Voetbal is een teamsport, maar een penalty trappen is een eenzame beproeving. Het lijkt gesneden koek, maar er staat akelig veel op het spel. Een strafschoppenserie heeft niet zoveel te maken met het atletische karakter of de competentie van de spelers. De hamvraag is of ze hun zenuwen de baas blijven.
...

Voetbal is een teamsport, maar een penalty trappen is een eenzame beproeving. Het lijkt gesneden koek, maar er staat akelig veel op het spel. Een strafschoppenserie heeft niet zoveel te maken met het atletische karakter of de competentie van de spelers. De hamvraag is of ze hun zenuwen de baas blijven. In 1982 werd voor het eerst een strafschoppenreeks gebruikt om een WB-wedstrijd te beslissen. Sindsdien tekent zich een duidelijk patroon af. Engeland bengelt onderaan in de statistieken. Van de zeven strafschoppenseries tijdens een WB of een EK verloren ze er liefst zes. Ook met Nederland, dat vier van de vijf strafschoppenseries verloor, is het droevig gesteld. Wat een verschil met de Duitsers: van de vier WB-wedstrijden die beslecht werden door penalty's, wonnen zij er vier. De Tsjechen doen zelfs nóg beter: zij hebben tijdens een strafschoppenserie nog niet één penalty gemist. Vanwaar die nationale verschillen? Eén theorie luidt dat falen een gewoonte wordt. De kans dat een speler mist, is groter als hij -- of zelfs de ploeg -- eerder al penalty's heeft gemist. De spelers worden fatalistisch, ze schrijven het resultaat toe aan toeval en bereiden zich niet voor zoals het hoort. Een andere verklaring focust op cultuur. Volgens Jon Billsberry van de Deakin University in Australië "presteren landen met een collectivistische volksaard doorgaans veel beter in strafschoppenseries dan landen waar men individualistisch is ingesteld". Engelse spelers zijn zeer begaan met hun imago en denken al aan hoe genadeloos de media zullen reageren als ze missen. Daardoor slaan ze vaak compleet tilt: ze "bedenken totaal nieuwe manieren om te missen", stelt Jon Billsberry, zoals struikelen of de bal raken met hun scheen. Onderzoek door Geir Jordet van de Norwegian School of Sport Sciences bevestigt die theorie: stervoetballers missen volgens hem vaker dan spelers die minder worden opgehemeld. Analyse van de statistieken leert ons ook veel over de voltreffers. Als de penalty wedstrijdverlies kan voorkomen (omdat de score daardoor hoger uitvalt), dan is het risico dat de speler mist veel groter dan wanneer het gaat om een strafschop die naar de zege leidt. Geir Jordet detecteerde ook "emotionele besmetting" tussen strafschopnemers: wanneer een speler na een voltreffer zijn armen triomfantelijk in de lucht steekt, stijgt de kans dat zijn ploegmakkers scoren en daalt de kans dat de tegenstander de bal binnentrapt. Volgens Greg Wood van de Liverpool Hope University zijn succesvolle spelers geneigd te trappen volgens een bepaald schema, dat geen rekening houdt met de beweging van de doelman. Meestal zal de ploeg die de eerste strafschop mag nemen, de wedstrijd winnen: de tegenstander is aangewezen op achtervolgen en dat zorgt voor extra stress. Wat kunnen managers uit dit alles leren? Wanneer de druk toeneemt, is het zaak om te focussen op de prestatie van het eigen team. Piekeren over de tegenstander heeft weinig zin. Leg de klemtoon op positieve beloningen, niet op de prijs van een mislukking. Vier succes. En tracht, als het even kan, niet uit te komen tegen de Duitsers. THE ECONOMIST