De horeca heeft een slag thuis gehaald in de strijd tegen de hoge sociale en parafiscale lasten via de mogelijkheid flexi-jobs te creëren. Die flexibel inzetbare werknemers moeten vooral vermijden dat de personeelskosten op piekmomenten al te hoog oplopen. Het lijkt een interessante weg die ook andere sectoren aan het denken heeft gezet. Bakkers, slagers, garagisten, loodgieters, spoedartsen enzovoort kunnen hopen ook van deze mogelijkheid te genieten. De lijst zal ongeveer alle beroepen omvatten, want een overtuigende argumentatie om bijvoorbeeld bakkers niet het voordeel te geven dat de horeca ontvangt, lijkt onvindbaar.
...

De horeca heeft een slag thuis gehaald in de strijd tegen de hoge sociale en parafiscale lasten via de mogelijkheid flexi-jobs te creëren. Die flexibel inzetbare werknemers moeten vooral vermijden dat de personeelskosten op piekmomenten al te hoog oplopen. Het lijkt een interessante weg die ook andere sectoren aan het denken heeft gezet. Bakkers, slagers, garagisten, loodgieters, spoedartsen enzovoort kunnen hopen ook van deze mogelijkheid te genieten. De lijst zal ongeveer alle beroepen omvatten, want een overtuigende argumentatie om bijvoorbeeld bakkers niet het voordeel te geven dat de horeca ontvangt, lijkt onvindbaar. De creatie van flexi-jobs lijkt een snelle oplossing te bieden voor het loonkostenprobleem in de horeca. Door de verplichte invoering van de witte kassa, is zwartwerk in die sector zogoed als onmogelijk geworden. De redenering van de overheid lijkt te zijn dat men beter een beetje belastingen op een witte activiteit ontvangt dan niets op een zwarte activiteit. Vanuit een micro-economische invalshoek lijkt daar niet veel tegen in te brengen, tenzij het aspect van concurrentievervalsing. Wel blijft de vraag onbeantwoord waarom in een sector die aan geen enkele internationale concurrentie onderhevig is, een normale kostprijs niet in de verkoopprijs kan worden doorgerekend. Macro-economisch is de creatie van de flexi-jobs verontrustend. Zoals al aangegeven, zal het concept uitdeinen naar andere sectoren, waardoor de kostprijs voor de overheid sterk zal oplopen. Vanuit budgettair oogpunt zijn de flexi-jobs dus een slechte zaak: de schaarse middelen beschikbaar voor belastingverlagingen worden op een zeer selectieve wijze toegekend en worden dus meer dan waarschijnlijk niet op de meest efficiënte wijze gebruikt. Voor verlagingen van de belastingvoeten die iedereen ten goede komen, zal geen geld meer zijn. Ons land heeft al vele decennia lang een enorme fiscale handicap. Dat resulteerde in pogingen om de nefaste economische gevolgen daarvan te beperken via allerhande belastingvoordelen. Daardoor wordt de fiscaliteit ieder jaar complexer. De modale belastingbetaler heeft al lang afgehaakt. Hij doet geen enkele poging meer om de fiscaliteit nog te volgen. Het enige wat hem interesseert is of de voordelen van vorig jaar behouden bleven. Uitzonderlijk zal hij op nieuwe fiscale incentives ingaan als het voordeel substantieel en direct is. Voor de rest zoekt hij vooral uit hoe de fiscaliteit kan worden omzeild. De flexi-jobs zijn een voortzetting van het fiscale beleid uit het verleden: lagere belastingen voor een selecte groep via een verhoging van de fiscale uitgaven. Dit is niet wat we nodig hebben. Liever een beperkte belastingverlaging voor iedereen dan een tegemoetkoming aan de groep die het hardst kan roepen. We kunnen natuurlijk nogmaals pleiten voor een drastische belastinghervorming die de richting uitgaat van het invoeren van een vlaktaks. Fiscale voordelen die sneuvelen om lagere belastingtarieven toe te laten. De omgekeerde weg dus van de flexi-jobs. Maar toegegeven, de vele discours van de afgelopen jaren om lagere belastingtarieven en een beperktere complexiteit, hebben weinig of niets uitgehaald, zeker niet voor de belastingcomplexiteit. Het is dan ook zeer goedkoop om op dezelfde nagel te blijven kloppen. Die is al lang afgebroken; niemand luistert nog naar het geklop. Waarom dan geen meer realistisch beleid? Laat de regering aankondigen dat een belastingvoordeel enkel nog zal worden toegekend wanneer voor het dubbele bedrag bestaande fiscale uitgaven worden afgeschaft. De budgettaire winst die daarbij wordt gemaakt kan dan aan alle belastingbetalers toegekend worden via lagere tarieven of hogere belastingvrije minima. Zo ontstaat concurrentie tussen de drukkingsgroepen en zullen belastingbetalers geen bezwaar hebben tegen nieuwe belastingvoordelen. Als geen nieuwe belastingvoordelen worden toegekend, zal het beleid ook succesvol zijn, want dat levert ook budgettaire middelen op. De auteur is hoogleraar economie aan de VUB. JEF VUCHELENLiever een beperkte belastingverlaging voor iedereen dan een tegemoet-koming aan de groep die het hardst kan roepen.