Sinds 2008 is het fonds Carmignac Patrimoine erg in trek bij Belgische particuliere beleggers. Dat komt omdat dat gemengde fonds in het verleden correcties goed heeft doorstaan. Geïnspireerd door dat topfonds proberen veel andere Franse beheerders een plaats te veroveren op de Belgische markt. Dat doen ze met groeiend succes.
...

Sinds 2008 is het fonds Carmignac Patrimoine erg in trek bij Belgische particuliere beleggers. Dat komt omdat dat gemengde fonds in het verleden correcties goed heeft doorstaan. Geïnspireerd door dat topfonds proberen veel andere Franse beheerders een plaats te veroveren op de Belgische markt. Dat doen ze met groeiend succes. Het belangrijkste kenmerk van die fondsen is dat ze hun beleggingen in aandelen kunnen aanpassen. Ze kunnen die zelfs terugbrengen tot 0 procent, als er te veel volatiliteit is op de markten. De meest defensieve fondsen beperken hun aandelenportefeuille tot hooguit 30 à 35 procent van de activa, bij andere fondsen kan die verhouding oplopen tot 50 à 70 procent. De agressiefste producten zijn verplicht te investeren in aandelen. CPR Invest - Croissance Dynamique doet dat bijvoorbeeld voor 60 procent en DNCA Invest Evolutif voor 30 procent. Bovendien hebben ze de mogelijkheid tot 100 procent voor aandelen te gaan, als de omstandigheden heel gunstig lijken. Dat is nu het geval bij het fonds R Valor van Rothschild Patrimoine. Bepaalde fondsen kunnen hun strategie koppelen aan doelstellingen voor de volatiliteit of de duration (voor het obligatiedeel). En terwijl sommige producten focussen op de Europese markten (zoals DNCA Eurose), beschikken andere over een wereldwijd gediversifieerde portefeuille. Het is dus moeilijk die producten met elkaar te vergelijken, temeer omdat ook de obligatiesegmenten verschillende gradaties van risico omvatten. Keren Patrimoine behoort bijvoorbeeld tot de categorie van de defensieve fondsen. Het obligatiedeel bestaat wel voor een belangrijk deel uit highyieldobligaties, het meest risicovolle segment van de obligatiemarkten. 80 procent van de portefeuille is belegd in emissies met een rating lager dan BBB-. Na een vrij bewogen zomer is de gemiddelde prestatie van die producten lichtjes positief, met prestaties vanaf +3,9 procent voor Keren Patrimoine tot -5,4 procent voor R Valor (zie tabel). Voor de komende maanden hanteren de beheerders zeer uiteenlopende strategieën. Olivier de Berranger, de beheerder van Echiquier Arty bij Financière de l'Echiquier, heeft zijn belegging in aandelen teruggebracht tot onder de 30 procent. "Door de toegenomen volatiliteit op de financiële markten zijn we minder agressief dan aan het begin van de zomer. De markten zullen pas kalmeren als de onzekerheid omtrent de Chinese groei verdwijnt en er meer duidelijkheid komt over het Amerikaanse monetaire beleid. Dat kan nog een aantal maanden duren." Yoann Ignatiew, de beheerder van het fonds R Valor, blijft ervan overtuigd dat de beurzen de komende maanden de beste kansen bieden. Zijn fonds blijft voor 98 procent belegd in wereldwijde aandelen. Dat heeft sinds begin dit jaar een relatief teleurstellende prestatie opgeleverd. Ignatiew: "De economische situatie is niet heel duidelijk, maar ze lijkt ons wel beter dan hoe de markt ze inschat. Dat geldt vooral voor de Amerikaanse beurzen (64 % van de portefeuille). Als we de energiesector buiten beschouwing laten, bedroeg de groei over de eerste helft van dit jaar ongeveer 4,5 procent." De voorkeur van Ignatiew gaat naar sectoren die sterke groeivooruitzichten hebben en weinig worden beïnvloed door de rente. "Tussen 2008 en 2013 lieten we de financiële sector grotendeels links liggen. Nu ogen de winstvooruitzichten gunstig. Die sector vertegenwoordigt 18 procent van de activa." Bij de tien belangrijkste waarden van de portefeuille zijn de banken Morgan Stanley en Citigroup, en de verzekeraars Manulife en Metlife. De beheerder zet ook sterk in op het spoorvervoer, met posities als Canadian National Railway en Union Pacific. "Ondanks de tegenvallende conjunctuur in de olie-industrie blijft het spoorvervoer marktaandeel winnen. Dat is onder meer te danken aan het vooruitzicht van een nieuwe en strengere regelgeving voor het wegvervoer." Volgens Philippe Champigneulle, een van de beheerders van het fonds DNCA Invest Eurose bij DNCA Finance, is de daling van de olieprijs en de euro nog niet helemaal in de resultaten van de bedrijven ingecalculeerd. "De Europese PMI-index staat op meer dan 54, wat zich in de komende zes maanden moet vertalen in een versnelling van de winstgroei. De eurozone is de enige geografische regio waar de winst nog naar boven wordt bijgesteld." Het aandelendeel van DNCA Invest Eurose zit dicht bij het toegestane maximumniveau, of 28 procent van de activa, waaraan nog 4 procent converteerbare obligaties moet worden toegevoegd. In het obligatiesegment mijden de beheerders staatspapier van westerse landen. Het reële rendement ervan (gecorrigeerd voor inflatie) is vaak negatief. Hun voorkeur gaat naar bedrijfspapier, en vooral naar Europese en Amerikaanse highyieldobligaties. "Onze belegging in Europese obligaties bedraagt 60 procent van de activa", zegt Olivier de Berranger van Echiquier Arty. "De focus ligt op financiële groepen die correct zijn geherkapitaliseerd en kunnen profiteren van de heropleving op de obligatiemarkt. In highyieldpapier kunnen we eind dit jaar opnieuw meer risico nemen." Frédéric DineurHet belangrijkste kenmerk van flexibele fondsen is dat ze hun beleggingen in aandelen kunnen aanpassen.