Het aroma komt je tegemoet.' De al wat oudere lezers herinneren zich ongetwijfeld het overbekende deuntje waarmee Douwe Eg-berts in de jaren zeventig zijn koffie aanprees. Maar het aroma dat vorige vrijdag aan kwam waaien, was veeleer een doordringende bierwalm. Een consortium van vier investeringspartijen haalt Douwe Egberts van de beurs voor 7,5 miljard euro. Bij hen zijn de Belgische AB InBev-families Van Damme en Van der Straten Ponthoz. Eind 2011 hadden zij via de Luxemburgse holding Patrinvest een belang van 11,03 procent in de grootste brouwer ter wereld.
...

Het aroma komt je tegemoet.' De al wat oudere lezers herinneren zich ongetwijfeld het overbekende deuntje waarmee Douwe Eg-berts in de jaren zeventig zijn koffie aanprees. Maar het aroma dat vorige vrijdag aan kwam waaien, was veeleer een doordringende bierwalm. Een consortium van vier investeringspartijen haalt Douwe Egberts van de beurs voor 7,5 miljard euro. Bij hen zijn de Belgische AB InBev-families Van Damme en Van der Straten Ponthoz. Eind 2011 hadden zij via de Luxemburgse holding Patrinvest een belang van 11,03 procent in de grootste brouwer ter wereld. Een tweede opmerkelijke partij is het investeringsfonds Quadrant Capital Advisors Inc. Dat is eigendom van de Colombiaanse familie Santo Domingo. Die familie heeft, met de vennootschap Bevco, net geen 15 procent in SABMiller, de op een na grootste brouwer van de wereld. In de raad van bestuur van Douwe Egberts komen onder meer Alexandre Van Damme en Alejandro Santo Domingo. Die laatste is de algemeen directeur van Quadrant Capital Advisors, en een van de twee bestuurders voor Bevco bij SABMiller. Maar vooral: hij werd door zijn in 2011 overleden vader Julio Mario Santo Domingo III aangesteld als de kroonprins voor het beheer van het miljardenimperium van de familie Santo Domingo, een van de rijkste en machtigste in Colombia. De 36-jarige Alejandro is de spilfiguur in de familie, die haar brouwerijbelangen als een kroonjuweel koestert. Op zijn beurt is de 51-jarige Alexandre Van Damme de spilfiguur voor de Belgische familiale AB InBev-belangen. De kleinzoon van Albert Van Damme, de maker van Jupiler, zit sinds maart 1992 in de raad van bestuur van wat toen nog Interbrew heette. Hij is met die 21 jaar als bestuurder de ancien in de raad. De uiterst discrete Alexandre Van Damme, die nog nooit een interview toestond of foto's liet verschijnen in de media, speelde een cruciale rol bij overnames en fusies. In 2003 nam hij het voortouw voor de fusie met de Brazilianen van AmBev, wat in 2004 resulteerde in de fusiegroep InBev (zie kader Schizofrene brouwers). Over een fusie van AB InBev en SABMiller, zowat de ultieme of toch belangrijkste fase in het consolidatieparcours in de brouwerswereld, wordt al jaren gespeculeerd. Door diverse overlappende activiteiten in onder meer China, Nederland, Noord-Amerika en Rusland, zou het een bijzonder complexe operatie zijn. Maar zelfs de uitvoerend voorzitter van SABMiller, Graham Mackay, laat zich openlijk uit over die steeds weer aanzwellende geruchten. "Ze zullen heel veel geld moeten betalen, meer dan 100 miljard dollar. Het is mijn taak om het voor hen zo duur mogelijk te maken", zei Mackay einde april vorig jaar in het vakblad Modern Brewery Age. Interbrew deed al eens toenaderingspogingen tot wat toen nog South African Breweries heette. In 1992 trok de toenmalige familiale bestuurder Arnoud de Pret naar Zuid-Afrika. De graaf kwam van een kale reis terug, niet alleen omdat hij in Kaapstad werd overvallen en in elkaar getimmerd. Nee, de gesprekken mislukten omdat er geen akkoord kon worden bereikt over de verdeling van het aandeelhouderschap tussen de Belgische families en de versnipperde eigendomsstructuur van de Zuid-Afrikaanse brouwer, vooral in handen van investerings- en andere pensioenfondsen. Die versnippering is er tot vandaag. In tegenstelling tot AB InBev en Heineken, waar de meerderheid van de aandelen in handen van families zit, heeft SABMiller geen controlerende aandeelhouder. De grootste aandeelhouder is Altria, de eigenaar van de sigaretten Philip Morris en de brouwerij Miller, het nummer twee in de Verenigde Staten. In 2002 werd Miller gekocht door SAB. Altria wou aandelen in plaats van cash, en kreeg 430 miljoen aandelen, goed voor 27,4 procent in