Het eens zo kommerloze leventje van de rentenierende Belg lijkt voorgoed voorbij. Niet alleen wegens het grillige beursklimaat, vooral de juridische evoluties wekken onrust. De optie voor de handgift is niet meer evident, het bankgeheim blijkt relatief te zijn, de (wellicht uitgestelde) spaarrichtlijn zet de anonimiteit over de grens op de helling, de aandelen aan toonder worden geviseerd, de strijd tegen de fiscale fraude wordt opgevoerd, de schenkings- en successierechten veranderen slag om slinger en de vertrouwde levensverzekering blijkt in sommige gevallen niet zo betrouwbaar meer te zijn.
...

Het eens zo kommerloze leventje van de rentenierende Belg lijkt voorgoed voorbij. Niet alleen wegens het grillige beursklimaat, vooral de juridische evoluties wekken onrust. De optie voor de handgift is niet meer evident, het bankgeheim blijkt relatief te zijn, de (wellicht uitgestelde) spaarrichtlijn zet de anonimiteit over de grens op de helling, de aandelen aan toonder worden geviseerd, de strijd tegen de fiscale fraude wordt opgevoerd, de schenkings- en successierechten veranderen slag om slinger en de vertrouwde levensverzekering blijkt in sommige gevallen niet zo betrouwbaar meer te zijn. In dat kader past ook de eenmalige bevrijdende aangifte (EBA), de zogenaamde fiscale amnestie. Sinds 1 januari is het mogelijk om absolutie te krijgen voor in principe elke fiscale pekelzonde. Veel frauderende landgenoten worstelen nu met de vraag: 'Kom ik uit de kast of niet?' In de praktijk heerst na zes maanden EBA immers nog altijd de grootste verwarring over de nieuwe regeling. Wat veel landgenoten echter niet weten, is dat er eigenlijk drie opties zijn. Naast de keuzes om in de illegaliteit te blijven of een EBA in te dienen, is er nog de mogelijkheid om de zonden op te biechten aan de lokale controleur. 'Spontane regularisatie' heet dat. De optie om in de illegaliteit te blijven, is in geen enkel geval aangewezen. 2004 biedt een unieke gelegenheid om een legale spons over het verleden te wrijven. Het ziet er immers naar uit dat het na 2004 menens wordt met de strijd tegen de fiscale fraude. Ook is er een evolutie in de strafrechtelijke rechtspraak die ertoe zou kunnen leiden dat zwart geld nooit meer terug in België raakt. De spontane regularisatie bestaat al sinds het moment dat de aangifteplicht in België is ingevoerd en blinkt uit in eenvoud. Een belastingplichtige die een vergetelheid ontdekt in zijn aangifte of het (bewust) niet zo nauw heeft genomen met de fiscale wet, deelt dat spontaan mee aan zijn controleur. Gaat het om een vergetelheid, dan is het evident dat deze kan worden rechtgezet. De berouwvolle zwendelaar moet dan hopen op de clementie van de controleur. Maar die controleur mag bij het bepalen van de bestraffing nooit afwijken van de fiscale wet die van openbare orde is. Concreet: hij mag geen deal sluiten over onderdelen als de belastbare basis, het tarief en de nalatigheidsintresten. Die staan vast. Over de sanctie (boete of belastingverhoging) en in mindere mate de toepasselijke aanslagtermijn (meestal drie of vijf jaar) kan wél een overeenkomst gesloten worden. De sanctie is momenteel het onderwerp van discussie. Tot voor kort bestond een administratieve regel dat de controleur in geval van spontane regularisatie geen belastingverhoging kon opleggen. Maar die richtlijn werd door een circulaire van 13 januari 2004 opgeheven. De controleurs moeten zich nu baseren op wat in de wet en de Koninklijke Besluiten staat. In de praktijk betekent dit dat de belastingverhoging wordt opgelegd volgens de aard en de ernst van de fraude. Het KB voorziet in een standaardverhoging naar gelang van de ernst van de overtreding. Die gaat van 10 % via 20 % naar 30 % bij het ontbreken van opzet, naar 50 % via 100 % tot 200 % in geval van opzet. Wettelijk bestaat er over de sanctie dus een onderhandelingsmarge. Gelet op het spontane karakter lijkt een belastingverhoging van 10 % à 20 % redelijk en een verhoging van 50 % te veel. Voor deze onderhandeling mag u een beroep doen op een tussenpersoon die anoniem in plaats van de belastingplichtige gaat onderhandelen. De spontane regularisatie is in principe snel en efficiënt, en in geval van fraude met roerende voorheffing ook goedkoop. Ook blijkt uit de praktijk dat het vrijgeven van de anonimiteit alleen beperkt blijft tot de lokale controleur. U wordt met andere woorden niet geboekstaafd als tot inkeer gekomen fraudeur op één of andere nationale lijst. Voorts hebt u de vrijheid om met het bekendgemaakte vermogen te doen en te laten wat u wilt. Er is