Amerika geraakt in de ban van het protectionisme. In de aanloop naar de cruciale voorverkiezingen in Ohio en Texas van vorige dinsdag probeerden de Democraten Barack Obama en Hillary Clinton elkaar te overtreffen met slogans voor meer regulering van de vrijhandel. Vooral Clinton liet tijdens haar campagnetocht in Ohio weinig aan de verbeelding over: "Het Chinese staal komt naar hier en onze banen gaan naar daar. Wij houden ons aan de regels en zij manipuleren hun munt. Wij krijgen bedorven vis, speelgoed met lood erin en vergiftigd hondenvoer in ruil."
...

Amerika geraakt in de ban van het protectionisme. In de aanloop naar de cruciale voorverkiezingen in Ohio en Texas van vorige dinsdag probeerden de Democraten Barack Obama en Hillary Clinton elkaar te overtreffen met slogans voor meer regulering van de vrijhandel. Vooral Clinton liet tijdens haar campagnetocht in Ohio weinig aan de verbeelding over: "Het Chinese staal komt naar hier en onze banen gaan naar daar. Wij houden ons aan de regels en zij manipuleren hun munt. Wij krijgen bedorven vis, speelgoed met lood erin en vergiftigd hondenvoer in ruil." In Ohio ging de afgelopen acht jaar tien procent van de werkgelegenheid verloren. Ooit was deze staat in de Midwest een economische factor van betekenis met grote productie van televisies, auto-onderdelen, koelkasten, wasmachines, stofzuigers en andere apparaten die in elk huishouden te vinden zijn. In Dayton verschafte de auto-onderdelenfabrikant Delphi in de jaren zeventig nog 30.000 banen; National Cash Register was goed voor 20.000 jobs. Beide bedrijven zijn ondertussen vertrokken naar het buitenland, naar Mexico of China omdat de arbeidskosten er lager zijn. Dayton, ooit de geboorteplaats van de Amerikaanse luchtvaart, is een lege stad. Het heeft een rijk verleden omdat er veel uitvindingen werden gedaan - zoals de streepjescode, de parkeermeter, de filmprojector, de parachute en het gasmasker - maar het heeft geen toekomst. Ohio zit intussen in een chronische recessie, net als Michigan dat ooit het wereldcentrum was van de auto-industrie. Vakbonden die jarenlang hoge lonen konden afdwingen in Ohio en Michigan, wijzen met de beschuldigende vinger naar China en naar Nafta, de Noord-Amerikaanse Vrijhandelszone met de VS, Mexico en Canada. Clinton zette het protectionisme de afgelopen weken in een hogere versnelling omdat ze dreigt te verliezen van Barack Obama, die veel steun geniet in vakbondskringen. Clinton kondigde aan dat ze als president Nafta wil bevriezen en alle vrijhandelsakkoorden opnieuw wil bespreken. Ze eist een time-out voor vrijhandel en ziet ook niets in de Doharonde, de onderhandelingen over de verdere liberalisering van de wereldhandel. Amerika zal zich onder Hillary Clinton niet als een promotor van de vrijhandel opwerpen, zoals het dat wel deed tijdens de regeerperiode van haar echtgenoot Bill Clinton. Hij was een warme voorstander van Nafta, dat in 1994 onder zijn presidentschap van start ging. Ook Hillary steunde destijds het akkoord dat ze nu wil openbreken. "Ik wil een meer doordachte handelspolitiek in de 21ste eeuw. Dat is niet protectionistisch maar een verantwoord beleid", zei Clinton onlangs op haar verkiezingstournee. In feite neemt Clinton de retoriek over van de vroegere Democratische kandidaat John Edwards die in 1993 al zei dat Nafta een slecht akkoord was omdat het 'Amerikaanse banen' zou kosten. Edwards zette dat pleidooi voort tijdens de recente campagne en werd tweede in de caucus in Iowa begin januari. Hij eindigde daarmee achter Obama, maar voor Clinton. Na de voorverkiezingen in South Carolina stopte Edwards zijn campagne, waarna Clinton jacht maakte op diens protectionistisch gezinde achterban. Haar campagne zette in op de factor 'economische angst'. Barack Obama laat zich minder populistisch uit dan Clinton, maar zit op dezelfde koers. Hij wil Amerikaanse bedrijven die uit het land wegtrekken, treffen met hoge boetes. "Amerikaanse bedrijven moeten Amerikaanse banen in Amerika laten", zei hij tijdens een televisiedebat in Austin, Texas. The Wall Street Journal verzet zich heftig tegen wat het de 'antihandel- en antibedrijvenretoriek' noemt. Volgens de krant leidt het pleidooi voor protectionisme ertoe dat de kip met gouden eieren wordt geslacht. Veel grote Amerikaanse bedrijven hebben, net