Volgens de letter van de wet moet Spanje 2,2 miljard euro boete betalen aan Europa. Het Europese verdrag is duidelijk. Als een lidstaat te weinig doet om het begrotingstekort terug te dringen tot onder 3 procent van het bbp, dan moet het land een boete betalen ter waarde van 0,2 procent van het bbp, met als enige uitzondering een duidelijk geval van overmacht, of een zware recessie. Spanje kan die excuses niet inroepen.
...

Volgens de letter van de wet moet Spanje 2,2 miljard euro boete betalen aan Europa. Het Europese verdrag is duidelijk. Als een lidstaat te weinig doet om het begrotingstekort terug te dringen tot onder 3 procent van het bbp, dan moet het land een boete betalen ter waarde van 0,2 procent van het bbp, met als enige uitzondering een duidelijk geval van overmacht, of een zware recessie. Spanje kan die excuses niet inroepen. Vorige week bevestigde de Europese Commissie echter dat ze Spanje en Portugal, dat in het zelfde schuitje zit, geen boete oplegt. Daar zijn verschillende conclusies aan vast te knopen. Door het Europese verdrag als een vodje papier te behandelen, kan in die beslissing een verdere afbraak van het Europese huis gezien worden. Maar de beslissing is ook een signaal dat Europa, net als de rest van de wereld trouwens, het budgettaire soberheidsbeleid wil afbouwen om het herstel meer kansen te geven en om meer in te zetten op broodnodige hervormingen. Dat is toe te juichen, op voorwaarde uiteraard dat die hervormingen er ook daadwerkelijk komen. Voor de geloofwaardigheid van de Commissie is de absolutie voor Spanje en Portugal een behoorlijke klap. De Commissie hoort de naleving van de Europese verdragen en regels te bewaken, maar een politiek gemotiveerde beslissing haalt het hier van een strikte toepassing van de wet. "Het Europese stabiliteitspact sterft zo voor de tweede keer", zegt Daniel Gros, directeur bij de denktank CEPS. De eerste keer was in 2003, toen Duitsland en Frankrijk een loopje mochten nemen met de begrotingsregels. De gevolgen van die fiscale losbandigheid werden pijnlijk duidelijk tijdens de eurocrisis vanaf 2011. Ook in Italië dreigt de Europese Commissie opnieuw in het zand te bijten. Volgens de letter van de wet moeten voortaan ook obligatiehouders betalen voor het redden van de Italiaanse banken, maar dan leiden ook heel wat Italiaanse gezinnen verlies. Dat is politiek onaanvaardbaar voor de Italiaanse premier, Matteo Renzi, en dus wordt koortsachtig gezocht om de Europese regels te buigen in functie van het Italiaanse politieke belang, en misschien ook in het belang van de Europese zaak. Want met boetes aan Spanje of het raken van de Italiaans spaarder zou Europa zich nog minder populair maken dan het al is. Er zit nog meer wijsheid in de beslissing Spanje en Portugal geen boete te geven. De Europese strategie van hervormingen afdwingen en tekorten relatief snel terugduwen is niet de meest succesvolle geweest. De negatieve impact van bezuinigen op de economie is duidelijk onderschat. In een economie die kampt met een zwakke vraag en nog niet op volle toeren draait, snijden besparingen diep in het vlees en kosten ze veel groei. Het resultaat is een recessie die de capaciteit om schulden terug te betalen nog meer ondermijnt, ondanks de besparingen. In die omstandigheden, die van toepassing zijn op de meeste Europese economieën, is een verstandig investeringsbeleid door de overheid misschien wel een must om het economische herstel echt op de rails te krijgen. Het budgettaire beleid is in Europa trouwens niet langer restrictief sinds vorig jaar, maar van een expansief beleid is nog lang geen sprake. Dat mag natuurlijk geen vrijgeleide zijn om een onbezonnen expansief fiscaal beleid te voeren. De Spaanse argumentatie om te ontsnappen aan de Europese boete biedt een interessant compromis. Spanje vraagt uitstel voor het verder terugdringen van het begrotingstekort, maar belooft door te gaan met hervormingen die op termijn groei en banen opleveren. Spanje deed dat de voorbije jaren met succes, maar voor de combinatie van hervormingen én besparingen is het politieke draagvlak te klein geworden. Spanje krijgt nu de zegen van de Europese Commissie voor de nieuwe aanpak. Een fiscaal pardon in ruil voor hervormingen, het wordt de fiscale New Deal van Europa. Hier niet alleen trouwens. Japan volgt sinds kort dezelfde koers, het Verenigd Koninkrijk zal de schade van de brexit proberen te temperen met een losser fiscaal beleid, en ook de nieuwe Amerikaanse president - of het nu Clinton of Trump wordt - wil meer inzetten op publieke investeringen. Er lijkt dus een fiscale dooi op komst, die mondiale groei kan ondersteunen. De regering-Michel volgt die nieuwe Europese koers al enkele jaren, met een focus op hervormingen, terwijl het dichten van het tekort in de begroting geen prioriteit meer lijkt. Niemand gelooft nog dat de regering-Michel tegen 2019 een begroting in evenwicht kan afleveren. Europa zal er niet langer een traan om laten. Uitgeven is natuurlijk gemakkelijker dan hervormen, en precies daarom zijn er strikte regels ingevoerd. Pijnlijk hervormen loont nochtans, zoals precies Spanje dat aantoont. DAAN KILLEMAESEr is een fiscale dooi op komst die mondiale groei kan ondersteunen.