Staat de wereld aan de vooravond van een sociaal-economische en politieke catastrofe waarbij de Grote Depressie van de jaren dertig de allure krijgt van een fait divers? Wie de internationale pers erop naslaat, kan zich niet van die indruk ontdoen. De mensen die een wereldwijde depressie met zware politieke gevolgen niet veel verder dan net om de hoek zien loeren, lopen elkaar voor de voeten. Tot dit kransje inktzwartkijkers behoren onder meer: gewezen Duits kanselier Helmut Schmidt, Wereldbank-hoofdeconoom Joseph Stiglitz en politiek wetenschapper Francis Fukuyama.
...

Staat de wereld aan de vooravond van een sociaal-economische en politieke catastrofe waarbij de Grote Depressie van de jaren dertig de allure krijgt van een fait divers? Wie de internationale pers erop naslaat, kan zich niet van die indruk ontdoen. De mensen die een wereldwijde depressie met zware politieke gevolgen niet veel verder dan net om de hoek zien loeren, lopen elkaar voor de voeten. Tot dit kransje inktzwartkijkers behoren onder meer: gewezen Duits kanselier Helmut Schmidt, Wereldbank-hoofdeconoom Joseph Stiglitz en politiek wetenschapper Francis Fukuyama. Dat de volatiliteit die zowel op de aandelen- als de obligatiemarkten een ongekende intensiteit bereikt, een uiting is van onrust, staat buiten kijf. Het wereldwijde deflatiegevaar wordt almaar dreigender (zie ook blz. 38), de crisissen in Rusland en Azië zijn schrijnend. En, niet het minst, zijn er geen signalen die erop wijzen dat de belangrijkste politici nog wel weten waar ze mee bezig zijn.Hoe staat het immers met de grote politieke leiders van de aardbol?Hoewel de Amerikaanse president Bill Clinton het Lewinsky-schandaal politiek wellicht overleeft, ontbreekt het hem vandaag aan elk moreel gezag om op financieel-economisch vlak het heft in handen te nemen. De toestand van de Russische president Boris Jeltsin hoeft geen verdere commentaar. En, voor het eerst in de 35 jaar dat de Japanse premier Keizo Obuchi deel uitmaakt van het parlement, tracht hij, zoals de International Herald Tribune het verwoordt, een schijn van leiderschap op te houden. Intussen zit de Duitse bondskanselier Helmut Kohl al maandenlang ondergedompeld in een binnenlandse overlevingsstrijd in de aanloopfase naar de verkiezingen van 27 september. En de Chinese leiders, zij verzuipen in het overstromingsgeweld. Precies die individuele onmacht van de belangrijkste politici verklaart wellicht de wereldwijde roep om het economische tij te keren. Zelfs de kreten om een soort van Economische Navo op te richten, weerklinken luid. Is het niet hoog tijd om even te bezinnen? Ten eerste is er lang nog geen sprake van een algemene inzinking van de wereldeconomie. De ervaring leert dat dit pas het geval is wanneer de groei van de wereldeconomie tot 1,5% terugvalt - voor dit jaar zullen we nog uitkomen op 2,2% à 2,4%. Maar stel dat de beursperikelen een zwaar negatieve invloed zouden uitoefenen op de binnenlandse vraag in de VS en de Europese Unie - twee gebieden die nog altijd bijna twee derde omvatten van de wereldeconomie - dan zouden de kaarten voor volgend jaar wel eens anders kunnen liggen. Een mogelijke ineenstorting van de binnenlandse vraag brengt ons bij een tweede element dat tot bezinning zou moeten aanzetten. Als de drie belangrijkste individuele economieën, de VS, Japan en Duitsland, intern orde op zaken zouden stellen, zou de wereld er reeds héél snel héél anders uitzien.De meest prangende situatie situeert zich in Japan. De diepe crisis in de bankwereld herleidde de kredietmultiplicator - het mechanisme waarlangs een expansief monetair beleid zich voortplant doorheen de economie - er praktisch tot nul. Japan moet schoon schip maken in die bankmess, de hopeloos deficitaire instellingen sluiten en aansporen tot een ernstige herstructurering onder de overlevenden. In deze actie zit de sleutel vervat tot een economische heropleving in heel Azië. Ook Duitsland kan veel meer dan een klein steentje bijdragen tot het vertrouwensherstel. De Bundesbank zou eindelijk moeten inzien dat het gewoon onverantwoord is om voor de ontluikende Europese Centrale Bank per se een voorbeeld te willen stellen van monetaire orthodoxie. De Duitse geldhoeveelheid groeide het voorbije jaar met iets méér dan een magere 4% (tegenover ruim 9% in de VS). Een Duitse rentedaling zou vandaag voor iedereen welkom zijn. Bovendien kunnen we alleen maar hopen dat de verkiezingsintenties van belastingverlagingen en een verdere deregulering snel in beleidsdaden worden omgezet. Wat de Verenigde Staten betreft ten slotte, moeten we onze hoop vandaag temperen. Dat Alan Greenspan en zijn Fed pakweg een jaar geleden geen renteverhoging hebben doorgevoerd, is wel héél erg jammer. Ongetwijfeld zou dat een deel van de oververhitting op Wall Street hebben voorkomen (en dus ook een deel van de terugval en de nervositeit van de voorbije weken). Bovendien zouden die rentevoeten nu naar beneden hebben gekund in het kader van een coherent monetair beleid. Met zulke uitspraken achteraf komen aanzetten, is natuurlijk makkelijk. Toch kan Greenspan maar bezwaarlijk volhouden dat er niet op een verantwoorde manier werd gepleit voor een dergelijke correctie vorig jaar. Nu staat hij immers voor het probleem dat wat hij ook doet, hij alleen nóg meer nervositeit zal opwekken. Dus doet hij, wellicht, beter niets. Johan Van Overtveldt