als Europese, een deel van hun productie verhuisd naar het buitenland om op de wereldmarkt te overleven. De Republikeinse kandidaat John McCain laat een heel ander geluid horen dan Clinton en Obama. Hij blijft een voorstander van vrijhandel: "Dit is essentieel voor de toekomst van Amerika." McCain noemt zichzelf 'de grootste pleitbezorger van vrijhandel die de wereld ooit heeft gezien'. Hij is voor Nafta en streeft nog meer vrijhandelsakkoorden na. Dat discours bracht hem tijdens de voorverkiezingen al in moeilijkheden. In Michigan vielen zijn woorden niet op vruchtbare bodem. Hij verloor er van Mitt Romney die de arbeiders in de autofabrieken van Detroit beloofde dat hij 'elke baan zou behouden'. McCain noemde de opmerkingen van Romney een 'loos gebaar'. "We kunnen geen banen terughalen die zijn vertrokken. We moeten nieuwe banen scheppen die blijven", aldus McCain. De Republikeinse presidentskandidaat wil ook de vennootschapsbelasting verlagen van 35 naar 25 procent, een gedurfd voorstel. Dat wil hij combineren met de fiscale aftrekbaarheid van technologische investeringen gedurende het eerste jaar en een permanente vermindering van belasting op arbeid met tien procent in onderzoek & ontwikkeling. In de inkomstenbelasting wil McCain een grootscheepse belastingverlaging van 1,3 biljoen dollar - die president Bush in 2001 doorvoerde - voortzetten. Clinton en Obama willen de Bush tax cut stoppen als de regeling in 2010 afloopt. 'Buy American' De strijd om het Amerikaanse presidentschap zet het land op een tweesprong die ook voor Europa van groot belang is. De Democratische ideeën van minder vrijhandel en hogere belastingen voor grootscheepse overheidsplannen - zoals een verplichte ziekteverzekering voor alle Amerikanen - hebben twee directe gevolgen. In de eerste plaats krijgen Europese bedrijven, toch al benadeeld door de dure euro, het moeilijker om hun producten op de Amerikaanse markt te verkopen. Amerika neigt naar buy American, met mogelijk importtarieven en grotere administratieve belemmeringen om de markt te beschermen. De VS schorten in zo'n scenario alle vrijhandelsakkoorden op, terwijl over nieuwe niet meer wordt gesproken. Onderhandelingen over een Europees-Amerikaanse vrijhandelszone staan nog in de kinderschoenen. Als het aan Clinton of Obama ligt, worden die bevroren. Ook de Doharonde voor de liberalisering van de wereldmarkten gaat dan voor lange tijd de koelkast in. Hillary Clinton heeft van de verplichte ziekteverzekering haar stokpaardje gemaakt. Nu zijn circa 47 miljoen Amerikanen onverzekerd omdat verzekeringen te duur zijn. Een van de redenen is de Amerikaanse aansprakelijkheidscultuur die al bij een geringe beroepsfout enorme financiële gevolgen kan hebben voor een ziekenhuis of een zorgverstrekker. Schadeclaims lopen direct in de miljoenen. Dat duwt de premies omhoog. Clinton wil ziekteverzekeringen desnoods subsidiëren en Obama heeft een plan om onverzekerden met een laag inkomen een belastingverlaging te bieden zodat ze een ziekteverzekering kunnen kopen. "Het probleem is niet dat er geen gezondheidsvoorziening is, maar dat de verzekering voor veel mensen te duur is", zegt Obama. Ook willen Clinton en Obama een nationaal infrastructuurfonds oprichten om grote overheidsprojecten te financieren. Met de Democraten komt Keynes terug in het Witte Huis en gaat Friedman de kelder in. Het is echter de vraag of een Amerika op de rand van een recessie zich wel een belastingverhoging kan veroorloven. Vooral de middenklasse kampt al met enorm gestegen lasten. Ook bedrijven krijgen te maken met hogere lasten omdat ze niet naar het buitenland mogen verhuizen op straffe van een boete. Als de Amerikaanse economie in een recessie raakt, kan Europa er zich niet meer aan onttrekken. John McCain pleit daarentegen voor belastingverlagingen en vooral voor een beperking van de overheidsuitgaven. Hij wil vooral een einde maken aan earmarking, een verschijnsel waarbij elke senator of afgevaardigde een project voor zijn eigen achterban in de begroting laat reserveren. Dat kan een weg, een brug, een ziekenhuis, een school of een museum zijn, als de betrokkene er zichzelf maar onsterfelijk en populair mee kan maken. De verschillen tussen Obama/Clinton en McCain zijn ook zichtbaar op andere terreinen. De wijze waarop Amerika zijn