Door Wolfgang Riepl
...

Door Wolfgang RieplKaalgeschoren. Maar dan zonder zeep. Nee, Theo Van Gompel, vakbondsafgevaardigde van ACV Metaal, heeft al mooiere momenten beleefd. De bolwassing van de voorbije week woensdagnamiddag loog er niet om. Twee leden van het directiecomité van Ford Europe waren persoonlijk naar Ford Genk afgezakt. De staking die half januari uitbrak en een week aansleepte, heeft de belangrijkste werkgever in Limburg grote schade berokkend. Alle geplande investeringen worden in de koelkast gestopt. En als uitsmijter plaatste het Europese topduo de vakbonden voor het blok. In mei moeten ze met een akkoord voor de dag komen. Het verbiedt voortaan wilde stakingen. Blijkbaar haalde de Forddirectie de mosterd bij Michael O'Leary. De topman van Ryanair dreigde met een vertrek uit de luchthaven van Charleroi, na een wilde staking in april vorig jaar. Vakbonden en luchthavendirectie gaven toe, met knikkende knieën. "We zijn veroordeeld tot een akkoord", beseft Theo Van Gompel. "Het wordt een overeenkomst over te volgen procedures in geval van een staking. De grote uitdaging wordt alle werknemers achter dat akkoord te krijgen." Als toemaatje volgde op maandag 28 januari een brief van de directie van Ford Genk aan zijn werknemers. Wie niet wil meewerken aan de toekomst van het bedrijf, kan maar beter ophoepelen. Moeilijke dagen dus in Genk. Verwonderlijk, want de productie loopt als een trein. Voor de kwakkelende moeder Ford Motor Company zijn de modellen Galaxy, Mondeo en S-Max een zegen. Volgens Ford kampte de Europese auto-industrie in 2006 met een overcapaciteit van 14 %, maar de productiecapaciteit in Genk zal in 2008 met 109 % worden benut. Het aantal gemaakte wagens klimt van 1170 per dag begin 2007, naar 1280 wagens vanaf april 2008. Dat succes heeft een keerzijde. Het kwakkelende autoconcern was zelf verrast door de massale verkoop. Na de zware afslanking in Genk eind 2003 waarbij 3000 banen verdwenen, klimt de tewerkstelling opnieuw. Maar het aantal tijdelijke werknemers ligt hoog: vóór de staking 900 van de circa 6000 jobs. Niet toevallig begon de staking in dat werknemerssegment. Bij toeleverancier Syncreon (deurpanelen en bodembekabeling) legden de arbeiders op 14 januari het werk neer. Het personeelsbestand van Syncreon bestond in 2006 al bijna voor de helft uit tijdelijke werknemers, inclusief de uitzendkrachten. De Syncreonactie leidde tot een cascade van stakingen. Pas een week later, op 21 januari, was de storm voorbij. "Een aantal toeleveraars heeft te veel tijdelijke werknemers", oordeelt Peter Heller. De Duitser leidde Ford Genk van 1990 tot 1997. Dat het management met tijdelijke mensen werkt, is nochtans een goede zaak. Het beantwoordt aan de flexibiliteit van de automarkt, waar het heel moeilijk achterhalen is wat de uiteindelijke verkoop van een model zal zijn. Zeker het fel geplaagde Ford Motor Company voert een behoedzaam beleid. De autopoot lijdt al jaren bedrijfsverlies. Het gecumuleerde bedrijfsverlies tussen 2002 en 2006 bedroeg 23,9 miljard dollar (18,07 miljard euro). Einde 2006 had de moedermaatschappij een negatief eigen vermogen van minus 3,5 miljard dollar (2,62 miljard euro). "Maar te veel tijdelijke werknemers is problemen zoeken", waarschuwt Heller. "Die werknemers denken niet op de lange termijn. Ze willen in een korte periode maximaal geld verdienen. Ze klitten samen in groep en doen meestal de eenvoudigere jobs. De vakbonden hebben geen greep op die mensen." Peter Heller geeft daarom ook een sneer naar de bonden. De versnipperde slagkracht - drie vakbonden - verlaagt de vakbondsgreep op het personeel. Heller verwijst naar de Fordsite in Keulen, waar hij in het verleden aan de slag was. "In Keulen is deze wilde staking onmogelijk. De Mitbestimmung heeft uiteraard nadelen, maar bij Ford Keulen heb je één vakbond: IG Metall. Ik heb in Keulen één keer een wilde staking gekend. Na een uur was ze afgelopen. 'Ga terug werken!', overtuigde IG Metall de mensen." Maar Genk kampt met een bijkomend pijnpunt. Ook de loonevolutie kegelt de Limburgers uit de Europese competitie. Het loonverschil met Duitsland in de industrie bedraagt 6,7 %. Dat blijkt uit recent onderzoek van het Institut der deutschen Wirtschaft. De economische denktank in Keulen is een van de vier grote Duitse instellingen. De kloof vergroot tot ruim 9 % met Frankrijk. Ook daar heeft Ford een assemblagebedrijf. "Een klein land moet goedkoper zijn, gezien de kleine thuismarkt", waarschuwt Peter Heller. "De kosten mogen hier niet uit de pan swingen in vergelijking met de buurlanden." Uiteraard is de toekomst niet helemaal inktzwart voor Ford Genk. De troeven heten: kwaliteitsbewustzijn, efficiëntie en hoge productiviteit. En Ford Genk kan nog met een bijkomend element uitpakken. De steeds luidere roep naar loonsverhoging in Duitsland. Want de Duitsers zijn de aanhoudende loonmatiging beu. Ze gaven de voorbije zondag tijdens de deelstaatverkiezingen in Hessen en Niedersachsen een duidelijk links signaal. De Duitsers halen de buikriem al aan sinds 1991. (T)