Eindelijk zijn er geen tweederangs-Europeanen meer. Elke lidstaat die het nodig heeft, krijgt hulp om de coronarampspoed door te komen, ook de zuiderse landen. Na vier dagen en nachten overwonnen de EU-leiders vorige week hun achterdocht. Er komt een herstelfonds met 390 miljard euro subsidies. Het is een begin van wat een volwassen solidariteits...

Eindelijk zijn er geen tweederangs-Europeanen meer. Elke lidstaat die het nodig heeft, krijgt hulp om de coronarampspoed door te komen, ook de zuiderse landen. Na vier dagen en nachten overwonnen de EU-leiders vorige week hun achterdocht. Er komt een herstelfonds met 390 miljard euro subsidies. Het is een begin van wat een volwassen solidariteitsmechanisme tussen de lidstaten kan worden. Maar solidariteit zonder voorwaarden is niet duurzaam, argumenteerde Mark Rutte op de EU-top, en terecht. De Nederlandse premier wilde echter het alleenrecht om rode kaarten uit te delen aan, in zijn ogen, gemakzuchtige lidstaten. Dat kan natuurlijk niet. Het is niet aan Rutte om Europeanen de les te spellen die niet voor hem kunnen kiezen. Het is goed dat de Europese Commissie de scheidsrechter van het fonds wordt. Maar mag zij groeien in die rol? Dat wordt de echte test voor de Europese solidariteit. Het herstelfonds is eenmalig en relatief klein, en dus ongevaarlijk voor de lidstaatregeringen, die graag een vinger in de Europese pap houden. Als de coronagolven aangroeien tot een tsunami, zullen de lidstaten meer middelen moeten gunnen aan het fonds, zodat het zijn werk naar behoren kan doen. Zullen de lidstaten de portemonnee openen als het erop aan komt, en de scheidsrechter ongemoeid zijn gang laten gaan? De lidstaten hebben een stap gezet, maar de tocht naar een echt federaal Europa is nog lang. Hoe zwaarder de crisis, hoe groter de kans op een terugtocht. Dan kan zelfs de muntunie springen, tot nu het cement van de Europese Unie. Voor een volwassen solidariteit moet Europa een volwassen democratie worden.