probleem op de hypotheekmarkt probeert op te lossen, heeft gevolgen voor Europa. Clinton wil een moratorium van drie maanden op 'uitzettingen' om te voorkomen dat bewoners die hun hypotheek niet meer kunnen betalen hun huizen verliezen. Daarna wil ze met een fonds van 30 miljard dollar de sociale effecten van uit- zettingen milderen. Tijdens een debat met Obama in Austin, Texas, voegde Clinton daar een opmerkelijk zinnetje aan toe: "Ik vind dat de lage rente voor vijf jaar moet worden bevroren." Daarmee bedoelde ze ongetwijfeld de hypotheekrente, maar een dergelijke interventie in de markt zou verstrekkende gevolgen hebben. Een bevriezing van de lage rente waarmee hypotheekverstrekkers kopers lokken, zou de hele markt destabiliseren. Aan het begin van de jaren zeventig bevroor president Richard Nixon de lonen en de prijzen om de inflatie tegen te gaan. Die periode werd gevolgd door een monetaire explosie. Ook in de hypotheekcrisis beperkt McCain zich tot het 'genezen van de markt' met het herstellen van de 'waarde van krediet' en het helpen van de meest schrijnende gevallen van gedwongen uitzettingen. McCain kan het zich net zo min als Obama of Clinton veroorloven huis- eigenaren als een baksteen te laten vallen, maar hij blijft binnen de perken van de markteconomie. De Amerikaanse economie moet de val na de jarenlange zonde van goedkoop geld gewoon uitzweten. Na een shake-out herstelt die markt zich vanzelf. Europa kan echter ook profijt trekken uit sommige evoluties in de VS. Voor het energiebeleid zitten Clinton, Obama en McCain op een zelfde lijn. Alle drie zetten ze een grotere energieonafhankelijkheid hoog op de agenda. Voor Amerikanen is bio-ethanol een alternatieve energiebron die echter wordt geproduceerd met veel subsidie. Vooral de Midweststaat Iowa is een grote producent van bio-ethanol. Clinton en Obama hebben de subsidies altijd verdedigd, maar McCain verzette zich ertegen als 'niet marktconform'. Dat kostte hem veel stemmen; McCain werd bij de caucus in Iowa slechts derde. McCain is een voorstander van alternatieve energiebronnen, maar zonder veel overheidssteun. Hij pleit, in tegenstelling tot Obama en Clinton, wel voor uitbreiding van de kernenergie. "De obstakels voor kernenergie zijn politiek van aard, niet technologisch", aldus McCain. De Amerikaanse strategische nadruk op alternatieve energie kan een wereldwijde markt scheppen voor economisch renderend onderzoek en technologisch hoogwaardige producten. Een Amerikaanse koerswijziging in Europese richting maakt de markt groter en interessanter. Datzelfde geldt voor de klimaatverandering. De Amerikaanse regering heeft zich onder George Bush altijd afstandelijk opgesteld tegenover klimaatbeleid en vooral tegenover het Kyotoprotocol. Bush geloofde niet in Kyoto en was tegen het akkoord dat de Amerikaanse regering ten tijde van Bill Clinton enkel 'tekende'. Hillary Clinton pleit voor een emissieplafond en een handelssysteem in emissies, zoals Europese landen dat al toepassen. Ze wil de elektriciteitsconsumptie tegen 2020 met 20 % zien verminderen en een 'energiefonds' van 50 miljard dollar oprichten - gefinancierd door de oliemaatschappijen - voor de ontwikkeling en promotie van alternatieve energiebronnen. Obama wil dat de CO2-emissie in 2050 met 80 procent is gedaald dankzij een emissieplafond en een handelssysteem. Hij wil de komende tien jaar 150 miljard dollar investeren in onderzoek naar alternatieve energiebronnen. Clinton en Obama streven een stelsel na dat lijkt op dat van het Kyotoakkoord, maar ze krijgen evenmin een meerderheid in het Congres om het alsnog te ratificeren. Daarom streven ze naar een nieuw globaal akkoord in 2012 als Kyoto verstrijkt. Obama vindt dat de Verenigde Naties de leiding moeten nemen in het debat over klimaatverandering, wat ook een radicale verandering zou zijn in het Amerikaanse beleid. De keuze van de Amerikaanse president treft de hele wereld. Ondanks de grote voorkeuren die in Europa bestaan voor Clinton en vooral Obama zou het met beide kandidaten slecht af zijn, als men tenminste kijkt naar het voorgestelde beleid in plaats van naar de magie of de verbeelding. Voor Europa is het economische beleid van McCain veiliger en meer voorspelbaar. Met een regering-McCain kan Europa zakendoen. Door Derk Jan Eppink / Foto's : Reporters