Begin volgend jaar is het sprookje definitief voorbij. De regering van lopende zaken heeft een wetsontwerp klaar dat de btw-aftrek bij gemengd gebruikte bedrijfsgoederen van meet af aan beperkt. Velen zullen dit betreuren. Maar onlogisch is de nieuwe regeling niet.
...

Begin volgend jaar is het sprookje definitief voorbij. De regering van lopende zaken heeft een wetsontwerp klaar dat de btw-aftrek bij gemengd gebruikte bedrijfsgoederen van meet af aan beperkt. Velen zullen dit betreuren. Maar onlogisch is de nieuwe regeling niet. Wat is het probleem? Btw-plichtigen hebben het voordeel dat zij de door hen betaalde btw kunnen recupereren. Die recuperatie is bedoeld om de productie- en handelsketen 'belastingschoon' te houden. De btw mag pas in de laatste fase - die van het eindverbruik - een kostprijselement zijn. Meteen is daarmee ook gezegd dat btw-plichtigen geen onbeperkt recht op recuperatie van de betaalde voorbelasting hebben. Een btw-plichtige heeft dat recht slechts voor zover zijn aankopen passen in de uitoefening van zijn economische activiteit. Wanneer een schoenhandelaar schoenen aankoopt om ze te verkopen, heeft hij recht op recuperatie van de betaalde voorbelasting. Koopt hij schoenen om ze zelf te dragen, dan heeft hij dat recht niet. Hij handelt dan immers niet meer in de uitoefening van zijn economische activiteit (van schoenhandelaar), maar wel als eindverbruiker, of anders gezegd, als consument. Dezelfde principes gelden bijvoorbeeld als een btw-plichtige een gebouw laat oprichten. Als onze schoenhandelaar dat gebouw bestemt om er zijn handelszaak in onder te brengen, dan heeft hij opnieuw recht op recuperatie van de btw die hij - in het voorbeeld - op de prijs van de bouwwerkzaamheden verschuldigd is. Gebruikt hij dat gebouw alleen maar om er met zijn gezin te wonen, dan heeft hij geen recht op recuperatie van de betaalde voorbelasting. Maar wat als hij aan het gebouw een gemengde bestemming geeft? Op de benedenverdieping richt hij zijn winkel in, terwijl hij de hogere verdiepingen als privéwoning gebruikt. Hoe zit het dan met de recuperatie van de betaalde voorbelasting? De Belgische belastingadministratie is er altijd van uitgegaan, dat er in zo'n geval slechts een beperkt recht op recuperatie bestaat: met name, in het voorbeeld, alleen maar voor zover de betaalde btw slaat op de benedenverdieping. Het Europese Hof van Justitie zag dat anders. Volgens het Hof heeft een btw-plichtige altijd het recht een gemengd gebruikt bedrijfsgoed volledig in zijn bedrijfspatrimonium op te nemen. En als hij daarvoor kiest, moet hij de betaalde btw in eerste instantie volledig en onmiddellijk kunnen recupereren. Uiteraard is er dan te veel btw gerecupereerd. Maar volgens het Hof moet de correctie pas later gebeuren: met name door het privégebruik in de loop van de daaropvolgende jaren aan btw te onderwerpen. De Belgische btw-administratie hield aan deze rechtspraak een kater over. Terwijl tal van btw-plichtigen er gretig gebruik van maakten om de betaalde btw in eerste instantie onmiddellijk en volledig te recupereren (en pas nadien, gespreid in de tijd, tot een correctie over te gaan). Zij hielden er een belangrijk financieringsvoordeel aan over. De fiscus wrong zich in alle bochten om aan deze praktijk paal en perk te stellen. Hij riep de wetgever te hulp. Maar diens interventie bleek een maat voor niets. Inzake btw is het immers niet de Belgische wetgever, maar wel Europa dat de wet dicteert. Uiteindelijk is het de Europese Commissie die voor een doorbraak heeft gezorgd. Zij liet een richtlijn goedkeuren die alle lidstaten verplicht bij gemengd gebruikte onroerende goederen, de btw-recuperatie van meet af aan te beperken tot het beroepsgebruik. En die de lidstaten bovendien de mogelijkheid biedt hetzelfde te doen bij roerende bedrijfsgoederen die gemengd worden gebruikt. België grijpt deze kans nu aan om onze wetgeving vanaf begin volgend jaar in die zin aan te passen. Zowel voor onroerende als voor roerende bedrijfsmiddelen. Zoals gezegd, onlogisch is dat niet. De rechtspraak van het Europees Hof gaf btw-plichtigen, wat het privégebruik van hun bedrijfsgoederen betreft, een duidelijk financieringsvoordeel. Niemand heeft ooit goed begrepen, waarom zij - in vergelijking met andere consumenten - dat voordeel moesten hebben. Jan Van Dyck - Advocaat en hoofdredacteur van FiscoloogJan Van DyckDe Europese rechtspraak bezorgde de Belgische fiscus een kater.