondige hervorming van het geblokkeerd Frans sociaal model, maar ook rond minder belastingen, grotere vrijheid voor de werkgevers om personeel aan te nemen en te ontslaan, grotere verplichtingen voor de werklozen om werk aan te nemen, afgeslankte overheidsdiensten en de afschaffing van de pensioenprivileges van de openbare sector. De socialisten daarentegen zullen beloven de sociale bescherming van de Fransen te verstevigen. Ze zullen ook een verhoging van het minimumloon, de nationalisering van de elektriciteitssector, een verstrakking van de regels over de 35-urige werkweek en het terugschroeven van belastingverlagingen in het vooruitzicht stellen. In november koos de partij Ségolène Royal als haar kandidaat, ten koste van Laurent Fabius en Dominique Strauss-Kahn. Royal is de lieveling van de kiezers en het moderne gelaat van de partij, maar het socialistische platform zal algemeen genomen toch naar de linkerzijde overhellen. De geschiedenis lijkt aan te tonen dat de socialisten zullen winnen. Sinds 1978 werd namelijk nooit een zetelende regering herverkozen. De huidige regering is bovendien onpopulair. Maar de uitdagende en superenergieke Sarkozy zal de prestaties van de regering die hij diende, hekelen en beweren dat hij een geschikt alternatief kan bieden. Zijn populistisch, keihard discours over veiligheid en immigratie komt goed aan in een land dat de extreem rechtse Jean-Marie Le Pen naar de tweede ronde van de presidentsverkiezingen van 2002 loodste. Tenzij hij serieus blundert, is Sarkozy de meest waarschijnlijke winnaar van de verkiezingen. Niets is echter zeker. De Franse politiek is hoogst onstabiel. Chirac wantrouwt Sarkozy, die zijn gaullistische partij inpalmde, en hij zal de hoop niet opgeven dat hij uiteindelijk eens zal struikelen. De Parti Socialiste heeft zichzelf schade berokkend door intern gekibbel en heel wat partijbonzen wantrouwen Royal. De campagne zal bol staan van de hightechglitter naar Amerikaans voorbeeld, maar ze zal ook verbitterd en smerig verlopen. Bovendien zal de eerste stemronde een versnipperd beeld opleveren. Communisten, groenen en trotskisten zullen links verdelen, maar ook rechts zal spleten vertonen, met het Front National dat zich in de marge zal bewegen en de Union pour la Démocratie Française (UDF) aan de rechterkant van het centrum. Een herhaling van 2002 kan niet uitgesloten worden: Le Pen zal niet alleen de vreemdelingenhaters naar zich toe trekken, maar ook elke stem tegen het establishment. Hij zou in de eerste ronde wel eens 15 % tot 20 % kunnen behalen. De Fransen zijn tuk op electoraal kattenkwaad. Zelfs een 'cohabitatie' van een parlement en een president van verschillende politieke kleur, kan niet uitgesloten worden. Na de verkiezingen zal het vertrouwen toenemen, want de Fransen zijn wanhopig om een einde te maken aan het chiraquisme. Toch zal er daarna beroering ontstaan. Als de socialisten winnen, zal de rivaliteit tussen de verschillende kampen de beleidsvoering destabiliseren. Als Sarkozy wint, dan zal dat protest en stakingen uitlokken wanneer hij zijn wervelende hervormingen wil doorvoeren. Zijn topkandidaten voor de post van eerste minister zijn François Fillon (een gewezen minister van Onderwijs) en Jean-Louis Borloo (de huidige minister voor Sociale Cohesie). Als Royal wint, zou ze Strauss-Kahn kunnen aanduiden. De diplomatie zal nieuwe prikkels krijgen. Om de geloofwaardigheid van Frankrijk te herstellen, zal de nieuwe president trachten om de gesprekken over Europa opnieuw op te starten en aansturen op een nieuw, afgeslankt institutioneel verdrag. Als hij verkozen wordt, zal de atlanticus Sarkozy al snel naar Washington reizen om de transatlantische banden te herstellen en de Franse diplomatie meer af te stemmen op de Amerikaanse lijn: minder gearabiseerd, minder gekant tegen Israël en met een hardere opstelling tegenover Iran. De meest dringende taak zal er echter in bestaan om greep te krijgen op de chronisch zieke Franse openbare financiën. De schuld zal boven 60 % van het bbp blijven zweven en de interestlasten zullen al het inkomen uit belastingen opslorpen. De economische groei zal ook niet veel soelaas bieden: het bbp zal amper met 2 % toenemen. De nieuwe president zou dan ook in de verleiding kunnen komen om de tegenstand van de drukkingsgroepen af te kopen, wat een ernstige hervorming van de openbare bestedingen zal doen stranden. De grootste uitdaging zal erin bestaan het vertrouwen in de politici te herstellen. De werkloosheid zal weliswaar terugvallen op 8 %, maar de Franse middenklasse zal zich geklemd voelen; het gemiddelde loon stagneerde namelijk in de voorbije jaren. Een jaar na de wijd verspreide rellen staan de verstoute Franse minderheden klaar om hun eisen te stellen. Ook het islamitisch terrorisme blijft een bedreiging. In 2007 heeft Frankrijk de kans om een nieuw begin te maken. Maar tenzij de nieuwe president erin slaagt om de ontmoedigden geloofwaardig hoop te bieden, stevent het land af op een nieuw jaar van tumult. De auteur is bureauchef Parijs van The Economist.Sophie Pedder