In een recent artikel in het tijdschrift Health Economics met als titel Spending on new drug development maakten twee van de farmaceutische industrie onafhankelijke experts, C.P. Adams en V.V. Brantner, een behoorlijk diepgaande analyse van de ontwikkelingskosten van nieuwe geneesmiddelen. Zij gebruikten daarvoor controleerbare publieke informatie van 183 farmaceutische bedrijven over een periode van twaalf jaar (1989 tot 2001, of in totaal 1682 bedrijfsjaren).
...

In een recent artikel in het tijdschrift Health Economics met als titel Spending on new drug development maakten twee van de farmaceutische industrie onafhankelijke experts, C.P. Adams en V.V. Brantner, een behoorlijk diepgaande analyse van de ontwikkelingskosten van nieuwe geneesmiddelen. Zij gebruikten daarvoor controleerbare publieke informatie van 183 farmaceutische bedrijven over een periode van twaalf jaar (1989 tot 2001, of in totaal 1682 bedrijfsjaren). De auteurs corrigeerden de bijkomende jaarlijkse kosten voor een nieuw geneesmiddel in ontwikkeling met de kans op succes en de resterende duur van octrooibescherming na marktintroductie. Hun conclusie was dat de ontwikkeling van een nieuw geneesmiddel (of de nettoreturn nodig om de investering in een nieuw geneesmiddel rendabel te maken) gemiddeld een verbijsterende 1,2 miljard dollar kost. Uiteraard zijn er grote verschillen, ook naargelang van het therapeutische gebied. Door de steeds complexere regelgeving, met de hieraan verbonden toename van de ontwikkelingskosten, zal dat prijskaartje alleen maar groter worden, tot de ontwikkeling van echt nieuwe geneesmiddelen (geen herverpakkingen of generische namaak dus) uiteindelijk misschien onbetaalbaar wordt. Gelukkig zijn er ook enkele uitzonderingen op deze algemene regel, zoals de ontwikkeling door ThromboGenics van microplasmine voor oftalmologische toepassingen, dat minder dan 10 procent van deze gemiddelde kostprijs zal vergen. Het is logisch dat de overheden, die de almaar toenemende kosten van geneesmiddelen in toom willen houden, eraan denken om varianten van het kiwimodel van Nieuw-Zeeland in te voeren. In dat geval zouden alleen de door openbare aanbestedingen in hun categorie geselecteerde goedkoopste geneesmiddelen terugbetaald worden. Een onverkort en lineair ingevoerd kiwimodel zou volgens Dirk Van Duppen van de PVDA in ons land tot 1,5 miljard euro besparen. Maar dit zou de investeringen en de daarvan afhankelijke innovatie in deze economisch belangrijke activiteit ongetwijfeld tot stilstand brengen, tenzij de overheid ook die verantwoordelijkheden zou overnemen. We hebben echter in de recente geschiedenis herhaaldelijk gezien dat centraal gestuurde systemen uiteindelijk de duimen moeten leggen tegen systemen gebaseerd op een democratisch en sociaal getint liberalisme, zodat hiervan niet heel veel verwacht kan worden. Een tweede groot probleem, naast de enorme kosten, is de lange ontwikkelingstijd (dikwijls tien jaar of meer) van een nieuw geneesmiddel, waardoor de resterende tijd van de octrooibescherming te kort is om een economisch verantwoorde return op basis van een normale 'winstmarge' te realiseren, vooraleer de markt ingenomen wordt door generische goedkopere namaakproducten. Misschien is een alternatief kiwimodel te overwegen, waarbij de overheid overeenkomsten afsluit voor exclusieve terugbetalingen aan de ontwikkelaar(s) van innovatieve nieuwe geneesmiddelen voor een voldoende lange periode om een verantwoorde return, op basis van een redelijke prijs, te garanderen. Daardoor kan de noodzakelijke 'return on investment' gerealiseerd worden over een redelijke periode na marktintroductie, en tegen een redelijke prijs. Dat lijkt alleszins een beter systeem dan het huidige, waarbij de ontwikkelingskosten van een nieuw geneesmiddel op korte tijd gerecupereerd moeten worden. Dat leidt tot (te?) hoge prijzen, vooraleer de generische namakers de markt kunnen ontwrichten door waardevolle geneesmiddelen beneden hun intrinsieke economische waarde te verkopen. Ze doen daarvoor minimale investeringen, maar boeken aanzienlijke winsten. Een heroriëntatie van een deel van de winsten op de verkoop van geneesmiddelen naar diegenen die de dure en risicovolle ontwikkeling gefinancierd hebben, ten koste van de namakers met minimale vrijwel risicoloze investeringen, kan men toch bezwaarlijk economisch rechtvaardig noemen, en zou zelfs kunnen leiden tot een vermindering van de totale kosten. Let wel, ik wil hier geen lans breken voor speciale privileges voor de farmaceutische industrie; het zijn inderdaad geen koorknapen, maar hen continu als woekeraars blijven afschilderen, lijkt mij op zijn zachtst gezegd contraproductief. DÉSIRÉ COLLEN - gewoon hoogleraar emeritus aan de KU LeuvenDe farmasector continu als woekeraars afschilderen, lijkt mij op zijn zachtst gezegd contraproductief.