Euforie alom op de financiële markten, maar ze was van korte duur. Iedereen is verheugd dat noch de nationale bank van Japan noch de Federal Reserve haar monetaire beleid heeft veranderd. De investeerders zijn gerustgesteld: het kapitaal blijft goedkoop en overvloedig voorhanden. Wat kunnen ze meer verlangen?
...

Euforie alom op de financiële markten, maar ze was van korte duur. Iedereen is verheugd dat noch de nationale bank van Japan noch de Federal Reserve haar monetaire beleid heeft veranderd. De investeerders zijn gerustgesteld: het kapitaal blijft goedkoop en overvloedig voorhanden. Wat kunnen ze meer verlangen? Toch zijn er enkele opmerkelijke merkwaardigheden opgedoken bij beide centrale banken. Hoewel het gevoerde beleid tot op heden weinig vruchten afgeworpen heeft, blijft de nationale bank van Japan halsstarrig dezelfde koers aanhouden. Ze veranderde echter haar doelstellingen. Voortaan houdt ze geen rekening meer met de ontwikkeling van de inflatie. Zoals overal elders trachtte ze de magische drempel van 2 % te behalen. Tevergeefs. De tweede wijziging betrof het niveau van de rentetarieven. De bank besloot dat ze alles in werking zal stellen om te beletten dat het tienjarige tarief boven 0 % uitstijgt. Een verdekte manier om aan te geven dat ze massaal papier zal aankopen om dat doel te bereiken. De Japanse centrale bank hoopt zo de inflatie onrechtstreeks toch aan te wakkeren. Het oogde niet veel beter bij de Fed. De onenigheid tussen de tien gouverneurs die het monetaire beleid bepalen, nam toe. Drie wilden een renteverhoging van 0,25 %. Die bleef uit omdat de Fed nog altijd niet overtuigd is van de duurzaamheid van het economische herstel. Zij herzag veel van haar prognoses neerwaarts. Zo is niet langer sprake van een groei van 2 % voor dit jaar, maar van 1,8 %. Die zou volgend jaar tot 1,1 % terugvallen en in 2018 moeizaam tot 1,9 % hervatten. Die cijfers staan in schril contrast met de prognoses uit de academische wereld. Vorig jaar in december, toen de Fed voor het eerst haar tarieven optrok, had het monetaire comité aangekondigd dat er vier verhogingen in de loop van dit jaar zouden plaatsvinden. We weten dat er nog maar één kan komen. Volgens de peilingen bestaat er één kans op de twee dat dit in december gebeurt. Als we echter rekening houden met het gevoel van sommige gouverneurs, is die kans uitermate klein. Dat heeft niet alleen te maken met aarzelende groeivooruitzichten, maar veeleer met de politieke ontwikkeling in de Verenigde Staten. Hoe dichter de presidentiële verkiezingen naderen, hoe duidelijker het wordt dat Trump wel degelijk kan zegevieren. Deze kandidaat is fors gekant tegen de Fed. Wetend dat de gouverneurs allemaal afkomstig zijn van de Democratische partij, vrezen ze allemaal voor hun toekomst. Dat betekent dus dat, als Trump het effectief haalt in november, geen renteverhoging komt. Dichter bij huis, hoewel ze het nooit officieel zal erkennen, is voor de Europese Centrale Bank (ECB) de megaovername van Monsanto door Bayer een goede zaak. Zo'n fusie vergt heel wat middelen, voornamelijk obligaties, die hoe dan ook in aanmerking komen in het kader van de monetaire expansie van de ECB. Het overgrote deel van de uitgiften wordt dus door de ECB aangekocht. We kunnen zelfs stellen dat die overname alleen maar mogelijk werd dankzij het monetaire beleid van de ECB. Centrale banken dienen in normale omstandigheden geld in die mate te verschaffen dat een economie blijft draaien. Pompen ze meer geld in het systeem, dan dient dat geld gebruikt te worden om langlopende investeringen te financieren. Dat overtollige geld wordt dan stelselmatig afgeroomd in de loop van de investeringscyclus. Gebeurt dat niet, dan ontstaat onvermijdelijk inflatie. Vandaag delen centrale banken zomaar geld uit. Oorspronkelijk hoopten ze op die manier de inflatie aan te wakkeren, wat de schuldenlast draaglijker moest maken. Het overtollige geld belandde echter in het speculatieve circuit en zorgde voor een ongeremde koersinflatie, waarvan alleen een heel klein deel van de beroepsbevolking profiteerde. En nu zijn ze allemaal bang om van koers te veranderen. Wat vorig jaar in december gebeurde, zit nog fris in de geheugens. De geloofwaardigheid staat wel degelijk op het spel. Voorlopig hielden de markten geen rekening met de latente gevaren van het huidige beleid. De euforie verspreidde zich snel. De kapitaalmarkt beleefde spetterende zittingen. Het langetermijnpapier, liefst van soevereine oorsprong, ging gezwind de hoogte in, met koerswinsten die vaak meer dan 10 % bedroegen. Het kortetermijnpapier daarentegen deed een pas achteruit, wat de rentecurves in alle munten flink vervlakte. Het rommelpapier maakte een slechte beurt, maar kon de verliezen beperken. Men telde gemiddeld driemaal meer stijgende waarden dan omgekeerd. Die verhouding was nog groter bij de hoogrentende munten die van een mogelijke verlaging van petroleumproductie profiteerden. De euforie was ook merkbaar op de wisselmarkt. De yen (JPY) sprong 1,2 % omhoog nu de renteschaal voor goed neerwaarts gericht is en speculatief kapitaal aantrok. De dollar (USD) moest het overgrote deel van zijn winst vorige vrijdag afstaan. Hij eindigde niettemin 0,1 % hoger dan de week voordien. Het pond (GBP) verloor 1,4 %. De grondstoffenmunten boekten overal winst. De uitschieter van de week was de rand (ZAR), die niet minder dan 4,1 % verstevigde. Andere uitschieters waren de real (BRL) +3 %, de roebel (RUB) +2,4 %, de Australische dollar (AUD) +1,8 %, de Noorse kroon (NOK) +1,75 %, de Canadese dollar (USD) +1,3 % en zelfs de Turkse lira (TRY) +1 %. Dat zijn allemaal kortstondige en opportunistische bewegingen die snel van richting kunnen veranderen. De activiteit op de primaire markt was vrij druk. Banken en bedrijven geven hopen obligaties uit, zelden met aantrekkelijke voorwaarden. Wat niet belet dat ze vlot geplaatst werden. Geen enkele uitgifte was echter bestemd voor de particuliere belegger. Het Franse vastgoedbedrijf Klepierre (A-) biedt slechts 0,67 % meer dan het marktgemiddelde met zijn uitgifte op vijftien jaar. Dat is minstens 0,5 % te weinig tegenover de heersende marktvoorwaarden. Maar dat stuk wisselt nu al tegen 102,27 % van eigenaar op de grijze markt. Zijn Belgische tegenhanger Atenor (zonder rating) brengt twee kleinschalige leningen van 30 miljoen EUR elk uit. Hun voorwaarden zijn correct, maar de stukken zijn al lang niet meer beschikbaar. U moet er nu minstens 102 % voor betalen. Het Spaanse reisagentschap eDreams (B) is bijzonder vrijgevig: 9,38 % meer dan het marktgemiddelde. De maatschappij is van zeer zwak allooi, dus uiterst speculatief. Het stuk kan vervroegd terugbetaald worden vanaf 2018 tegen 104,25 %. Op de grijze markt moet men hiervoor al 101,34 % neertellen.