Het akkoord tussen Visa Europe en de Europese Commissie geldt voor vier jaar en slaat enkel op de 'multilaterale afwikkelingsvergoeding', de belangrijkste kostenpost in de meeste debetkaartransacties. Die vergoeding is wat de bank van de consument aan de handelaar aanrekent voor het gebruik van haar kaart bij de transactie. De vergoeding is controversieel omdat banken ze onder elkaar afspreken, terwijl het prijskaartje bij de handelaar en de consument belandt.
...

Het akkoord tussen Visa Europe en de Europese Commissie geldt voor vier jaar en slaat enkel op de 'multilaterale afwikkelingsvergoeding', de belangrijkste kostenpost in de meeste debetkaartransacties. Die vergoeding is wat de bank van de consument aan de handelaar aanrekent voor het gebruik van haar kaart bij de transactie. De vergoeding is controversieel omdat banken ze onder elkaar afspreken, terwijl het prijskaartje bij de handelaar en de consument belandt. Volgens het akkoord mogen Visa Europe-leden een gewogen gemiddelde afwikkelingsvergoeding van maximum 0,2 procent van de transactiewaarde vragen bij gebruik van debetkaarten. Visa Europe schat dat de deal de binnenlandse afwikkelingsvergoedingen "met minder dan 20 procent" verlaagt. De Commissie spreekt over "gemiddeld 60 procent". De overeenkomst is een kopie van een vroegere afspraak tussen de Europese Commissie en MasterCard. Die legde in maart 2009 de afwikkelingsvergoeding voor grensoverschrijdende Maestro-debetkaarttransacties vast op dezelfde 0,2 procent. Basis voor de regeling is de zogenaamde 'onverschilligheidstest voor de handelaar'. Met een afwikkelingsvergoeding van 0,2 procent zou de handelaar even goed een betaling met kaart aannemen als met cash. Volgens Amelia Torres, de woordvoerster van EU-commissaris voor Concurrentie Joaquin Almunia, zijn de kredietkaartmaatschappijen vrij om het gemiddelde van 0,2 procent in te vullen zoals ze willen, met percentages of forfaits of een mengeling. "We vonden dat de prijs van cash ruwweg in verhouding staat tot de waarde van de transacties. Daarom hebben we het aanbod van Visa Europe aangenomen", zegt Torres. De regeling is opmerkelijk omdat ze de prijs van elektronische transacties koppelt aan de prijs van cash. De banken controleren zelf goeddeels de kostprijs van de behandeling van cash. Als ze die verhogen, kunnen ze ook de prijs van de elektronische transacties verhogen. Ten tweede gaat de methode ervan uit dat het kostenvoordeel van elektronische transacties geheel aan de banken en hun betaalkaartensystemen mag toekomen. De test zegt immers dat de vergoeding voor een elektronische transactie billijk is als zij even duur is als cash. "Met de deal geeft de Commissie in feite toe dat er onvoldoende concurrentie is in betaalkaarten en dat de afwikkelingsvergoeding van bovenaf moet worden opgelegd", zegt de consultant Leon Dhaene, een voormalig senior vice-president van MasterCard. Hij wijst erop dat de operationele kostprijs van een betaaltransactie in de afgelopen twintig jaar met een geschatte 75 procent is gedaald, terwijl ook het risico op fraude sterk is verkleind. Daarentegen zijn de afwikkelings- en andere vergoedingen blijven stijgen. Bij het Belgische Bancontact/Mister Cash ligt de afwikkelingsvergoeding op 5,6 cent, met bovenop een gemiddelde aanvaardingsprijs van 1,5 cent. De totale gemiddelde kostprijs voor de handelaar is dus een forfaitaire 7,1 cent. MasterCard heeft zijn Maestro-tarief voor binnenlandse aankopen al aangepast aan zijn concurrent. In België is Maestro nu goedkoper dan Bancontact voor handelaren met zeer weinig transacties. De deal met Visa is echter maar een kerstmisbestand in de oorlog die de antitrustdivisie van de Europese Commissie tegen de betaalkaartgiganten voert. Volgens Leon Dhaene heeft zijn netwerk van experts 29 barrières gevonden voor wie een alternatief voor Visa/MasterCard wil ontwikkelen. In Europa zijn dat EAPS met onder meer de Duitse spaarkassen, het door Colruyt gesteunde Brusselse Payfair en de Frans-Duits-Nederlandse bankencoalitie Monnet. De Single Euro Payment Area (SEPA) die vanaf 1 januari van kracht wordt, probeert al een deel van de barrières te slechten. Zo mogen kaartschema's als Visa en MasterCard de bank van de handelaar niet langer verplichten of verleiden om zijn transacties via de netwerken van Visa of MasterCard te verwerken. Vanaf Nieuwjaar zijn het bovendien de emitterende banken die eigenaar zijn van de kaart en die bepalen wat er op de kaarten staat, en niet meer Visa of MasterCard. De banken kunnen de kaartschema's dus beter uitspelen tegen elkaar. Nu al geven MasterCard en Visa belangrijke kortingen en aanmoedigingen aan bepaalde banken die voor hun kaart kiezen. Volgens het jaarverslag van MasterCard ging het in 2009 om 24,1 procent van zijn bruto-omzet. Dat kwam neer op 1,16 miljard euro aan kortingen en incentives over een omzet van 4,83 miljard euro. Bij Visa Inc bedroegen de tegemoetkomingen in het bijna afgelopen boekjaar 16 procent van de bruto-omzet. Rest de vraag wat er met de regels en procedures van Visa en MasterCard zal gebeuren. Beide hanteren bepalingen over het uitzicht van de kaarten waarop hun logo's voorkomen, over de toelaatbaarheid van andere schema's op hun kaart en over de rapportering van transacties met kaarten - niet alleen van hun eigen transacties, maar van alle transacties. Uit zijn jaarverslag blijkt dat MasterCard ruim 35 procent van zijn inkomsten uit binnenlandse 'gerapporteerde totale volumes' haalt. Daarin zit een tarifering van de 'activiteit' op de kaart, geeft het jaarverslag aan. Dat dekt ook niet-MasterCard-transacties, bevestigtDhaene. "Telkens die kaart wordt gebruikt, innen de schema's een vergoeding", zegt de voormalige senior vicepresident van MasterCard. Nog andere anticompetitieve bepalingen zitten in het vizier van Europa, bevestigt de Commissie. Het gaat onder meer om de verplichting voor de handelaren om alle kaarten van een organisatie aan te nemen. Een handelaar die Visa accepteert, moet bijvoorbeeld ook Visa Platinum of Visa Purchasing aannemen, hoewel die voor hem veel duurder zijn. De handelaar mag die extra kosten niet doorrekenen aan de klant of geen kortingen geven aan wie met goedkope kaarten betaalt. Volgens Dhaene zou de Europese Commissie echte concurrentie kunnen scheppen door de afwikkelingsvergoeding af te schaffen, banken te verplichten om op één kaart concurrerende schema's aan te bieden en door de handelaren toe te laten de echte kostprijs van de kaart door te rekenen. "Technisch is het gemakkelijk om met de authorisatie ook de kostprijs van de betaling mee te geven: de klant kan dan bevestigen of een ander betaalmiddel kiezen. Een betaalproduct zal dan succesvol zijn door de inherente voordelen voor de kaarthouder, en niet omdat de uitgevende bank, bijna zonder medeweten van de betrokken partijen, er zwaar aan verdient", zegt Dhaene. BRUNO LEIJNSE