Door Luc Huysmans
...

Door Luc HuysmansHet klimaatplan van de Europese Commissie wordt door sommigen als een even grote verandering aangekondigd als de liberalisering die in 1992 het vrije verkeer van goederen en diensten regelde, of als de Maastrichtnormen. Of dat ook klopt, moet nog blijken. De doelstellingen die aan België zijn opgelegd, zijn in ieder geval bijzonder ambitieus. Tal van studies wijzen uit dat er in België maar potentieel is voor 8 % herbruikbare energiebronnen. Om dan naar 13 % te gaan tegen 2020, klinkt, om het met de woorden van het Verbond van Belgische Ondernemingen te zeggen, "onhaalbaar en onbetaalbaar". Zeker indien de markt voor emissiecertificaten niet perfect functioneert. Zo hebben Duitsland en Spanje al bedongen dat ze hun (wind)energie mogen voorbehouden om aan de eigen normen te voldoen. Bovendien zal de zwaarste inspanning in CO2-reductie moeten komen van sectoren die niet aan de certificatenhandel zijn onderworpen: transport, bouw, en de particulieren. België had de Kyotonormen al zo goed als op zak, indien onze woningen geïsoleerd zouden zijn zoals de Scandinavische. Maar wellicht is die boodschap politiek moeilijker verkoopbaar. Op het eerste gezicht lijkt het milieuplan vooral aan symptoombestrijding te doen: we stoten te veel CO2 uit, dus moeten we er minder van uitstoten. De eerste de beste diëtist zal u kunnen vertellen dat de beste manier om overtollige kilo's kwijt te raken, meestal niet is om gewoon minder te eten. Dat is misschien een noodzakelijke, maar slechts zelden een duurzame oplossing. De beste resultaten worden geboekt door wie anders en gezonder gaat eten. Die vergelijking gaat ook hier op. De reden waarom de Amerikaanse president George Bush destijds het Kyotoprotocol weigerde te ondertekenen, is dat hij alles wou inzetten op technologie om de problematiek aan te pakken. Hij werd voor die keuze verguisd door heel wat progressievelingen, maar eigenlijk bewijst het Europese plan voor een deel zijn gelijk. Minder CO2 uitstoten moet, maar de echte klimaatverandering moet er komen door een ander, milieuvriendelijker productie-, transport- en consumptiesysteem. Die technologiegedreven aanpak biedt kansen. Ten eerste omdat duurder transport de troefkaart van onze ligging in het hart van Europa nog versterkt. De druk om te produceren dichter bij de markt neemt dan toe. Maar vooral ook omdat ons land gedwongen wordt mee het voortouw te nemen in die technologische evolutie. Windmolenparken bouwen op 40 kilometer in zee leek enkele jaren geleden waanzin, nu zal ons wellicht weinig andere keuze resten dan het te proberen. Al neemt dat niet weg dat in de tussentijd misschien minder populaire maatregelen noodzakelijk zullen blijken, zoals het terugdraaien van de kernuitstap. Het welslagen van het plan zal in niet geringe mate afhangen van de mogelijkheid om het ook te globaliseren. Indien de Verenigde Staten, China en India niet op een of andere manier mee in het bad springen, dan komt het plan neer op een verkapte belasting op bedrijfsleven en burgers. In dat geval zal de logische conclusie zijn om het plan over enkele jaren dood te verklaren. (T)