Uit de derde editie van onze Top van de snelst groeiende bedrijven komen enerzijds traditionele sektoren als chemie en bouw, en anderzijds de ontspanningssektor, als de sterkhouders naar voren.
...

Uit de derde editie van onze Top van de snelst groeiende bedrijven komen enerzijds traditionele sektoren als chemie en bouw, en anderzijds de ontspanningssektor, als de sterkhouders naar voren.Een aantal bedrijven heeft een uitzonderlijk uithoudingsvermogen en we vinden ze voor de derde keer in onze hitparade, zoals Ontex, Cacao Goemare, La Redoute (zie blz. 54), Janssen Biotech en Eurogenetics. Vergeet ook Sega niet, evenmin als de ondernemer Jacques Delens die zich voor het derde opeenvolgende jaar in de kategorie van de "traagsten onder de snelsten" bevindt. Ook dit jaar slaat de klassering van de snelste groeiers terug op vijf boekjaren, van 1989 tot 1993. Op die manier kunnen we duurzame bedrijven distilleren en wordt de impact van eenmalige grote orders op bedrijven zonder veel toekomstperspektief afgevlakt.We stellen drie klasseringen op : de grote (+500 miljoen frank omzet in '89), de middelgrote (100 tot 500 miljoen omzet) en de kleine bedrijven (25 tot 100 miljoen). TRENDS.De derde kolom geeft de omzetgroei tussen 1989 en 1993, en is de basis van de klassering. De pijl in de vierde kolom geeft de trend aan voor het jaar 1994 : de horizontale pijl duidt op een nagenoeg gelijk omzetcijfer (een stijging of daling van minder dan 10 % ten opzichte van 1993). De schuine pijl geeft een evolutie weer tussen 10 % en 50 %. De vertikale pijl tenslotte toont een groei of een daling van meer dan 50 %. De aanduiding NB betekent dat bij het ter perse gaan van deze uitgave nog geen balans voor 1994 beschikbaar was bij de balanscentrale. Als alle jaarrekeningen binnen de wettelijke termijnen zouden worden ingediend, dan was de referentieperiode uiteraard 1989-1994. Maar we mogen ons geen illuzies maken... De vijfde kolom toont het aantal positieve boekjaren aan, en de zesde kolom het aantal boekjaren waarvan de omzet een groei vertoont ten opzichte van het vorige jaar. Het teoretisch maximum is dus een vijf in de vijfde kolom en een vier in de zesde kolom. Als we deze waarden van dichtbij bekijken, zien we dat het aantal bedrijven met een optimale groei niet echt hoog is. De waarde stijgt met de omvang van de ondernemingen, en neigt naar de 50 % in de kategorie van "grote bedrijven". Vaak is er ook een prijs te betalen voor een snelle groei : 12 bedrijven op 120, dus net 10 %, heeft tijdens de onderzochte periode géén of slechts één keer winst gemaakt.Het duurt gewoonlijk lang voor een investering zijn geld opbrengt : Canal Plus (zie blz. 60) kende bijvoorbeeld het eerste winstjaar in 1993, en Multichoice, van de groep Filmnet, raakte voor het eerst in 1994 uit de rode cijfers.De twee laatste kolommen hebben betrekking op de personeelssterkte in het eerste en het laatste referentiejaar. De snelgroeiers hebben niet allemaal tot meer werkgelegenheid geleid, maar desondanks blijft de werkgelegenheid de grote winnaar in een groeiend klimaat.De klasseringen baseren zich op de gegevens uit de Top 30.000. Er wordt echter geen rekening gehouden met de immobiliën- en diamantbedrijven omdat die een heel onregelmatige performantie vertonen. Hetzelfde geldt voor de koördinatiebedrijven waarvan de aktiviteiten bijna uitsluitend financieel zijn en zich binnen een groep situeren. Ook de zogenaamde "valse groeiers" zijn geëlimineerd, dit zijn bijvoorbeeld fusies, hergroeperingen of overdrachten binnen eenzelfde groep. KONSTANTEN.Leven we vandaag de dag in een ludieke maatschappij met als grootste groeipool de ontspanningssektor ? Het lijkt erop, want we tellen in onze rangschikking vijf reisagentschappen, twee betaaltelevisiebedrijven, vier muziekondernemingen, één distributeur van videospelletjes, een pretpark enzovoort. De angst om te investeren heeft zich vertaald in de aanwezigheid van niet minder dan vijf leasemaatschappijen. We dienen ook rekening te houden met de fluktuaties van de wereldkoersen die in specifieke takken een beslissende invloed op de omzet kunnen hebben, zonder een overeenkomstige verhoging van het volume. En niet weinig bedrijven hebben ondanks alles geloofd dat de gouden eeuw opnieuw was aangebroken, en moeten nu provisies aanleggen voor insolvente debiteuren.In de industrie is de belangrijkste groei geregistreerd in de chemie in de brede zin van het woord, en in de klassieke sektor bij uitstek de bouw (6 ondernemers op 120). Alle hoop is dus nog niet vervlogen, want "zolang de bouw het goed doet, gaat het goed ! "T.C.