De Nationale Bank van België wijst op de achteruitgang van onze export in 2005. Niet alleen in de buurlanden - onze 'thuismarkt' -, ook in de echte exportmarkten verder van huis, de nieuwe lidstaten van de Europese Unie en de groeiregio's van Azië en Latijns-Amerika, volgen onze exportprestaties niet meer de groei en het potentieel van die markten.
...

De Nationale Bank van België wijst op de achteruitgang van onze export in 2005. Niet alleen in de buurlanden - onze 'thuismarkt' -, ook in de echte exportmarkten verder van huis, de nieuwe lidstaten van de Europese Unie en de groeiregio's van Azië en Latijns-Amerika, volgen onze exportprestaties niet meer de groei en het potentieel van die markten. De appreciatie van de euro heeft gewogen op het concurrentievermogen van de meeste Europese economieën, maar de Nationale Bank van België (NBB) sluit aan bij de bevindingen van ING en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) waarmee Agoria, de federatie van de technologische industrie, uitpakt. België verloor de voorbije tien jaar, in vergelijking met Duitsland, in totaal 21 % marktaandeel. Ook Nederland en Frankrijk doen het beter. Ons handelsoverschot zit in een dalende lijn: het importvolume stijgt dubbel zo snel als het exportvolume. Dat zijn knipperlichten die de regering-Verhofstadt niet kan negeren. Plaats tegenover deze resultaten de conclusies van recent onderzoek aan de Universiteit Antwerpen ( Export opportunities and export promotion activities in Belgium: Is there any connection?) en het wordt tijd dat de raad van bestuur van Flanders Investment & Trade (FIT) maatregelen doordrukt om de exportpromotie (en het aantrekken van buitenlandse investeerders, want ook daar gaan we achteruit) meer slagkracht te geven. FIT moet durven platgetreden paden te verlaten. De Universiteit Antwerpen concludeert dat er nauwelijks een verband is tussen de inspanningen van FIT en het invullen van reële marktkansen. Waarom? Omdat de exportpromotie, de selectie van landen, handelsbeurzen en -missies te veel met de natte vinger gebeurt. FIT beschikt niet over een verfijnde methodologie om gericht te focussen op reële handelsopportuniteiten of om buitenlandse bedrijven aan te trekken die zich integreren in ons economische basisweefsel. Zeker, er wordt aan FIT gesleuteld en de kwaliteit van de Vlaamse economische vertegenwoordigers (Vlev) in het buitenland gaat erop vooruit, maar het moet sneller en efficiënter. De concurrentie wordt scherper. FIT moet intern en op het terrein nieuwe concepten uitproberen. Agoria Vlaanderen zet de toon met handelsmissies die niet zozeer producten maar totaalconcepten van complementaire exporteurs aanbieden. Eenzelfde complementariteit is mogelijk rond een grote Vlaamse investeerder in het buitenland en een cluster van toeleveranciers van bij ons. Meer samenwerking tussen FIT en IWT (Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen) kan zowel export als import van gerichte kennis bevorderen enzovoort. Ook bij FIT in het buitenland kan de marktkennis van het Vlev-netwerk beter ondersteund worden door gespecialiseerde productkennis vanuit de sectorfederaties. En er hoeven niet overal Vlamingen gedropt te worden. Lokale vertegenwoordigers met stevige netwerken en de jarenlange expertise in een bepaalde markt van lokale consultancyfirma's zullen de dienstverlening versnellen en verbeteren. Erik Bruyland