De obstinate weigering van de Britse premier Tony Blair om zijn chèque britannique in te leveren - een korting die Groot-Brittannië sinds 1984 op zijn nettobijdrage tot het EU-budget geniet - stortte de Europese Unie vorige vrijdag in een diepe crisis. De grote pudeur van de Franse president Jacques Chirac om de rijkelijk stromende landbouwsubsidies, goed voor 40 % van het totale budget, te herkanaliseren was echter even pervers.
...

De obstinate weigering van de Britse premier Tony Blair om zijn chèque britannique in te leveren - een korting die Groot-Brittannië sinds 1984 op zijn nettobijdrage tot het EU-budget geniet - stortte de Europese Unie vorige vrijdag in een diepe crisis. De grote pudeur van de Franse president Jacques Chirac om de rijkelijk stromende landbouwsubsidies, goed voor 40 % van het totale budget, te herkanaliseren was echter even pervers. The Economist sprak smalend over een heruitgave van de slag bij Waterloo, die bijna dag op dag 190 jaar geleden ten zuiden van Brussel werd uitgevochten. De acteurs waren echter van een lager niveau en de inzet van de huidige Frans-Britse ruzie was een pure centenkwestie. Ook de analyse van de Financial Times was niet mals. "Blair liet voor een armzalige 2,5 miljard euro per jaar de kans schieten om een gebrek aan leiderschap in Europa op te vullen," want dat was het bedrag dat hij zijn belastingbetalers bespaarde door koppig een bevriezing van de Britse korting af te wimpelen. Als er zich al een duidelijke crisis aftekent - en de Franse en Nederlandse neen-stemmen waren daarvan de voorbode - dan is het laatste wat je moet doen om de Europese eenheid te herstellen, met elkaar gaan praten over geld. Een betere manier om de Europese kwalen dik in de verf te zetten (het bureaucratische apparaat, de enorme uitgaven, de inefficiëntie en technische complexiteit) was er niet. Europa had beter een retraite ingelast voor een diepgaande discussie over haar fundamenten en de weg die het verder wil bewandelen. Twee scenario's botsen voortdurend tegen elkaar: het extroverte, op Angelsaksische leest geschoeide, liberale model dat op uitbreiding mikt en vooral de nieuwe lidstaten weet te begeesteren, en het meer introverte, op het randje van een protectionistische aanpak balancerende sociale model dat vooral de oude, continentale lidstaten bezighoudt. Maar de crisis nestelt nog dieper. "De Europese Unie vertoont een schrijnend gebrek aan intellectuele inhoud en begeestering," zo schreef de auteur en historicus Paul Johnson deze week in de opiniepagina's van The Wall Street Journal Europe. "Grote schrijvers, denkers of wetenschappers hebben er geen rol in te spelen, zelfs niet op indirecte wijze. Dit is niet het Europa van een Thomas van Aquino, Luther, Calvijn, noch het Europa van Galileo, Newton of Einstein."En prompt maakt hij de vergelijking met grote Europese politieke figuren zoals Jean Monnet, geestelijke vader van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de Italiaan Alcide de Gasperi, de Duitser Konrad Adenauer en de Fransman Robert Schumann, die in zijn speeches regelmatig verwees naar Kant, Thomas More, Dante of de dichter Paul Valéry. In dit blad komt de onlangs overleden Paul Janssen (Janssen Pharmaceutica) aan bod. Hij werd verkozen tot belangrijkste economische of ondernemende Belg van de voorbije 175 jaar (zie blz. 52). In zijn kielzog wordt hij gevolgd door economische stamvaders als Lieven Gevaert en Ernest Solvay, die indertijd grote bekendheid oogstte met internationale congressen in Brussel, waarop wetenschappers zoals Einstein, Max Planck en Marie Curie acte de présence gaven. Zij lieten zich wel degelijk bestuiven door denkers en visionairen buiten hun eigen vakgebied of discipline. Welke Europese topfiguur maakt van deze input gebruik? Welke Europese bedrijfsleider laat zich door de inbreng van schrijvers, filosofen of wetenschappers geestelijk verrijken? Er is inderdaad een plan B voor de crisis in Europa: het zijn de ondernemers en bedrijfsleiders van Europa. Ook Belgische topmanagers kunnen hierin een rol spelen en het roer van de politici overnemen, tenminste als ze dezelfde ingesteldheid hebben als Paul Janssen, Lieven Gevaert, Ernest Solvay & co. En vooral vermijden dat ze - zoals het de Blairs, Chiracs en Schröders van deze wereld is overkomen - hun geestelijke project moeten inruilen voor een pure centenkwestie. piet.depuydt@trends.bepiet depuydt hoofdredacteurBelgische topmanagers kunnen het roer van de politici overnemen, als ze dezelfde ingesteldheid hebben als Paul Janssen, Lieven Gevaert, Ernest Solvay & co.