dus geen investeringsverplichting of deponeringsverplichting. Natuurlijk heeft het systeem ook nadelen. De anonimiteit moet hoe dan ook prijsgegeven worden en het belangrijkste nadeel blijft het feit dat u niet officieel vrijgesteld wordt van strafrechtelijke vervolging. Ook al valt dat in de dagdagelijkse realiteit wel mee. Zodra u een regeling hebt getroffen met de fiscus, blijkt dat er geen mededeling volgt aan het parket. En zelfs als dat wél zou gebeuren, is het helemaal niet zeker dat u vervolgd en bestraft wordt. De gerechtelijke autoriteiten hebben immers wel andere varkentjes te wassen dan mensen die zich vrijwillig melden bij de fiscus. Ten slotte is deze regeling geen low cost-oplossing. U moet immers alle bewijzen verzamelen uit het buitenland en een beroep doen op een specialist. Over de spontane regularisatie is onlangs commotie ontstaan in de pers en de politiek, waarbij de regeling werd omschreven als een 'achterpoortje'. Maar aangezien de spontane regularisatie een gewone toepassing is van het wetboek Inkomstenbelastingen, is er geen sprake van een achterpoortje. Toch staan er belangrijke veranderingen op til. Vanaf 1 januari 2005 schrijft de wet immers voor dat de belastingverhoging voor gevallen die onder de EBA hadden kunnen vallen minimaal 100 % zal bedragen. Aangezien dit een wettelijke bepaling is, die omtrent het minimum geen marge laat, zal het vanaf 2005 niet meer mogelijk zijn om een lagere verhoging toe te staan. De EBA is op zich ook bijzonder eenvoudig. Fraudeurs kunnen fiscale en strafrechtelijke absolutie krijgen als ze een EBA ondergaan en 9 % boete betalen. De EBA kan discreet ten opzichte van de fiscus bij een bank of verzekeringsinstelling worden gedaan. Het vermogen wordt naar België gerepatrieerd. Als u ervoor kiest om met het vermogen in het buitenland te blijven, dan moet u de verklaring bij de Schatkist afleggen. Op grond van die aangifte krijgt u een attest. Het algemene tarief is 9 % (altijd van toepassing op toonderstukken) of 6 % als u het vermogen investeert (of herinvesteert) volgens bepaalde voorwaarden en dat voor een periode van drie jaar. Daartoe moet u een bankwaarborg stellen van 6 %. Leeft u de investeringsvoorwaarde na, dan krijgt u de bankwaarborg terug, zoniet gaat die naar de staat. In dat geval betaalt u dus 12 % in plaats van 9 % of 6 %. Het belangrijkste voordeel van EBA is dat de wet uitdrukkelijk stelt dat u 'onweerlegbaar en definitief bevrijd' bent van alle belastingen. Er zijn echter een aantal wolfsijzers die de eenvoud en rechtszekerheid ernstig op de helling zetten. Zo bestaan er nog belangrijke vraagtekens rond de discriminatie, de anonimiteit en de belastbare basis. Als de politici willen dat de maatregel succesvol wordt, dan moet hierover duidelijkheid bestaan. Vandaag spreekt de EBA-wet immers nergens over anonimiteit, u kunt hoogstens hopen op discretie. Bovendien mag u niet vergeten dat er nog altijd geen Vlaamse EBA-regeling voor successierechten bestaat. Onlangs is wel de Brussels en Waalse regeling in het Staatsblad verschenen. Voor Vlaanderen vallen de successierechten er in principe dus niet onder. Wel worden de strafrechtelijke gevolgen uitgewist. Tot slot is er de onzekerheid die verbonden is aan de uitbreiding van de preventieve witwaswet. In januari 2004 is het toepassingsgebied van deze wet op verschillende vlakken aanzienlijk uitgebreid. Belastingplichtigen die van de EBA zouden willen gebruikmaken, hebben door die uitbreiding ook misdrijven gepleegd die onder deze nieuwe wet vallen (bijvoorbeeld misbruik van vennootschapsgoederen of misbruik van vertrouwen). De EBA-wet bepaalt uitdrukkelijk dat als dit het geval is, het attest niet het gewenste resultaat heeft. U hebt met andere woorden een eenmalige (op dat vlak) niet-bevrijdende aangifte gedaan én betaald. Vooral voor berouwvolle bedrijfsleiders hypothekeert deze uitbreiding de EBA aanzienlijk. Nog dit: België is verplicht om deze wetgeving dit jaar nog verder uit te breiden (per 15 december 2004). Alle misdrijven die bestraft worden met een gevangenisstraf van meer dan één jaar, zullen dan geviseerd worden. Daardoor zullen in principe álle EBA-attesten die worden afgeleverd niet meer bevrijdend werken. Elke fraude kan immers bestraft worden met gevangenisstraf van twee jaar. Men mag hopen dat dit alleen zal gelden voor attesten afgeleverd ná de uitbreiding van de preventieve witwaswet... Stel dat Sylvain in 1995 een wit bronkapitaal van 100 euro heeft verworven dat jaarlijks 4 % intrest oplevert. Het wit bronkapitaal komt voort uit de verkoop van een