Eind januari 1942. De Duitse bezetter voerde de jonge Jan Arijs in krantenadvertenties op als een held. Hij was de 250.000ste Belg in vrijwillige arbeidsdienst in Duitsland. Maar niemand wist wie hij echt was. Waar woonde hij? Waarom gaf hij zich op als vrijwilliger? Historicus Paul Van Damme ging op zoek en vond nergens een antwoord, een spoor of een aanknopingspunt. Hij betwijfelt dan ook of Jan Arijs echt heeft bestaan. In zijn boek Propaganda in Belgi...

Eind januari 1942. De Duitse bezetter voerde de jonge Jan Arijs in krantenadvertenties op als een held. Hij was de 250.000ste Belg in vrijwillige arbeidsdienst in Duitsland. Maar niemand wist wie hij echt was. Waar woonde hij? Waarom gaf hij zich op als vrijwilliger? Historicus Paul Van Damme ging op zoek en vond nergens een antwoord, een spoor of een aanknopingspunt. Hij betwijfelt dan ook of Jan Arijs echt heeft bestaan. In zijn boek Propaganda in België stelt hij dat het verhaal een schoolvoorbeeld is van fake news. Valse berichten en verhalen worden vandaag vaak als propagandadoeleinden gebruikt. In de vorige eeuw was het niet anders. Propaganda in België focust op het beïnvloeden van de Belgische publieke opinie tussen 1934 en 1951. Niet toevallig tijdens de regeerperiode van Leopold III. België maakte toen een woelige tijd door. De opkomst van Nieuwe Orde-bewegingen in de nasleep van de Grote Depressie, de Tweede Wereldoorlog, de naoorlogse repressie en de koningskwestie. Van Damme belicht 35 verhalen die rijkelijk geïllustreerd zijn met nooit eerder gepubliceerde archiefbeelden. Het toont propaganda en fake news - vanuit alle politieke strekkingen - als een traag werkend maar dodelijk efficiënt gif. Tijdens de Duitse bezetting draaide de anti-joodse propaganda op volle toeren met zelfs speciale tentoonstellingen om te wijzen op het joods-bolsjewistische gevaar. De jood werd ontmenselijkt. Tegelijk werd de link gelegd tussen de Sovjet-Unie, het communisme en een joods wereldcomplot. Terwijl Stalin ondertussen alle joodse kopstukken uit de communistische partij had laten uitschakelen. Na de oorlog, tijdens de koningskwestie, was de anti-Leopoldistische propaganda zeer efficiënt, stelt Van Damme vast. Ze focuste op Lilian Baels, de tweede echtgenote van Leopold III. In die periode werd Tijl Uilenspiegel graag gebruikt in het propagandamateriaal. Zowel door extreemrechts voor het ronselen van soldaten aan het Oostfront, als door extreemlinks dat Uilenspiegel opvoert als een schelm die de nazi's en hun trawanten verjaagt. Dat de extremen elkaar in het verspreiden van propaganda vinden verbaast de auteur niet. In het slot wijst hij op de opvallende gelijkenissen tussen Vlaams Belang en PVDA in het afschilderen van politici en ondernemers als 'graaiers'.