De jongste jaren zijn de extralegale voordelen alsmaar populairder geworden. Werkgevers zijn immers steeds op zoek naar alternatieven om hogere sociale- zekerheidsbijdragen te ontlopen. Ook de werknemers hebben een groeiende voorkeur voor allerhande voordelen, omdat ze weten dat daarvan netto meer overblijft. Het kantelmoment was waarschijnlijk 1982, toen het loonplafond voor de berekening van de bijdragen werd opgeheven.
...

De jongste jaren zijn de extralegale voordelen alsmaar populairder geworden. Werkgevers zijn immers steeds op zoek naar alternatieven om hogere sociale- zekerheidsbijdragen te ontlopen. Ook de werknemers hebben een groeiende voorkeur voor allerhande voordelen, omdat ze weten dat daarvan netto meer overblijft. Het kantelmoment was waarschijnlijk 1982, toen het loonplafond voor de berekening van de bijdragen werd opgeheven. Peter Druyts schreef een licentiaatsthesis (°) waarin hij de impact van die extralegale voordelen tracht in te schatten. Hij onderzocht maaltijdcheques, het gebruik voor privédoeleinden van de bedrijfswagen, de aanvulling bij sociale voordelen (pensioenplannen), winstparticipatie, aandelenplannen en aandelenopties, en het pc-privéplan. Om te berekenen hoeveel bijdragen de sociale zekerheid misloopt door die extralegale voordelen (die vrijgesteld zijn van bijdragen), schieten de traditionele informatiebronnen (zoals Belgostat, RSZ en NIS) tekort. Druyts heeft gebruikgemaakt van alternatieve kanalen (de website van Vacature, databanken van Hay Group en Towers Perrin). Als gevolg van enkele noodzakelijke datamanipulaties moet het resultaat wel onder groot voorbehoud worden geïnterpreteerd. De sociale zekerheid zou in 2004 9,7 miljard euro minder bijdragen hebben geïnd als gevolg van het uitsluiten uit het loonbegrip van bepaalde voordelen. In 2004 mocht de sociale zekerheid rekenen op 37,49 miljard euro bijdragen. De 9,7 miljard is dus 20,56 % van de potentiële totale inkomsten. Druyts beseft ook dat het niet langer uitsluiten uit het loonbegrip van bepaalde voordelen een negatief effect zou hebben op de werkgelegenheid (door duurdere arbeid), wat dus zou leiden tot minder inkomsten voor de sociale zekerheid. Maar het belangrijkste is niet het absolute cijfer, wel de grootteorde van de impact van extralegale voordelen. Hij toont aan dat de omvang voldoende is om van een verstoring van de sociale zekerheid te spreken. Ten eerste zijn extralegale voordelen vooral een zaak van de hogere looncategorieën. Ten tweede is de sociale zekerheid gebaseerd op verticale solidariteit: hogere inkomens betalen meer, maar krijgen daar geen hogere uitkeringen voor. Het zijn de lagere loonklassen die daarvan genieten. Door het uitsluiten van extralegale voordelen wordt die solidariteit ondergraven. (°) Peter Druyts, 'Extralegale voordelen en de effecten ervan op de herverdeling'. Licentiaatsthesis in de Toegepaste Economische Wetenschappen, Universiteit Antwerpen.G.M.