In 2010 waart een spook in Europa. Niet dat van het communisme, maar dat van de terugkeer van de massale werkloosheid. De Europese economieën komen er in de loop van het jaar geleidelijk weer bovenop. Maar de werkloosheid is een notoir achterlopende indicator. De OESO, de denktank van de rijke landen, verwacht dat ze een naoorlogse piek van 10 procent bereikt. Voor de hele club zou dat neerkomen op zowat 57 miljoen mensen tegen het einde van 2010. 25 miljoen werknemers zouden dan sinds 2007 hun job verloren hebben. In verschillende landen - Spanje, Ierland, Frankrijk, Duitsland en Polen - stijgt de werkloosheidsgraad boven de 10 procent.
...

In 2010 waart een spook in Europa. Niet dat van het communisme, maar dat van de terugkeer van de massale werkloosheid. De Europese economieën komen er in de loop van het jaar geleidelijk weer bovenop. Maar de werkloosheid is een notoir achterlopende indicator. De OESO, de denktank van de rijke landen, verwacht dat ze een naoorlogse piek van 10 procent bereikt. Voor de hele club zou dat neerkomen op zowat 57 miljoen mensen tegen het einde van 2010. 25 miljoen werknemers zouden dan sinds 2007 hun job verloren hebben. In verschillende landen - Spanje, Ierland, Frankrijk, Duitsland en Polen - stijgt de werkloosheidsgraad boven de 10 procent. De laatste keer dat werkloosheid een grote gesel was in Europa, was aan het begin van de jaren negentig. De boom van de voorbije vijftien jaar heeft ze echter naar beneden gedrukt, zelfs in landen als Frankrijk, Duitsland en Spanje, waar ze een diepgeworteld fenomeen leek. De dalende werkloosheid maakte het voor sommige landen gemakkelijker om de strikte reglementering die hun arbeidsmarkten verziekte wat losser te maken. Dat droeg bij tot een verdere daling van het aantal werklozen. Die gunstige cyclus keert in 2010 om. De toenemende werkloosheid maakt het veel moeilijker om hervormingen van de arbeidsmarkt door te voeren. Ze maakt het politiek onmogelijk om de kloof te verkleinen tussen de beschermde 'insiders' die een vast contract hebben en de onbeschermde 'outsiders' die opgezadeld zitten met een tijdelijke overeenkomst. De regeringen zullen niet in staat zijn om de wetten over werknemersbescherming nog verder af te bouwen. Omdat de meeste landen ook in 2010 moeite hebben om hun grote begrotingstekorten binnen de perken te houden, verkeren ze ook niet in de mogelijkheid om de werkloosheid van de privésector op te slorpen door meer overheidsgeld uit te geven en door meer banen in de openbare dienst te creëren. Het gevaar bestaat dat heel wat regeringen grotendeels op dezelfde manier reageren als in de jaren tachtig, toen ze allerlei programma's promootten die gericht waren op vervroegde pensionering, verkorting van de arbeidsduur en vermindering van deeltijds werken. Dat soort politiek verraadde een atavistisch geloof in een misvatting over het arbeidsvolume. Dat zegt dat er een vast volume aan arbeid te verdelen valt en als sommigen zachtjes uit hun job gezet worden er bijkomende arbeidsplaatsen voor anderen geschapen worden. Zowel de ervaring als de economische theorie heeft intussen aangetoond dat dit onjuist is. Een andere beleidsreactie uit de jaren tachtig die heel wat regeringen misschien weer uitproberen, is een aantal werklozen van de werkloosheidsuitkering te halen en in stelsels van werkonbekwaamheid te stoppen. Landen als Groot-Brittannië, Nederland en Zweden hebben uitgebreid gebruik gemaakt van dergelijke kunstgrepen om de gepubliceerde werkloosheidscijfers laag te houden. Gelukkig hebben ze daar in 2010 meer moeite mee wegens de grotere noodzaak om de openbare bestedingen aan banden te leggen. De beste respons op de werkloosheid is niet meer regulering of mensen vervroegd op pensioen zetten, noch de cijfers naar beneden te kneden. Ofwel werken dergelijke reacties niet, ofwel pakken ze alleen de symptomen aan. Met de demografische toekomst van Europa zijn ze ook pervers omdat de werkende bevolking in de meeste landen zal krimpen, niet uitbreiden. Op korte termijn wordt Europa misschien geconfronteerd met een hoge werkloosheid, maar op lange termijn krijgt het te maken met een tekort aan arbeidskrachten. Een veel betere reactie schuilt in opleiding en andere maatregelen die ervoor zorgen dat diegenen die hun job verliezen in contact blijven met de arbeidsmarkt zodat ze snel weer kunnen toetreden als de groei weer aantrekt. De Scandinavische landen hebben zich daarin bedreven getoond. Ze proberen uitdrukkelijk de werkkrachten te beschermen en op te leiden. Zo'n investering in menselijk kapitaal verhoogt op lange termijn waarschijnlijk de productiviteit, genereert een grotere groei en creëert meer tewerkstelling. Jammer genoeg heeft het beleid van heel wat Europese regeringen net het omgekeerde effect. DE AUTEUR IS REDACTEUR EUROPA VAN THE ECONOMIST.