"Ik werk in tech." Een zinnetjes dat ik graag en met trots zeg. Misschien zelfs met een tikkeltje arrogantie. Tech staat vaak bekend om de flexibele en zelfstandige werkomgeving, goede lonen, en ja, ook om pingpongtafels op kantoor. Tech is de toekomst. Tenzij je voor een start-up werkt, is er in het algemeen veel baanzekerheid. Of dat was toch zo.
...

"Ik werk in tech." Een zinnetjes dat ik graag en met trots zeg. Misschien zelfs met een tikkeltje arrogantie. Tech staat vaak bekend om de flexibele en zelfstandige werkomgeving, goede lonen, en ja, ook om pingpongtafels op kantoor. Tech is de toekomst. Tenzij je voor een start-up werkt, is er in het algemeen veel baanzekerheid. Of dat was toch zo. De sfeer was somber deze week. Veel vrienden gaan door bange tijden. De afvloeiingen en vacaturestops bij Facebook, Twitter, Apple en Amazon hakken erin. Londen is na Silicon Valley de grootste techhub ter wereld. Tien jaar geleden trok die enorme boom van start-ups en fantastische infrastructuur en netwerken rond Silicon Roundabout me naar Londen. Het is een beetje mijn wereld. We leken onaantastbaar, maar nu is er angst en verwarring. Als de online learning product lead bij General Assembly is mijn team ook vatbaar voor de overenthousiaste projecties en targets voor onlineproducten die tijdens een pandemie met lockdowns gemaakt werden. Voorlopig zijn er nog geen aanwijzingen dat we voor onze jobs moeten vrezen. Maar het zette me wel aan het denken. Wat zou mijn volgende stap kunnen zijn? Mocht geld geen rol spelen, zou ik zonder twijfel voltijds vrienden helpen die fantastische dingen doen met lokale grassrootsorganisaties. Maar helaas gingen we net een gigantische lening aan waarvoor mijn loon essentieel is. Ik blijf graag in tech. Het liefst weer met een product dat mensen helpt. Ik ben nogal makkelijk enthousiast te maken voor iets nieuws. Mijn zoektocht zou dus breed zijn. Maar in een volgende baan zou ik misschien de tijdzones een beetje willen beperken. Bij een vorige baanwissel besloot ik het transport te beperken. Ik wilde niet meer met de metro pendelen. Elke ochtend onder de grond duiken in drukke lawaaierige en in de zomer oververhitte wagons. Nooit meer. Nu werk ik van thuis en soms pendel ik met de bovengrondse trein met airconditioning naar het kantoor van General Assembly. Het is een Amerikaans globaal bedrijf. Mijn collega's wonen in Sydney, Londen, New York en Los Angeles. Ik heb vergaderingen om 6 uur en om 22 uur. Er is geen gezamenlijk ritme dat opstart en uitdooft. Het is nooit nacht. Ook al wordt er niet verwacht dat we altijd mee draaien, toch gebeuren de belangrijkste conversaties in de Amerikaanse tijdzones. Als er in de ochtend een essentieel systeem uitvalt, moet ik wachten tot 15 of 16 uur, wanneer iemand in Amerika wakker is. Het helpt niet dat mijn man ook voor een globaal bedrijf werkt met dezelfde tijdzones. Minstens een keer per week moeten we negotiëren wie er om 22 uur de baby in de meeting meeneemt. Maar Londen is een techhub. Hubs zijn nu eenmaal middelpunten en assen van iets groters. Van grootstad naar grootstad. Het globale is moeilijker te omzeilen dan ondergrondse metro's. Gelukkig hoef ik me voorlopig geen zorgen te maken over een job hunt in een wereld in recessie. En er zijn ook wel voordelen aan mijn globale baan. Mijn directheid als halve Nederlander tegenover de Engelse beleefdheid. Mijn Belgische neiging om pas te spreken als ik ergens heel zeker van ben tegenover de luide Amerikanen. Als het mag, blijf ik nog even.