Het Generatiepact wil mensen langer aan het werk houden. Het aantal fiscale maatregelen dat daarvoor in stelling wordt gebracht, valt echter erg bescheiden uit. Er wordt wat gesleuteld aan de fiscale behandeling van de aanvullende vergoedingen die aan bruggepensioneerden worden uitgekeerd. Het brugpensioen wordt daardoor wat minder aantrekkelijk. Maar over de juiste draagwijdte van deze maatregel bestaat nog grote onduidelijkheid.
...

Het Generatiepact wil mensen langer aan het werk houden. Het aantal fiscale maatregelen dat daarvoor in stelling wordt gebracht, valt echter erg bescheiden uit. Er wordt wat gesleuteld aan de fiscale behandeling van de aanvullende vergoedingen die aan bruggepensioneerden worden uitgekeerd. Het brugpensioen wordt daardoor wat minder aantrekkelijk. Maar over de juiste draagwijdte van deze maatregel bestaat nog grote onduidelijkheid. Decumul. Tegenover de maatregel die het brugpensioen mee moet helpen ontmoedigen, staat een maatregel die net het omgekeerde effect heeft. Die heeft te maken met de doorgedreven 'decumul' die enkele jaren geleden, in het kader van de hervorming van de personenbelasting, werd ingevoerd. De 'decumul' houdt in dat omzeggens alle belastbare inkomsten van gehuwden (en van wettelijk samenwonenden) afzonderlijk worden belast in hoofde van de echtgenoot (of wettelijk samenwonende) die ze heeft genoten of aan wie ze fiscaal worden toegerekend. De 'decumul' bestond voorheen ten aanzien van de beroepsinkomsten, maar nog niet voor bijvoorbeeld onroerende inkomsten. Ook de belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten werd nog niet op gedecumuleerde wijze berekend (zodat een echtpaar slechts eenmaal recht had op de vermindering en bij de berekening ervan de inkomsten van beide echtgenoten samen in aanmerking werden genomen). In het kader van de hervorming van de personenbelasting werd beslist dat de 'decumul' vanaf het aanslagjaar 2005 in principe ten aanzien van alle inkomsten geldt, en dat ook de belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten vanaf hetzelfde aanslagjaar gedecumuleerd wordt berekend. In een poging om de brugpensioenen fiscaal te ontmoedigen, werd toen ook beslist, dat de gedecumuleerde berekening van de voormelde belastingvermindering niet van toepassing zou zijn op 'nieuwe' brugpensioenen (die ingaan vanaf 1 januari 2004). De nieuwe brugpensioenen zouden zo hetzelfde lot ondergaan als de werkloosheidsuitkeringen (waarvoor de belastingvermindering ook nog 'gecumuleerd' wordt berekend). Dat de 'nieuwe' brugpensioenen fiscaal achteruitgesteld zouden worden, heeft in syndicale kringen kwaad bloed gezet. Zij eisten met luide stem dat de discriminerende behandeling van de 'nieuwe' brugpensioenen ongedaan zou worden gemaakt. In het getouwtrek rond het Generatiepact hebben ze genoegdoening gekregen. De wet van 23 december 2005 over het Generatiepact schrapt de 'gecumuleerde' berekening van de belastingvermindering ten aanzien van 'nieuwe' brugpensioenen. Met terugwerkende kracht. Pensioen. Dezelfde wet bevat een maatregel gericht op 'langer werken'. De maatregel heeft te maken met de tarieven die van toepassing zijn op extralegale pensioenkapitalen. Neem bijvoorbeeld de uitkeringen van een groepsverzekering. De tegoeden die 'in kapitaal' worden uitgekeerd, ondergaan niet de progressieve tarieven van de personenbelasting (omdat er van die kapitalen anders niet veel zou overblijven). Zij worden afzonderlijk belast. Tegen 10 % of 16,5 % (plus gemeentebelasting). Die lage belastingtarieven gelden slechts op voorwaarde dat de kapitalen ten vroegste worden uitgekeerd op welbepaalde momenten. Voor kapitalen van groepsverzekeringen of pensioenfondsen is dat ten vroegste bij de pensionering of vanaf de zestigste verjaardag (al geldt tot begin 2010 een afwijkende overgangsregeling voor groepsverzekeringen of pensioenfondsen waarvan het reglement dateert van vóór 1 januari 2004). Het tarief van 10 % geldt voor het gedeelte van het extralegale pensioenkapitaal dat gefinancierd is met persoonlijke bijdragen. Het tarief van 16,5 % geldt voor het door de werkgever gefinancierde gedeelte. De nieuwigheid bestaat erin, dat dit tarief van 16,5 % ook verlaagd wordt naar 10 % als de betrokkene het extralegale pensioenkapitaal ten vroegste laat uitbetalen bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd en hij tot op dat ogenblik 'effectief actief' blijft (de wettelijke pensioenleeftijd is normaal 65 jaar en voor vrouwen nog eventjes 64 jaar). Momenteel weet evenwel niemand echt goed wat deze voorwaarde precies inhoudt. Van iemand die tot de wettelijke pensioenleeftijd voltijds werkt, kan zonder twijfel aangenomen worden dat hij 'effectief actief' is gebleven. Maar wat doe je met iemand die kort voor zijn 65ste ziek werd of werkloos werd? En wat met iemand die deeltijds werkt? In de Kamercommissie voor Financiën liet de minister van Financiën verstaan dat iemand die werkloos is en actief op zoek is naar een nieuwe baan ook 'effectief actief' is. Maar dat gelooft vrijwel niemand. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. Jan Van Dyck