Vlaanderens bekendste studentenstad krijgt een grondige opknapbeurt. Het gemeentebestuur wil meer bewoning naar het centrum, de kleine handelaar beschermen tegen de grote ketens en de auto uit de stadskern bannen.
...

Vlaanderens bekendste studentenstad krijgt een grondige opknapbeurt. Het gemeentebestuur wil meer bewoning naar het centrum, de kleine handelaar beschermen tegen de grote ketens en de auto uit de stadskern bannen.Leuven is voor veel Vlamingen een oude bekende. Velen hebben er gestudeerd, op kot gezeten of er na hun studies een tijdlang gewoond. Precies die stroom (oud)studenten houdt de markt voor het residentieel vastgoed min of meer op peil. De vraag is stabiel of zelfs stijgend, het aanbod echter ongelijk. Makelaars als Koen Hoste ( Living Stone) en Walter De Vlies ( Verimass) zijn het er over eens dat de markt voor studentenkamers en studio's minder goede tijden kent. Het tè grote aanbod doet de prijzen dalen. Bovendien hunkeren afgestudeerden die "blijven plakken" naar iets meer ruimte dan een kot hen biedt. Ze zijn echter niet het doelpubliek waarop momenteel een groot aantal luxe-appartementen zich richt. Aan zulke flats van meer dan 110 m² is op dit ogenblik eveneens een overaanbod. Momenteel vinden enkel de beste flats (penthouses) een koper.Schepen van Ruimtelijke Ordening Bart Massart wil de minder begoeden de kans geven in de stad te wonen. Een samenvoeging van de maatschappijen voor sociale huisvesting in het Leuvense moet voor een groter aanbod van goedkope woningen zorgen. Tegelijk is hij echter bezorgd voor de kansen van de middenklasse. Mensen die te kapitaalkrachtig zijn voor een sociale woning, maar over onvoldoende financiële middelen beschikken voor de dure residentiële buurten buiten de stad. Voor hen moet stadskernvernieuwing de oplossing bieden. Dat laatste vormt dè grote uitdaging voor de stad de komende jaren. Massart beweert dat Leuven er klaar voor is. De budgetten voor de eerste fase van de stadsvernieuwing zijn reeds gestemd, en ook het verkeersplan is goedgekeurd. Nog in 1996 wil de stad de Grote Markt en de Naamsestraat heraanleggen. Fase twee is voorzien voor 1997. Dan staat de herwaardering van het gebied tussen de Brusselsestraat en de Blauwe Hoek op het programma. Later volgen de omgevingen van de Koning Albertlaan, de Vaartstraat en het Sint-Maartensdal. De laatste fase is voorzien voor 1999 en omvat het Hooverplein, het Ladeuzeplein en de Vanderkelenstraat. De herwaardering van de stadskern zal volgens Massart gepaard gaan met een wijziging van de verkeerssituatie. Het autoverkeer zal in de binnenstad ontmoedigd worden. Het doorkruisen van de stad zonder specifieke bestemming wordt onmogelijk. Er komt een verkeerssituatie op basis van lussen. Aan het uiteinde van elke lus plant de stad een parking van 500 plaatsen. Wie tot in het centrum wil, moet hiervoor betalen (duurdere parking). Ook handelaars die tot aan hun winkel willen rijden (en momenteel zowat 30 % van de parkeerplaatsen bezetten). In ruil voor een mentaliteitswijziging bij de handelaars belooft het college van burgemeester en schepenen de stad te promoten en zo meer bezoekers (en meer koopkracht) aan te trekken.VASTGEKETEND.Maar net als in de meeste andere Belgische steden krijgen de nationale en internationale winkelketens de Leuvense markt voor winkelvastgoed steeds meer in hun greep (zie kader Winkeltje spelen). Die ketens jagen de prijzen op topliggingen naar ongekende hoogten. Om te vermijden dat de kleine Leuvense handelaar de markt wordt uitgeprijsd, treedt de stad regulerend op. Er worden geen vergunningen meer afgeleverd voor grote verkoopsoppervlakten langs de toegangswegen. Schepen Massart beseft echter dat ketens die twee of drie panden kopen in winkelstraten er zich ongestoord kunnen vestigen. Alleen hoge stedebouwkundige eisen vermogen daar iets tegen. Dè topliggingen voor winkelvastgoed blijven in Leuven de Bondgenotenlaan en de Diestsestraat. Al hebben op de Bondgenotenlaan de elitaire boutiques plaatsgemaakt voor meer democratische winkels (en dus voor meer democratische huurprijzen). Bovendien verschuift de winkelmarkt geleidelijk, naar de Mechelsestraat, de buurt van de bibliotheek en het tweede (niet-verkeersvrije) deel van de Diestsestraat. Hier liggen de huurprijzen iets lager dan op de A1-liggingen. INTERLEUVEN.Over een kantoormarkt die naam waardig beschikt Leuven vooralsnog niet. Al trekt de titel van hoofdplaats van de provincie Vlaams-Brabant en arrondissementskerndiensten aan. Volgens Walter De Vlies verkiezen jonge en dynamische bedrijfjes een vestiging in de stad, vaak in herenhuizen. Veel aanbod aan zulke kantoor-huizen bestaat echter niet. Misschien wordt dat verholpen eens meerdere stadsdiensten een onderkomen vinden in de voormalige Philips-gebouwen (zie kader Beleuvenissen). Massart wil loketgebonden activiteiten in de stad houden. Andere administratieve functies moeten naar de rand van de stad. Naar de geplande kantoorruimten in de stationsbuurt bijvoorbeeld. De industrie hoopt de stad te groeperen rond Leuven. De industriezone van Haasrode is echter bijna volzet. Een bijsturing van het Gewestplan zorgt echter voor een extra industrieterrein van 9 hectare in de buurt van de ijsschaatspiste. Verder werkt de stad samen met de intercommunale Interleuven aan een herwaardering van bestaande industriële sites. Zo ligt er aan de Kolonel Begaultlaan een terrein van 6 hectare dat via een nieuw Bijzonder Plan van Aanleg (BPA) kan dienen als vestigingsplaats voor KMO's. LEUVEN EUROPEES !Blijft nog de kanaalzone (achter de Interbrew-vestigingen). Een uit de hand gelopen stedebouwkundig gebied. De stad heeft volgens Massart steeds gewacht op een initiatief van de belangrijkste eigenaar uit deze buurt, brouwerij Interbrew. Nu dit brouwerijconcern definitief heeft gekozen voor Leuven als hoofdzetel, kan er worden gehandeld. Vooral het bewoonbaar maken van de buurt rond de Sluisstraat is een dringende noodzaak. Het ambitieuze plan voor stadsvernieuwing, het voornemen de stad te promoten in binnen- en buitenland en de contacten met klinkende namen uit de architectuurwereld voor de realisatie van enkele projecten (het Philips-ontwerp van Aldo Rossi en samenwerking tussen professor Smets en de Spaanse architect Sola Morales voor de heraanleg met tunnel van het Martelaereplein voor het station) laten er geen twijfel over bestaan. Het oude Leuven wordt ten grave gedragen, leve het nieuwe. Het stadsbestuur droomt luidop : Leuven culturele hoofdstad van Europa. Alleen het jaartal moet nog worden ingevuld. STIJN PEETERSGEERT WELLENS