Het is een beetje ondergesneeuwd door de opvallende uitslagen van de deelstaatverkiezingen, maar op 7 juni werd ook een nieuw Europees Parlement verkozen. Nochtans was ook die uitslag veelzeggend. Niet het minst door het grote aantal mensen dat ongeldig of helemaal niet stemde, wat het resultaat van deze stembusgang heeft vertekend.
...

Het is een beetje ondergesneeuwd door de opvallende uitslagen van de deelstaatverkiezingen, maar op 7 juni werd ook een nieuw Europees Parlement verkozen. Nochtans was ook die uitslag veelzeggend. Niet het minst door het grote aantal mensen dat ongeldig of helemaal niet stemde, wat het resultaat van deze stembusgang heeft vertekend. Wat stellen we vast? De partijen die de ontwikkeling van de Europese constructie genegen zijn, halen een tweederde meerderheid. Een Europese eurosceptische partij, opgericht en geleid door Declan Ganley, de man die bij het Ierse referendum over de goedkeuring van de Verdrag van Lissabon de neencampagne aanvoerde, heeft niet één verkozene. Uit opiniepeilingen blijkt dat overal in de Unie minstens 60 procent, en in sommige lidstaten 80 procent, van de bevolking achter de Europese constructie staat. En rondom de grenzen van de Europese Unie dromen vele landen van toetreding. Hoe komt het dan dat zoveel mensen niet zijn gaan stemmen voor een nieuw Europees Parlement? De combinatie in heel wat lidstaten van lokale met Europese verkiezingen, betekent onvermijdelijk dat die laatste aan het zicht worden onttrokken. Wie heeft er in België gemerkt dat er ook een Europese campagne werd gevoerd? Ik alvast niet. Voorts is de inzet niet duidelijk. De burgers kennen de bevoegdheden van het Europees Parlement niet. Het gebrek aan cohesie in de politieke groeperingen die zich onder een gemeenschappelijke naam aandienen, leidt bovendien tot verwarring. De Europese Commissie, die de ontwikkeling van Europa politiek moet inspireren en haar integratie moet organiseren, speelde geen enkele rol in de campagne. In dat verband verzetten de lidstaten zich tegen een rechtstreekse verkiezing van de Voorzitter van de Commissie, waarbij kandidaten het tegen elkaar zouden moeten opnemen en bijgevolg klare wijn over hun politieke programma zouden moeten schenken. De lidstaten willen echter absoluut vasthouden aan hun exclusieve prerogatief om de kandidaat-voorzitter aan het parlement voor te dragen. Met die vaststelling wil ik de hypocrisie aan de kaak stellen van een groot aantal lidstaten dat zich enerzijds ten gunste van de Europese constructie uitspreekt, en anderzijds alles in het werk stelt om de gedeelde soevereiniteit tegen te houden. Terwijl dat laatste precies het wezenskenmerk van de Europese constructie moet zijn. Ze werpen zich op als de verdedigers van de nationale belangen die zogezegd bedreigd worden door de 'machtshonger' van de Europese instellingen, in casu de Commissie en het Europees Parlement. Ze maken het hele jaar door het proces van 'Brussel' en zijn 'gezichtsloze technocraten', om zich vervolgens te verbazen over het totale gebrek aan engagement bij de burger wanneer de verkiezingen eraan komen. Het is typerend voor dit dubbelslachtige discours. Precies daarom denk ik dat het absenteïsme niet noodzakelijk wijst op een onverschilligheid van de publieke opinie voor de Europese gedachte, maar veeleer op een gebrek aan inzicht in de werking van de Unie en een gebrek aan kennis van de bevoegdheden van het Parlement. Tot slot nog een laatste vaststelling: over Europa moet er elke dag worden bericht, en niet alleen in de aanloop naar verkiezingen. De geschreven media ruimen slechts weinig plaats in voor Europese vraagstukken, en de televisie beperkt zich tot informatie waarover beeldmateriaal voorhanden is. Wat kan een journalist of een politicus in twee minuten vertellen? Het uitgelezen medium is dan ook het internet, en de Commissie zou daarvoor de beste technologie moeten inschakelen. Niet alleen om informatie te verspreiden maar ook om een pedagogisch platform te ontwikkelen waarvoor ze de financiële middelen moet aanwenden die ze nu gebruikt om archaïsche informatiekantoren in de lidstaten te financieren. Maar de Commissie vreest van 'propaganda' te worden beschuldigd. De oprichting van een ethisch toezichtscomité zou voldoende zijn om deze domme aantijging te weerleggen. Dit pedagogische proces moet zich in eerste instantie richten op de scholen, die over belachelijk weinig middelen beschikken om hun leerlingen te informeren. Het zijn de nieuwe generaties die opnieuw warm voor Europa moeten worden gemaakt, want er zal geen Europa zijn wanneer zij niet bij het proces worden betrokken. En precies dat beseffen de politici nog niet. Laten we ophouden met het geweeklaag over het aantal niet-stemmers. Er moet worden gehandeld, en de Commissie heeft daartoe de macht en bevoegdheden. Nu moet ze het alleen nog willen, want de toestemming van de lidstaten heeft ze niet eens nodig. (T) Etienne Davignon DE AUTEUR IS MINISTER VAN STAAT.