Zorg voor meer stopzettingen of faillissementen en dit zal per saldo leiden tot een hoger aantal nieuwe bedrijven. Een prikkelende stelling, die vorige week werd verkondigd door professor Johan Lambrecht van het Studiecentrum voor Ondernemerschap (SVO). Want een faillissement hoeft geen stigma te zijn. Sterker nog: een bedrijf stopzetten, is goed voor de economie. Uittreders maken plaats voor toetreders en dat effect is in Vlaanderen bijna tweemaal groter dan de toetreders die bestaande bedrijven verdringen uit de markt.
...

Zorg voor meer stopzettingen of faillissementen en dit zal per saldo leiden tot een hoger aantal nieuwe bedrijven. Een prikkelende stelling, die vorige week werd verkondigd door professor Johan Lambrecht van het Studiecentrum voor Ondernemerschap (SVO). Want een faillissement hoeft geen stigma te zijn. Sterker nog: een bedrijf stopzetten, is goed voor de economie. Uittreders maken plaats voor toetreders en dat effect is in Vlaanderen bijna tweemaal groter dan de toetreders die bestaande bedrijven verdringen uit de markt. Het is een prikkelende en zelfs provocerende stelling, omdat ze de argumentatie van zelfstandigenorganisaties zoals NSZ (Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen) en Unizo op losse schroeven zet. Zij willen starters juist behoeden voor 'bedrijfsongelukken' en ijveren daarom voor het behoud van drempels zoals de vestigingswet en het distributieattest. Mits hier en daar wat kafkaiaanse regeltjes uit de wetgeving worden weggefilterd, zal dat het aantal nieuwe en gezonde spelers in de markt verhogen, zo redeneren zij. Fout, zo stelt de studie van het SVO. Het distributieattest en de vestigingswet hebben niet alleen gezorgd voor een daling van het aantal stopgezette bedrijven (-0,22 procentpunt) in België, maar ook voor een achteruitgang van de toetreding van nieuwe bedrijven (-0,77 procentpunt). In januari fulmineerde de Leuvense academicus Paul De Grauwe al in een vrije tribune dat vestigingswetten niet alleen voor minder faillissementen zorgen, maar ook voor minder successen. En ietwat uitdagend voegde hij eraan toe: "Ze zijn er vooral om mensen die winst maken, te beschermen tegen nieuwkomers die hun winsten zouden afromen." Genoeg om Unizo en NSV op het puntje van hun stoel te krijgen. In wezen hebben vestigingswetten niets te maken met een numerus clausus, maar ze neigen wel - indien slecht toegepast - naar protectionisme, bureaucratie of een zweem van corporatisme. Feit is ook dat de bezorgdheid van Unizo eenzijdig is. De organisatie wil eerst en vooral vermijden dat er firma's opgericht worden door personen die niet goed in staat zouden zijn om een zaak succesvol te leiden (dat ruikt naar betutteling). Maar van cellen die failliete zelfstandigen begeleiden, is er geen sprake. Die zijn opgedoekt. De studie van Lambrecht en zijn ploeg heeft de verdienste dat ze het stigma dat nog steeds op gefailleerde ondernemers rust, in sterke mate relativeert. Niet minder dan 60 % van de ondervraagden, zo blijkt, aanzag zijn stopgezette jonge bedrijf als 'succesvol' of 'zeer succesvol'. En de studie wijst er ook op dat er diverse voorbeelden zijn van geslaagde ondernemers die in een eerste fase niet succesvol waren (of omgekeerd: ondernemers die nu wel overleven, maar eigenlijk niet succesvol zijn). Een stopgezet bedrijf staat níét gelijk met het verlies van een ondernemer. Net zoals een opstart niet steeds een nieuwe ondernemer oplevert. En er zijn ook 'portfolio-ondernemers' bij wie de kans groter is dat zij opnieuw een bedrijf oprichten terwijl hun stopgezette bedrijf goed draaide en zogenaamde 'serial stoppers' die sneller opnieuw een bedrijf zullen oprichten naarmate de ervaring toeneemt. Kortom, de motivatie van Unizo & co. dat drempels zoals de vestigingswet overeind moeten blijven, precies om het aantal stopzettingen te verminderen, snijdt geen hout. Zeker niet als die drempels ook nog de toename van het aantal nieuwkomers in de markt verhinderen. Zelfs de bezorgdheid of het verlangen van Unizo dat een nieuw bedrijf onmiddellijk een (markt)succes wordt, blijkt onrealistisch. De dynamiek van een vrije markt gaat uit van trial and error. Dat is ook de redenering waar De Grauwe terecht van uitgaat. De meeste nieuwe initiatieven mislukken en een minderheid ervan leidt tot succes. En de aangewezen manier om die dynamiek te helpen, is het stopzetten van bedrijven te vergemakkelijken. Hoe? Door (ex-)zelfstandige ondernemers op een professionele en geïntegreerde manier te begeleiden. Een taak voor de overheid? Professor Lambrecht vindt van wel. Maar eigenlijk zijn werkgeversorganisaties zoals VBO, Voka en Unizo hiervoor in de wieg gelegd. piet.depuydt@trends.beDe motivatie van Unizo & co. dat drempels zoals de vestigingswet overeind moeten blijven om het aantal stopzettingen te verminderen, snijdt geen hout.