huis, de verkoop van aandelen, een erfenis, een schenking, een pensioenkapitaal, een schadevergoeding, of dergelijke meer. Met het rendement heeft hij op 31 december 2003 een kapitaal van 136 euro op zijn rekening, maar de intresten zijn niet aangegeven. Waarvoor moet Sylvain nu kiezen? Vanuit het oogpunt van kostprijs is de oefening snel gemaakt. Bij EBA betaalt hij in principe 3,24 euro of zelfs 2,16 euro bij toepassing van het 6 %-tarief (met een waarborgverplichting van 2,16 euro). De kostprijs van een spontane regularisatie is afhankelijk van de deal die zijn raadsman kan sluiten. Wordt de driejarige aanslagtermijn toegepast, dan is de kostprijs in geval van een boete van 0 % via 20 % tot 50 % respectievelijk 1,80, 2,04 of 2,40 euro. Wordt de vijfjarige aanslagtermijn toegepast, dan is de kostprijs 3,00, 3,48 of 4,20 euro. Aangezien de kostprijs vrij gelijklopend is, zal Sylvain zijn keuze moeten maken op grond van andere argumenten. Hier moet hij de voor- en nadelen van elke regeling afwegen. Stel dat Sylvain sinds 1995 in het zwart werkt. Er is dus geen sprake van een wit bronkapitaal. In dit geval is een EBA altijd goedkoper. Immers 9 % of 6 % weegt nooit op tegen de progressieve inkomstenbelasting vermeerderd met socialezekerheidsbijdragen en BTW-implicaties. Wel moet Sylvain rekening houden met het feit dat zijn EBA niet bevrijdend werkt voor de zwarte beroepsinkomsten van 2002, 2003 en 2004. Die vallen immers niet onder de EBA-wetgeving. Voor die inkomsten heeft een EBA-bijdrage betalen géén zin (ondanks betaling werkt ze niet bevrijdend). Als Sylvain ook dat wil regulariseren, dan is zijn enige mogelijkheid alsnog aangeven en dus spontaan regulariseren. Maar stel dat hij in 1995 een erfenis heeft ontvangen die niet werd aangegeven. Er is opnieuw geen sprake van een wit bronkapitaal. Ook in die hypothese verdient de EBA altijd de voorkeur. De tarieven van 6 % of 9 % zijn immers in bijna elk geval goedkoper dan de claim voor successierechten. Maar Sylvain houdt in deze best rekening met het feit dat er voorlopig nog geen Vlaamse fiscaleamnestieregeling is (wel een strafrechtelijke amnestie). Tot slot zou je ook kunnen vertrekken van de hypothese dat Sylvain tot 1985 fiscale misstappen heeft begaan (erfenissen zonder aangifte ontvangen, in het zwart gewerkt en meer van dat fraais). Sindsdien heeft hij geen nieuwe zwarte kapitalen ontvangen. Wel geeft hij zijn inkomsten op het zwarte vermogen niet aan. Wat moet hij doen? Als hij opteert voor een EBA, dan is de vraag welk bedrag hij moet aangeven. Houdt hij rekening met de fiscale aanslagtermijnen, met de strafrechtelijke verjaringstermijnen of speelt hij op veilig en geeft hij alles aan? Als hij de minister van Financiën gelooft, dan doet hij best het laatste. Maar zou Sylvain niet beter opteren voor een spontane regularisatie? In dat geval betaalt hij gewoon belasting over de laatste drie of vijf jaar met een bepaalde belastingverhoging. Dat is financieel veel aantrekkelijker dan de EBA, die in zijn veiligste lezing de toepassing vereist van 9 % of 6 % op het totale buitenlandse vermogen. Wel heeft hij geen strafrechtelijke immuniteit. Die zou hij wel krijgen met een EBA. Afhankelijk van de concrete omstandigheden waarin Sylvain zich bevindt, zal hij een keuze moeten maken. De keuze om in de illegaliteit te blijven, is nooit aangewezen. In veel gevallen zal een EBA de beste oplossing zijn. De optie om spontaan te regulariseren mag tegelijk ook niet uit het oog worden verloren. Denk daarbij maar aan gevallen van 'oude' fraude, waarbij u niet weet hoe ver in de tijd u moet teruggegaan, of aan de klassieke fraude met roerende voorheffing. Over de mogelijke sanctie kan worden onderhandeld. De minister van Financiën bevestigde naar aanleiding van een parlementaire vraag dat hij in deze materie een voorstel heeft ontvangen van het hoofdbestuur van het ministerie van Financiën. Dat is een goede zaak. Een landelijke uniforme regeling heeft alleen maar voordelen. Tot op vandaag is de bestraffing in geval van een spontane regularisatie immers à la tête du client. De officiële inhoud van het voorstel is nog niet bekend. In de wandelgangen is te horen dat de inhoud van het voorstel de toepassing is van de vijfjarige aanslagtermijn met een belastingverhoging van 50 %. Alain Nijs - Anton van Zantbeek - Alain VerbekeMinister Reynders zit fout. Spontane regularisatie kan wél, maar vanaf januari worden de boetes veel hoger. Bij een spontane regularisatie kunt u onderhandelen over uw boete. Een belastingverhoging tot 20 % is billijk, 50 % is te veel.