In december 2010 zitten de 24 leden van het uitvoerend comité van de FIFA, de wereldvoetbalbond, samen voor een reeks stemmingen. In één zitting wijst het twee gastlanden voor de wereldbeker aan. Na achttien maanden lobbyen, sjacheren en analyseren worden de gastlanden voor de toernooien in 2018 en 2022 bekendgemaakt.
...

In december 2010 zitten de 24 leden van het uitvoerend comité van de FIFA, de wereldvoetbalbond, samen voor een reeks stemmingen. In één zitting wijst het twee gastlanden voor de wereldbeker aan. Na achttien maanden lobbyen, sjacheren en analyseren worden de gastlanden voor de toernooien in 2018 en 2022 bekendgemaakt. De concurrentie is bikkelhard. Australië, Engeland, Indonesië, Japan, Rusland en de Verenigde Staten hebben allemaal hun kandidatuur ingediend. Daarnaast zijn er ook gemeenschappelijke kandidaturen van ons land en Nederland en van Spanje en Portugal. Qatar en Zuid-Korea dingen alleen mee naar 2022. De FIFA staat voor een lastige keuze nu ze de formele rotatie tussen de continenten heeft opgegeven die Zuid-Afrika en Brazilië 2010 en 2014 opleverde. Het nieuwe kiessysteem moet de Europeanen bevoordelen. Die beschikken over negen vertegenwoordigers in het comité en vinden dat de wereldbeker één op de drie keer op hun continent moet georganiseerd worden. Na Duitsland in 2006 willen de Europeanen zekerheid voor 2018. Engeland is favoriet met zijn goed uitgeruste stadions, het 'merk' Premier League en het is van 1966 geleden dat het evenement er plaatsvond. De toewijzing van het toernooi van 2022 ligt een stuk moeilijker. Australië, dat tegenwoordig deel uitmaakt van de Aziatische federatie, is een sterkere kandidaat dan Japan of Korea, die samen als gastland fungeerden in 2002. Tot ontzetting van andere sporten, in de eerste plaats dan tennis, heeft het voetbal een snelle opgang gemaakt in Australië en dat levert de FIFA een aantrekkelijke nieuwe markt op. De kleine, olierijke Golfstaat Qatar heeft ook zijn verdiensten, niet het minst door zijn plannen om innovatieve koeltechnieken te gebruiken in een nieuwe generatie van stadions in de woestijn. De Verenigde Staten, die het toernooi al eens organiseerden in 1994, zijn in het voordeel door hun omvang, hun indrukwekkende waaier van stadions en de bijkomende aanlokkelijkheid van een presidentiële steunbetuiging. In een brief aan de FIFA ging Barack Obama helemaal de lyrische toer op. "Als kind speelde ik voetbal op een aardeweg in Jakarta en het spel bracht de kinderen van de buurt samen. Als vader zag ik dezelfde geest van samenhorigheid op het terrein en langs de zijlijnen als mijn dochters wedstrijden speelden in Chicago." De FIFA zal echter vooral de omvang van de Amerikaanse markt vergelijken met de Australische en uiteindelijk voor het geld kiezen. DE AUTEUR SCHRIJFT OVER SPORT EN BEDRIJVEN. Matthew Glendinning