De obligatierentes zijn laag en blijven nog heel lang laag. De kwantitatieve versoepeling van de Europese Centrale Bank is goed en slecht nieuws voor beleggers. Het programma zal de prijs van de risicovolle activaklassen in de hoogte jagen. Particulieren die vooral vasthouden aan risicoloze renteproducten, zoals spaarrekeningen, zullen er bekaaid van afkomen.
...

De obligatierentes zijn laag en blijven nog heel lang laag. De kwantitatieve versoepeling van de Europese Centrale Bank is goed en slecht nieuws voor beleggers. Het programma zal de prijs van de risicovolle activaklassen in de hoogte jagen. Particulieren die vooral vasthouden aan risicoloze renteproducten, zoals spaarrekeningen, zullen er bekaaid van afkomen. Vermogensbeheerders die gespecialiseerd zijn in obligaties, kiezen steeds vaker voor zogenoemde unconstrained fondsen. Dat betekent dat ze vrij kunnen zoeken naar rendement in om het even welk land en in om het even welk segment van de obligatiemarkt: hoogrentende obligaties, papier uit de opkomende landen of de perifere eurolanden, achtergestelde obligaties, geëffectiseerde obligaties en leningen. Soms kunnen ze zeer beperkt investeren in de aandelenmarkten. Het doel is beleggers een rendement van 4 à 6 procent boven de risicoloze rente te bieden. De volatiliteit moet in de lijn liggen van die van een klassiek obligatiefonds. Veel van die producten bestaan in een kapitalisatieversie. Van sommige is er ook een distributieversie, soms zelfs met driemaandelijkse uitkeringen. De meeste van die fondsen zijn vrij complex. Het beheer wordt vaak verdeeld over meerdere teams, die een segment krijgen toegewezen. Veel van die fondsen zijn dakfondsen, die via gespecialiseerde fondsen beleggen in verscheidene domeinen van de obligatiemarkt. M&G Optimal Income was een van de eerste flexibele obligatiefondsen. Het werd opgericht in 2006 en werd zeer populair door zijn prestatie tijdens de crisis van 2008. De portefeuille was toen zeer beperkt belegd in bankobligaties. "In theorie kunnen we de portefeuille voor 100 procent beleggen in één welbepaalde activaklasse", zegt Gordon Harding van M&G. "Maar in de praktijk verkiezen we een evenwichtigere aanpak. Terwijl we tot 20 procent kunnen beleggen in aandelen, vertegenwoordigt dat segment op dit moment slechts 0,5 procent van de beheerde activa." "We zijn al in 2008 beginnen na te denken over de versterking van ons flexibele fonds BlackRock BGF Fixed Income Global Opportunities", zegt Ahmed Talhaoui, hoofd obligatiestrategie bij BlackRock. "Het is geleidelijk aan duidelijk geworden dat het moeilijk zou zijn met dezelfde risico's dezelfde prestaties als in het verleden te halen. Sinds de crisis zijn de mogelijkheden waarop een klassieke beheerder kan reageren op een stijging van de tienjarige rente nog beperkter geworden." De belangrijkste kritiek op flexibele obligatiefondsen is dat het renterisico grotendeels is vervangen door een hele rist andere risico's, zoals wanbetalingsrisico's, wisselkoersrisico's en risico's op een beperkte liquiditeit, als de beheerder kiest voor een zeer beperkte emissie. Ze zijn vaak ook minder transparant voor beleggers dan klassieke fondsen die beleggen in overheidsobligaties, bedrijfsobligaties of papier uit de opkomende landen. Bovendien doen ze vaak een beroep op derivaten om snel specifieke risico's af te dekken of in te spelen op een specifiek beleggingsthema. Bij een traditioneel obligatiefonds is het grootste risico de duration. Dat is de rentegevoeligheid van een fonds en een maatstaf voor de looptijden van de obligaties in de portefeuille. Een fondsbeheerder belegt in lange looptijden als hij een daling van de rente verwacht. Omgekeerd focust hij op korte looptijden als hij rekening houdt met een stijging van de rente. Om in de huidige context een rendement van 4 tot 6 procent te halen, moeten de beheerders dus risico's nemen, ook al zouden de prestaties in principe minder te lijden moeten hebben onder een stijging van de obligatierente. Voor het overige is die klasse van fondsen nog te jong om hun prestaties tijdens een volledige baissecyclus te beoordelen. Het lijkt dus beter de belegging te beperken of die te spreiden over meerdere beheerders. Maar die potentiële risico's lijken beleggers niet af te schrikken. Al die fondsen beheren indrukwekkend veel geld, vanaf enkele honderden miljoenen tot enkele tientallen miljarden euro's. De flexibele obligatieformules bij BlackRock vertegenwoordigen bijvoorbeeld meer dan 35 miljard dollar aan beheerde activa, waarvan 6,2 miljard dollar voor BGF Fixed Income Global Opportunities. Het topfonds van M&G heeft sinds zijn lancering 36 miljard dollar opgehaald. FRÉDÉRIC DINEURDe belangrijkste kritiek op unconstrained obligatiefondsen is dat het renterisico grotendeels is vervangen door een hele rist andere risico's.