"De eenmalige bevrijdende aangifte", afgekort EBA : drie onlosmakelijk met elkaar verbonden woorden, alomtegenwoordig in conversaties, in de pers, op studiedagen, bij neofieten en bij fiscale en financiële specialisten. Drie kleine woordjes die onzekerheid, vrees en gekibbel opleverden. En die vooral met een Europese maatregel te maken hebben, namelijk de Europese richtlijn over de fiscaliteit van de inkomsten uit spaargeld.
...

"De eenmalige bevrijdende aangifte", afgekort EBA : drie onlosmakelijk met elkaar verbonden woorden, alomtegenwoordig in conversaties, in de pers, op studiedagen, bij neofieten en bij fiscale en financiële specialisten. Drie kleine woordjes die onzekerheid, vrees en gekibbel opleverden. En die vooral met een Europese maatregel te maken hebben, namelijk de Europese richtlijn over de fiscaliteit van de inkomsten uit spaargeld. De EBA, synoniem met fiscale en strafrechtelijke straffeloosheid, was een mislukking. Er konden twee verschillende groepen tegenstanders van de EBA onderscheiden worden : de 'onwetenden' wat de fiscale wetgeving betreft en de 'dromers'. Bij degenen die de fiscale wet niet kennen, zag men dit jaar, en ook al in 2003, een wilde repatriëring van kapitaal. Belgische banken en verzekeraars zagen massaal (versnipperd) kapitaal toekomen. Een opflakkering van 'burgerzin' of angst voor de Europese fiscale wetten die eraan komen ? Al bij al doet dat er weinig toe. Door heimelijk hun kapitaal terug te halen naar hun thuisland, stellen de 'valse spijtoptanten' zich bloot aan de antiwitwaswet. Want die wet legt de bankiers en de immobiliënagenten een aantal verplichtingen op die er al snel voor zouden kunnen zorgen dat er vervelende vragen gesteld worden over de herkomst van het geld. De dromers van hun kant, bleven bij hun standpunt 'Gelukkig leven, verborgen leven...'. En zo bleef hun vermogen in het buitenland. Maar de impact van de Europese richtlijn van 3 juni 2003 over de fiscaliteit van de inkomsten uit spaargeld, die op 1 juli 2005 van kracht zal worden en die door de wet van 17 mei 2004 al in Belgisch recht werd omgezet, mag men niet negeren. De dromers voelen zich wel weer wat gesterkt in hun keuze sinds ze weten dat bepaalde producten niet onder de richtlijn vallen (zie kaderstukje). Het toepassingsveld van de richtlijn is inderdaad kleiner dan men zou verwacht hebben, maar men mag ervan uitgaan dat de fiscale paradijzen als sneeuw voor de zon zullen verdwijnen zodra de richtlijn kan worden toegepast. Het doel van de richtlijn is ervoor te zorgen dat de inkomsten uit spaargeld, onder de vorm van interesten uitbetaald in een lidstaat ten voordele van de werkelijke begunstigden (fysieke personen die hun woonplaats in een andere lidstaat hebben), ook effectief belast worden conform de wetgeving van die laatste lidstaat. De richtlijn is bedoeld voor bijvoorbeeld een Belg die interesten int in Luxemburg of voor een Fransman die interesten ontvangt in België. Er is eigenlijk niet echt sprake van een harmonisering, enkel van de wil om te voorkomen dat belastingplichtigen zich van hun fiscale plichten proberen te onttrekken. Dit systeem houdt trouwens ook in dat de inkomsten uit spaargeld in elke lidstaat anders belast worden, aangezien ze onder het fiscale regime vallen van het land waar ze geïnd worden. Het doel van de richtlijn is ook en vooral de û schadelijke û fiscale concurrentie tussen de lidstaten van de Europese Unie weg te werken. De afwezigheid van elke vorm van coördinatie op het vlak van belastingen, zorgde ervoor dat de inwoners van een lidstaat ontsnapten aan elke belasting op interesten die ze inden in een andere lidstaat dan die waar hun woonplaats is. Om dat doel te kunnen bereiken, voorziet de richtlijn in een systeem van automatische uitwisseling van informatie over de inkomsten uit spaargeld tussen de verschillende lidstaten. In de praktijk zal een lidstaat die inkomsten op spaargeld toekent aan een inwoner van een andere lidstaat, de belastingadministratie van die laatste informatie doorspelen betreffende de identiteit en de woonplaats van de begunstigde. Ook het rekeningnummer, de identiteit van het land dat de interesten toekent en de informatie over de betaling van de intersten zullen zoals bepaald in de richtlijn meegedeeld worden. De richtlijn moet dus op 1 juli van kracht worden, als de belastingdiensten er tenminste op logistiek en technisch vlak klaar voor zijn. Vanaf die datum kan het systeem van uitwisseling van informatie zijn werk beginnen doen. Met toch een niet te verwaarlozen uitzondering : tijdens een overgangsperiode zal dat systeem niet worden toegepast door Luxemburg, België en Oostenrijk. En door bijvoorbeeld Zwitserland bij 'derde' landen. Om te compenseren dat ze geen informatie vrijgeven û wat in tegenspraak zou zijn met hun bankgeheim û zullen België, Oostenrijk en Luxemburg een belasting aan de bron afhouden. In een beginfase, die drie jaar zal duren, zal die 15 % bedragen. De volgende drie jaar ligt ze op 20 % (vanaf 1 juli 2008) en vervolgens stijgt ze tot 35 % (vanaf 1 juli 2011). Deze voorheffing wordt berekend op het bedrag van de interesten. De staat waar de interesten worden uitbetaald, houdt 25 % van de afgehouden inkomsten en stort 75 % ervan door naar de lidstaat waar de werkelijke begunstigde van de interesten zijn woonplaats heeft. Maar die begunstigde, die niet in deze staat woont, kan wel voor uitwisseling van gegevens kiezen. Daartoe moet hij de staat waar hij zijn interesten ontvangt, een verklaring bezorgen waarin zijn persoonlijke gegevens vermeld staan en die werd opgesteld door de staat waar hij zijn woonplaats heeft. Deze verklaring vormt een toestemming voor degene die de interesten uitbetaalt, om de gegevens door te spelen en geen afhouding aan de bron toe te passen. De afhouding aan de bron ontslaat de belegger er echter niet van de interesten die hij in het buitenland int, in zijn eigen land aan te geven. Een afhouding aan de bron betekent immers niet meteen ook een ontwijking van de roerende voorheffing. De roerende voorheffing is in de lidstaten zelden bevrijdend. De lidstaten sloten wel overeenkomsten om dubbele belastingen te voorkomen, maar de recuperatieprocedure voor een belasting die een tweede keer werd geïnd via een aangifte van de inkomsten uit spaargeld, brengt heel wat administratieve rompslomp met zich mee. Maar niet alle producten vallen onder de richtlijn. Enkel kapitaal waaruit interesten in de meest strikte zin van het woord voortkomen, worden geviseerd. Of de inkomsten nu uit België of uit het buitenland komen, een inwoner van België zal zelden aan een belasting (roerende voorheffing, afgekort RV) kunnen ontsnappen. Er zijn twee mogelijkheden : hij kan direct belast worden op het ogenblik dat hij de inkomsten ontvangt û systeem van de bevrijdende RV (aangifte is facultatief) û of hij kan de inkomsten op zijn belastingaangifte invullen. Daarom vraagt ook elke Belgische belegger zich af wat de richtlijn nu precies aan het bestaande systeem zal wijzigen. We bekijken dit vanuit verschillende hypotheses. 3 Zowel ontvanger als uitbetaler van de interesten zijn Belg. De richtlijn is niet van toepassing. 3 De ontvanger van de interesten is Belg, de uitbetaler ervan is gevestigd in één van de 24 andere Europese lidstaten, met uitzondering van Oostenrijk en Luxemburg. De richtlijn is van toepassing. We nemen als voorbeeld een Belg die een termijnrekening heeft in Nederland. (zie tabel 1) 3 De ontvanger van de interesten is Belg, de uitbetaler ervan is gevestigd in Luxemburg of Oostenrijk. De richtlijn is van toepassing. (zie tabel 2) 3 De ontvanger van de inkomsten is Belg en de uitbetaler ervan is gevestigd in een derde land (een 'belastingparadijs') dat de Europese akkoorden over inkomsten uit spaargeld heeft ondertekend. In dit geval moet de uitbetaler in het derde land de maatregelen toepassen die gelijkaardig zijn aan deze voorzien in de richtlijn voor uitbetalers in lidstaten. Wanneer de Europese spaarrichtlijn zal worden toegepast, zal het in sommige gevallen voor de Belg nadelig zijn om zijn interesten in het buitenland te innen. Het wordt vaak vergeten, maar België is een gunstig land wat belasting van inkomsten uit spaargeld betreft. Als de uitbetaler in Luxemburg gevestigd is en er wordt niets in België aangegeven, zal de Europese fiscale kost op een bepaald moment samenvallen met de Belgische fiscale kost. Maar zodra het Europese tarief tot 20 % stijgt, zal de Belgische fiscaliteit aantrekkelijker worden. En uiteindelijk zal ook Luxemburg informatie gaan uitwisselen. Bovendien mogen we niet vergeten dat sommige producten niet belast zijn in België, en dat wel zijn in het Europese recht. Dat geldt onder andere voor de kapitalisatiebeveks (beleggingsfondsen met herinvestering van de ontvangen inkomsten) die voor meer dan 40 % in schuldpapier (obligaties...) worden belegd. Ook sommige beleggingsproducten zijn in België niet belast. We denken dan aan de verzekeringsproducten uit tak 21 en tak 23. Voor de Belgische belegger die toch naar een 'belastingparadijs' wil uitwijken, is er maar één mogelijkheid : alsmaar verder weg gaan. Sommigen zullen stellen dat men in Luxemburg werkt aan producten die buiten de richtlijn vallen. Men kan dan antwoorden dat belastingparadijzen wel altijd zullen blijven bestaan, dat uitstekende financiers en fiscalisten altijd wel de zwakke plek zullen vinden waardoor ze de wetgeving kunnen omzeilen, maar dat hun kapitaal alsmaar moeilijker te gebruiken zal zijn buiten die belastingparadijzen. Hoe kan men in België of in een lidstaat van de Europese Unie û of zelfs in een derde land û de aankoop van een vastgoed verantwoorden wanneer uit een onderzoek blijkt dat de aangegeven inkomsten niet overeenstemmen met wat men werkelijk bezit ? En daar duikt het probleem van de successie dan weer op. Maar dat is een ander verhaal... JEANINE VANESSE