Een auto kopen met 136.000 euro cash die u al jaren thuis bewaart? De fiscus gelooft u niet. Veel zelfstandigen maken steeds dezelfde fouten met hun 'zwart' geld. Veel te weinig aangegeven gecombineerd met investeringen die cash worden betaald, is een gevaarlijke cocktail voor de belastingplichtige. Een zelfstandige die een Mercedes E300 had gekocht en cash betaald had, probeerde de betaalde som te verantwoorden met een bedrag van 136.000 euro die hij enkele jaren voordien van de bank had gehaald. De fiscus hechtte geen geloof aan het feit dat een dergelijke som thuis zou worden bewaard, terwijl de belastingplichtige perfect op de hoogte is van de voordelen van het bankwezen. Een dergelijk kapitaal thuis bewaren, brengt geen rendement op en is bovendien niet echt veilig te noemen. Het Hof van Beroep volgde he...

Een auto kopen met 136.000 euro cash die u al jaren thuis bewaart? De fiscus gelooft u niet. Veel zelfstandigen maken steeds dezelfde fouten met hun 'zwart' geld. Veel te weinig aangegeven gecombineerd met investeringen die cash worden betaald, is een gevaarlijke cocktail voor de belastingplichtige. Een zelfstandige die een Mercedes E300 had gekocht en cash betaald had, probeerde de betaalde som te verantwoorden met een bedrag van 136.000 euro die hij enkele jaren voordien van de bank had gehaald. De fiscus hechtte geen geloof aan het feit dat een dergelijke som thuis zou worden bewaard, terwijl de belastingplichtige perfect op de hoogte is van de voordelen van het bankwezen. Een dergelijk kapitaal thuis bewaren, brengt geen rendement op en is bovendien niet echt veilig te noemen. Het Hof van Beroep volgde het standpunt van de fiscus en wees de belastingplichtige terecht (Bergen, 14 februari 2007). Door recente wetgeving tegen het witwassen van geld is het overigens niet meer mogelijk om goederen met een waarde boven 15.000 euro cash te betalen. De sukkelaar kan maar twee kanten op: meer inkomsten aangeven of met kleinere wagens rond rijden. De ontvanger der registratie is uw bondgenoot als u onroerend goed inbrengt in een vennootschap. Wanneer een belastingplichtige een onroerend goed wenst in te brengen in een vennootschap, moet hij hiervan een waardering laten maken. De inbrengwaarde is medebepalend voor het aantal aandelen dat men in ruil voor de inbreng zal ontvangen. In de praktijk steunt de revisor zich op een geschatte waarde van de klant zelf of van een immobiliënexpert. Deze waarde wordt meestal algemeen aanvaard, maar is juridisch niet bindend voor de fiscus. De fiscus is gerechtigd om de inbrengwaarde (lees: overprijs) in vraag te stellen. Een goede verstaander heeft al begrepen dat een aanpassing van de inbrengwaarde automatisch tot een aanpassing (lees: verlaging) van het bedrag van de jaarlijkse afschrijvingen leidt. De fiscus is zelf geen expert, maar kan aan de ontvanger van de registratie een tweede opinie over de inbrengwaarde vragen. De ontvangers der registratie worden immers geacht deskundige schatters van onroerende goederen te zijn, van wie de objectiviteit niet in twijfel kan worden getrokken (Antwerpen, 5 december 2006). De ontvangers der registratie hebben in de praktijk minder problemen met een 'overprijs' dan hun collega's van de directe belastingen, omdat er dan ook meer registratierechten worden geïnd. De rechten worden immers berekend op het bedrag van de 'overprijs'. Het is enkel bij een 'onderprijs' dat de ontvangers der registratie benadeeld kunnen zijn. Verlaagd opklimmend tarief in vennootschapsbelasting alleen voor natuurlijke personen. Om te kunnen genieten van het verlaagd opklimmend tarief in de vennootschapsbelasting, is onder meer vereist dat de bedrijfsleider een minimale bezoldiging geniet. Toen de goeie ouwe Belgische frank nog bestond, sprak men van de regel van 1 miljoen. De vennootschap diende ten minste een bezoldiging van 1.000.000 frank (25.000 euro) aan één van haar bedrijfsleiders toe te kennen. Het zal u weinig verbazen dat dit bedrag ondertussen tot 36.000 euro is verhoogd. Het hof van beroep in Gent kreeg de vraag of de bedrijfsleider die de minimale bezoldiging moet genieten, een rechtspersoon kan zijn. De wet is op dit punt niet duidelijk. Daarom gaat het hof van beroep op zoek in de parlementaire voorbereidende werkzaamheden en besluit dat de wet uitsluitend natuurlijke personen bedoelt (Gent, 14 november 2006). Om het verlaagd opklimmend tarief in de vennootschapsbelasting te genieten, volstaat het dus niet om 36.000 euro bezoldiging toe te kennen aan een bedrijfsleider die een rechtspersoon is. Een streep door de rekening voor de bedrijven waarvan de raad van bestuur uitsluitend bestaat uit personen die hun mandaat via een managementvennootschap uitoefenen. Didier Van Laere is advocaat gespecialiseerd in fiscaal en vennootschapsrecht. De rubriek Fiscuriosa verschijnt elke eerste donderdag van de maand.WWW.TRENDS.BE Trendsblog: Fiscaal weetje van de week.Didier Van Laere