6 december 2019. Een mild briesje waait over de dorre hoogvlakte van het 2350 meter boven de zeespiegel gelegen Addis Abeba. In de zon stijgt het kwik vlotjes boven 30 graden. We zijn onderweg met Geert Van den Hoek, de bedrijfsleider van de textielfabrikant Van der Erve, naar Dukem City, 40 kilometer ten zuiden van de hoofdstad van Ethiopië. Onderweg naar de fabriek zien we typerende taferelen van een Afrikaans groeiland. We rijden langs sloppenwijken met minuscule golfplaten huizen. Verkopers prijzen langs de weg hun trossen bananen aan. Een meisje drijft twee ezels, bepakt met jerrycans, voort. En december is hier de oogstmaand: met paard en kar wordt teff, de lokale graansoort, weggevoerd.
...

6 december 2019. Een mild briesje waait over de dorre hoogvlakte van het 2350 meter boven de zeespiegel gelegen Addis Abeba. In de zon stijgt het kwik vlotjes boven 30 graden. We zijn onderweg met Geert Van den Hoek, de bedrijfsleider van de textielfabrikant Van der Erve, naar Dukem City, 40 kilometer ten zuiden van de hoofdstad van Ethiopië. Onderweg naar de fabriek zien we typerende taferelen van een Afrikaans groeiland. We rijden langs sloppenwijken met minuscule golfplaten huizen. Verkopers prijzen langs de weg hun trossen bananen aan. Een meisje drijft twee ezels, bepakt met jerrycans, voort. En december is hier de oogstmaand: met paard en kar wordt teff, de lokale graansoort, weggevoerd. De Ethiopische vestiging van Van der Erve staat in de Eastern Industry Zone, die werd gebouwd door Chinese investeerders. In de grootse fabriekshal, ongeveer twee voetbalvelden groot, werken 200 mensen. Ze hebben twee activiteiten. In het piekseizoen bedrukken ze 30.000 tot 40.000 T-shirts per dag. En het hele jaar door maken ze labels voor kledij, goed voor 100 miljoen labels per jaar. Werknemers zijn goedkoop in Ethiopië, want de meerderheid van de bevolking overleeft met 2 dollar per dag. Het loon bij Van der Erve is met zowat 120 dollar per maand fors hoger. Daar komen een aanvullende hospitalisatieverzekering, gratis vervoer en eten bovenop. Het gevolg van die lage lonen? Wat in West-Europa volledig geautomatiseerd zou gebeuren, doen de Ethiopiërs nog handmatig. De informatie op de labels wordt tot drie keer toe nagelezen. Elk label bevat unieke informatie. Er mogen geen fouten op staan. Op tafels liggen stapels labels, gemaakt uit rollen polyester. De helft van de werknemers doet niets anders dan elk label individueel te controleren. Vervolgens worden ze, alweer manueel, in kartonnen dozen gestopt. De productie gebeurt de dag rond, 8 uur per shift. "Efficiëntie? Kennen ze niet. We zouden het met een derde van de mensen kunnen doen. Maar we zijn hier ook omdat we de mensen willen helpen", duidt Geert Van den Hoek. Hij is sinds 2015 aan de slag in Ethiopië. "Snelheid betekent voor een Europeaan iets heel anders dan voor een Ethiopiër. Dat geldt ook voor kwaliteit. Hier is evenmin een hiërarchie. Iedereen moet zelf initiatief nemen. Dat is niet gemakkelijk. Het werkt bij de helft van de mensen. De andere helft heeft daar veel meer moeite mee." Eind januari 2020. Aan de Weiveldlaan in Zaventem worden we ontvangen door Martijn van der Erve, de 52-jarige gedelegeerd bestuurder van het gelijknamige familiebedrijf. De toonzaal is volgestouwd met merkkleding: T-shirts, pyjama's, sokken, panty's, ondergoed, babykleding, met daarop bekende stripfiguren en filmhelden. "Wij laten kledij maken voor licentiegevers en merkeigenaars. Onze klanten zijn de grote Europese winkelketens. Maar niet enkel kledingketens. Ook supermarkten, drogisterijen, en discounters." Op de website van het bedrijf vinden we onder meer de merknamen Disney, Lee Cooper, het Italiaanse kousenmerk Lotto en Route 66. De kledij wordt in steeds verdere oorden gemaakt. De ouders Rob van der Erve en Ida Lampe startten de onderneming in 1985. Toen werd uitsluitend in Portugal geproduceerd. "Vandaag maken we nog altijd sokken in Portugal. Maar we zijn helaas steeds verder moeten opschuiven met onze productie, omdat het Verre Oosten nu eenmaal goedkoper is", duidt Martijn van der Erve, sinds 1993 actief in de onderneming. "Dat is een economische wetmatigheid. We hebben de zoektocht naar nieuwe landen wel altijd heel voorzichtig aangepakt." De