SABMiller. Maar Altria heeft al evenmin een controlerende aandeelhouder. De op een na belangrijkste aandeelhouder is de familie Santo Domingo, die nu in het koffieverhaal opduikt. In juli 2005 kwam zij bij SABMiller terecht. In ruil voor de inbreng van de brouwerij Bavaria kreeg de familie bijna 15 procent van de aandelen, en twee zitjes in de raad van bestuur. Santo Domingo is een legendarische familie in Colombia. Decennialang was Julio Mario Santo Domingo III, de vader van Alejandro, de rijkste man van het land. Forbes omschreef hem in 1992 als de eerste miljardair in Colombia die zijn fortuin niet had vergaard met drugs of geweerkogels. De hautaine patriarch en jetsetfiguur werd getypeerd als een van de best geklede gentlemen van de wereld. Nog volgens Forbes leek hij zo weggewandeld uit een van de surrealistische romans van Gabriel García Marquéz, overigens een vriend des huizes. Bij zijn overlijden in 2011 schatte Forbes het vermogen van Julio Mario Santo Domingo III op 8,5 miljard dollar, goed voor plaats nummer 108 op lijst van rijkste mensen ter wereld. Julio Mario bouwde een imperium van ruim 150 vennootschappen, in visserij, autoproductie, luchtvaart, banken, verzekeringen, media, telefonie, vastgoed, bewaking en petrochemie. Maar dat imperium werd het voorbije decennium fiks uitgedund. Julio Mario wou steeds minder investeren in eigen land, vooral door de grootschalige criminaliteit. Al sinds de jaren tachtig leefde en werkte hij hoofdzakelijk in een appartement aan Park Avenue in Manhattan. In het verleden werd het stulpje bewoond door telgen van Rockefeller, Guggenheim en Vanderbilt. Maar terwijl de familie Santo Domingo allerlei activiteiten verkocht, bleef ze investeren in haar kroonjuweel, de brouwerij. Bavaria heeft in Colombia zo goed als een monopolie, met 97 procent van de markt. Aan SABMiller levert Colombia 5 procent van de biervolumes, maar 11 procent van de omzet. De afdeling Zuid-Amerika is voor SABMiller de meest winstgevende van de groep. Vanaf 2000 ging Bavaria de internationale toer op. Het kocht brouwerijen en opnieuw bijna-monopolies in Ecuador (97 procent), Peru (92 procent), soms na een bitse overnamestrijd met lokale, machtige families. Bavaria werd, na AmBev, de grootste brouwer van het Latijns-Amerikaanse continent. Het wilde een sterke speler worden in zijn eigen regio. Maar dat kon moeilijk tegen het machtige AmBev, dat op zijn beurt bijzonder sterke marktaandelen had in de belangrijkste landen, met vooraan Brazilië (68 %) en Argentinië (78 %). De druk werd uiteraard opgevoerd, na de fusie in maart 2004 van Interbrew en AmBev. Santo Domingo ging op zijn beurt in 2005 op uitkijk. Maar zowel het Amerikaanse Anheuser-Busch als het Nederlandse Heineken struikelde over een cruciale voorwaarde: de Colombiaanse familie eiste aandelen in plaats van cash. Met andere woorden, een belangrijke positie als aandeelhouder in de raad van bestuur. Anheuser-Busch wou liever geen Zuid-Amerikanen in zijn pluche zetels, terwijl Charlene Heineken vreesde voor haar controlebelang, plus de economisch-politieke risico's in Colombia. SABMiller hapte toe, in een transactie van 7,8 miljard dollar. De familie Santo Domingo werd met 15 procent de op een na belangrijkste aandeelhouder. Zij werd onder de aandeelhouders de facto ook de belangrijkste aanspreekpartner voor een eventuele fusiepartner. De kaarten liggen duidelijk: de familie wil een belangrijke partij blijven in de eigen regio, en de eigen brouwersbelangen verankeren. De publiekelijke toenadering, via de overname van Douwe Egberts, tussen twee van de machtigste brouwersfamilies ter wereld, wordt een testcase voor een eventuele andere samenwerking. De geplande overname van de Mexicaanse Grupo Modelo door AB InBev kan daar een voorafspiegeling van zijn. De familiale aandeelhouders krijgen twee zitjes in de raad van bestuur van de wereldbrouwer, en injecteren uit de opbrengst van de verkoop voor 1,5 miljard dollar in AB InBev-aandelen. En toch komen ze niet in het feitelijke machtsvehikel: de Stichting Anheuser-Busch InBev. Dat walhalla blijft voor de controlerende partij van Belgen en Brazilianen. WOLFGANG RIEPLDe publiekelijke toenadering tussen twee van de machtigste brouwersfamilies ter wereld, wordt een testcase voor een eventuele andere samenwerking.