uitstekende balanscijfers van de consoliderende holding Tomtree onderschrijven die behoedzame aanpak ( zie tabel). De buitenlandse productie gebeurt in Bangladesh, China, Ethiopië, India en Vietnam. Van der Erve produceert weliswaar niet zelf kledij in die landen. "Via kantoren in die landen controleren we de lokale productie", zegt Martijn van der Erve. "Niet enkel op kwaliteit, ook op duurzaamheid en het respecteren van de regelgeving rond onder meer de arbeidswetgeving en het milieu. We willen de keten volledig controleren. Als we met een fabriek samenwerken, doen we dat voor de lange termijn. We zoeken niet zomaar de goedkoopste. We willen iets opbouwen, samen met de lokale fabriek." Ethiopië is de vreemde eend in het bijt. "Dat is een apart verhaal", duidt Martijn van der Erve. "Bangladesh beleefde in 2013 het Rana Plaza-drama. Een ongeluk in een fabriekencomplex, waarbij veel slachtoffers vielen. Enkele grote winkelketens hebben de productie toen verschoven. We zochten samen met hen naar nieuwe landen. Zo zijn we in 2014 in Ethiopië beland. Dat was het Bangladesh van een kwarteeuw geleden." Met het Growth and Transformation Plan wil de overheid Ethiopië stuwen in de vaart der volkeren. Een van de speerpunten in dat grote ontwikkelingsplan is de textielindustrie. "Buitenlandse investeerders krijgen veel voordelen: land, ruimte, fiscale voordelen, goedkope werknemers", duidt Geert Van den Hoek. "De textielindustrie is behoorlijk arbeidsintensief. Mensen die T-shirts maken, zitten achter weinig kapitaalintensieve naaimachines. Textiel wordt vaak gezien als een startersindustrie voor de ontwikkeling van een land. China en andere Aziatische landen zijn hun indrukwekkende opmars begonnen met textiel." Geert Van den Hoek is "heel optimistisch over de mensen en de mogelijkheden van Ethiopië". "Ik zie de toekomst heel positief. Ik ben enkel een beetje sceptisch over de tijdslijn. De overheid stelt altijd zeer optimistische doelstellingen. In 2025 zou Ethiopië moeten ontwikkelen tot een land met hoofdzakelijk middelgrote inkomens. Ik denk niet dat het zal lukken. Daar zal minstens een generatie over gaan, voor de verandering zichtbaar is." Ook Ethiopië kampt met een in Vlaanderen zeer bekend zeer. Ondanks het onuitputtelijke arbeidsreservoir door de grote werkloosheid, is het moeilijk mensen te vinden. "Mensen met de nodige vaardigheden en de juiste opleiding", verduidelijkt Geert Van den Hoek. "Net als in West-Europa vind je moeilijk geschoolde werknemers. En net omdat de industrialisering in Ethiopië nog in de kinderschoenen staat, is de zoektocht naar de juiste mensen een nog grotere uitdaging. Werknemers worden daarom vooral door de bedrijven zelf opgeleid. Dat is de enige mogelijkheid." Het Van der Erve-filiaal in Ethiopië kende bovendien een bijkomend probleem. "We zijn er te vroeg begonnen", zegt Martijn van der Erve. "Pas sinds het laatste kwartaal van vorig jaar draait onze fabriek break-even. Wij produceren voor lokale textielfabrikanten. Alle grote buitenlandse bedrijven kwamen kijken en vonden het interessant. 'Dit wordt de toekomst, het nieuwe Bangladesh.' Alleen: de bestellingen bleven achterwege. Onze orders komen vooral uit de Verenigde Staten." Bij Van der Erve in Dukem City zitten nochtans geen honderden werknemers achter naaimachines. De fabriek is behoorlijk kapitaalintensief. "De productie van labels lijkt heel eenvoudig, toch waagt niemand er zich aan", zegt Geert Van den Hoek. "Labels zijn zeer specialistisch. Er kan heel veel fout gaan. Wij moeten onze labels bovendien heel snel kunnen leveren, binnen de vijf dagen. In die korte termijn kan je ze bijna onmogelijk vanuit het buitenland invoeren, tenzij met het vliegtuig. Dat maakt de productiekosten te hoog." Het filiaal van Van der Erve sluit naadloos aan bij de doelstelling van de Ethiopische overheid: een volledig verticaal geïntegreerde, lokale textielindustrie. Alleen waren de prognoses voor die sector irrealistisch hoog. De verwachte textielexport voor 2019 bedroeg een miljard dollar. Het reële cijfer was maar een kwart daarvan. Het beoogde cijfer voor 2030 is 30 miljard dollar. "Zelfs als de textielindustrie elk jaar met een vijfde groeit, zal het nog vele jaren duren. Ethiopië evolueert langzamer dan gepland."